"Zwaardere dijken blijven toch nodig'

Volgens minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) maakt het plan van het Wereldnatuurfonds om in de uiterwaarden van rivierland de natuur terug te laten keren, dijkverzwaringen niet overbodig. De minister liet dit zaterdag bij de presentatie van "Levende Rivieren' via een woordvoerder weten.

Volgens Maij-Weggen “moeten we oppassen voor een te groot enthousiasme”. De rivierkundige consequenties van het plan en de gevolgen voor natuur en milieu “zijn op dit moment nog niet te overzien”. Ze waarschuwde daarbij voor mogelijke effecten van het te ondiep worden van de vaargeul, het ontstaan van hinderlijke dwarsstromen en de vorming van ijs. “Wat dat betreft zal dus nog een en ander onderzocht moeten worden.”

De minister meent dat er met betrekking tot de dijkverzwaringen sprake is van “een hardnekkig misverstand”. “Het probleem zit niet in de hoogte, maar in de basis, in het fundament van de dijk. Er is dan ook vaak geen directe dreiging voor overstroming, maar van inzakking van de dijk en als gevolg dáárvan overstroming. Een fiks aantal dijken in ons land is wel hoog genoeg, maar onvoldoende stevig. Dijkversterking zal in die situaties hoe dan ook nodig blijven.”

Wel zal de Commissie-Boertien, die momenteel bezig is met een studie naar de uitgangspunten voor dijkverzwaringen, het plan van het Wereldnatuurfonds “in het onderzoek betrekken”, aldus Maij-Weggen.