Bloemenexport nieuwe geldbron voor Derde Wereld

AALSMEER, 10 NOV. Op zijn tafel staat een bordje met de tekst "Looking for importers'. Het is de eerste keer dat Renaud Cuchet uit Guatamala met een stand op de bloemenvaktentoonstelling in Aalsmeer staat. Hij handelt in Tillandsia's, plantjes die in zijn land volop groeien op dor hout en hun voedingstoffen uit de lucht halen. Cuchet wordt omringd door voornamelijk Hollandse bloemen- en plantentelers die drukke zaken doen.

Cuchet staat maakt deel uit van een groep van 26 producenten uit negentien ontwikkelingslanden, waaronder Egypte, Chili, Sri Lanka, Trinidad en Equador. Deze tentoonstelling is de laatste fase van een programma ter promotie van hun lokale flora, georganiseerd door het Centrum tot Bevordering van de Import uit ontwikkelingslanden (CBI) van het ministerie van ontwikkelingssamenwerking.

Projectleider Dick de Man van het CBI vertelt dat het programma anderhalf jaar geleden is begonnen. Het Centrum vroeg bloemen- plantenkwekers uit tal van ontwikkelingslanden materiaal te sturen, waaruit “een vakkundige jury” een selectie heeft gemaakt. CBI-consulenten, specialisten op het gebied van bloemen en planten, bezochten vervolgens de uitgekozen kwekers om ter plekke de produktiemogelijkheden te beoordelen en hun te adviseren hoe ze waren beter verkoopbaar konden maken. Zo konden ze aanwijzingen geven voor verbetering van de verpakking. De Man: “Dat blijkt nog al eens problemen op te leveren. Een aantal ontwikkelingslanden kent maar één soort verpakking.”

De presentatie op de tentoonstelling in Aalsmeer is voorafgegaan door een vijfdaags seminar. Dat bood de deelnemers informatie over marketingtechnieken en distributiesystemen en leerde ze hoe de bloemenvaktentoonstelling functioneert. De Man: “Een belangrijk probleem dat overbrugd moest worden, is het grote cultuurverschil tussen ontwikkelingslanden en Nederland. Hier kennen we een nogal directe manier van zaken doen, zo van: wat kosten die rozen. Twee gulden! Te duur. Waarop de handelaar weer de stand uitbeent. Dat zijn onze deelnemers niet gewend.”

Ook is er flink op gehamerd dat potentiële klanten actief moeten worden benaderd. “Met name de deelnemers uit Aziatische landen zijn geneigd een afwachtende houding aan te nemen”, meent De Man. “Ze denken dat op deze vaktentoonstelling klanten hun stand binnenlopen en een groot aantal orders plaatsen. Die illusie hebben we ze uit het hoofd proberen te praten. Elke dag zeggen we weer dat ze niet op hun stoel in de stand moet blijven zitten. Ze moeten zèlf op zoek gaan naar mogelijke klanten, noteren met wie ze gesproken hebben en importeurs bellen die interesse voor hun produkten toonden.”

Hoewel de Nederlandse bloemenmarkt zeer concurrerend is, ziet De Man zeker mogelijkheden voor ontwikkelingslanden om een aandeel ervan te veroveren. “Ze kweken variëteiten die hier niet te krijgen zijn, zoals bepaalde soorten varens en snijgroen. Daarnaast zijn ontwikkelingslanden in staat uitgangsmateriaal voor Nederlandse kwekers te produceren. De omstandigheden voor het stekken van planten zijn in de warme en vaak vochtige ontwikkelingslanden uitstekend. En de lage lonen maken het arbeidsintensieve stekken in ontwikkelingslanden extra interessant.”

C. Verbeek, oud-voorzitter van de Vereniging voor de Groothandel van Bloemkwekerijprodukten en thans consulent bij het CBI, voegt eraan toe dat ontwikkelingslanden eveneens snijbloemen van hoge kwaliteit buiten het Nederlandse bloeiseizoen kunnen leveren, zoals anjers en rozen. “Maar de beschikbaarheid van voldoende luchtvrachtcapaciteit vormt vaak een probleem, waardoor ze niet snel genoegd kunnen inspelen op de vraag.”

Volgens projectleider De Man is het van groot belang dat ontwikkelingslanden zich meer richten op de export van niet-tradionele produkten, zoals groenten, fruit, planten en bloemen. “De prijzen van katoen, cacao en koffie zijn laag en zullen in de toekomst verder dalen omdat de mondiale produktiecapaciteit toeneemt. De inkomsten voor ontwikkelingslanden in buitenlandse valuta komen hierdoor onder druk te staan. Het exporteren van bloemen en planten kan een oplossing bieden.”

De Guatemalteekse overheid heeft het probleem van afnemende inkomsten uit het buitenland al lang onderkend, aldus Renaud Cuchet. “Sinds 1989 hoeven we over de inkomsten van niet-traditionele produkten geen belasting meer te betalen. En machines die nodig zijn voor die produktie kunnen we in ons land belastingvrij invoeren.”

Zittend achter zijn tafel en het bordje "Looking for importers' terzijde geschoven, zegt Cuchet zeer onder de indruk te zijn van de Nederlandse bloemenvaktentoonstelling. “Ik had wel het idee dat het een grote tentoonstelling zou zijn. Maar zó groot. En alles gaat hier snel en efficiënt. De Nederlandse handelaren staan constant met een rekenmachine in de hand”, zegt hij glimlachend. “Ik heb veel geleerd. Als ik weer terugvlieg naar Guatamala ga ik direct aan de slag. Ons produktieproces dient verbeterd te worden en ook zal de kwaliteit van de planten omhoog moeten.”

    • Peter Alaerds