Weinig animo technische studies "onverantwoord'

Minister Andriessen (economische zaken) zei vorige week dat "Nederland naar de bliksem gaat' als niet meer jongeren voor een technische studie kiezen. Ook ir. P. van Duursen, president-directeur van Shell-Nederland BV, vindt het "maatschappelijk onverantwoord' dat er niet meer belangstelling voor techniek is.

ROTTERDAM, 9 NOV. De keuze voor een technische - of exacte opleiding moet veel vanzelfsprekender worden dan op dit moment het geval is. Nog te vaak kiezen aankomende studenten voor "gemakkelijke' studies als psychologie en rechten. “Ik zeg niet dat de samenleving geen behoefte heeft aan afgestudeerde psychologen of juristen. Maar dat er 700 eerstejaars psychologiestudenten staan ingeschreven bij de Universiteit van Amsterdam vind ik getalsmatig maatschappelijk onverantwoord”, aldus ir. P. Van Duursen, president-directeur van Shell-Nederland BV.

Het ministerie schatte twee jaar geleden het aantal studenten aan technische universiteiten rond de eeuwwisseling op ruim 18.000. Het aantal studenten gedrags- en maatschappijwetenschappen werd toen geschat op 23.600, het aantal economiestudenten op 27.900.

Van Duursen richt zijn pijlen niet alleen op de studenten, ook het onderwijsbeleid van minister Ritzen is er volgens hem schuldig aan dat aankomende studenten "moeilijke studies' meer en meer gaan mijden. De voor alle studerichtingen gelijke studieduur, het terugbrengen van de duur van de studiefinanciering en de verwachte invoering van de tempobeurs: welke achttienjarige kiest straks nog voor een wis- en natuurkunde studie of een ingenieursopleiding aan een technische universiteit? Er is, zegt Van Duursen, niet alleen toenemend sprake van ontwijkend gedrag maar ook worden, om toch aantrekkelijk te blijven, moeilijke studies aangepast. Ze worden gemakkelijker gemaakt en de kwaliteit komt onder druk te staan.

Over de kwaliteit van de Nederlandse ingenieur organiseert de Delftsche Studentenbond in het kader van haar negentiende lustrum woensdag een symposium. De technische universiteiten vrezen dat in de nabije toekomst afgestudeerde ingenieurs niet meer kunnen tippen aan hun buitenlandse collega's. Verlenging van de studieduur tot zeker vijf jaar zou hen meer dan welkom zijn.

Ook Van Duursen meent dat sommige studerichtingen nu eenmaal zwaarder zijn dan andere en hij zou het niet onlogisch vinden als dit werd vertaald in een differentiatie van studieduur en een navenante differentiatie in studiefinanciering. “Iemand die natuurkunde studeert of een technische opleiding volgt moet praktika aflopen en verplichte stages volgen. Je kunt daar op gaan beknibbelen, je kunt moeilijke vakken facultatief maken en het vak uithollen, maar dan krijg je een ander eindprodukt”.

Van Duursen erkent dat het bedrijfsleven in de jaren tachtig aandrong op verkorting van de studieduur. Maar, zegt hij: “Toen was in bijvoorbeeld Delft de gemiddelde studieduur 7,6 jaar. Een afgestudeerde kwam pas laat in het bedrijfsleven. Dat was voor beide partijen niet goed. Toen kwam de twee-fasenstructuur, met heel ambitieuze plannen voor de tweede fase. Maar omdat die nog niet echt van de grond is gekomen, is nu alle druk op de eerste fase blijven liggen. Dát en minder studiefinanciering maakt dat de keuze voor een technische opleiding niet langer voor de hand ligt.”

Volgens Van Duursen weten veel aankomende studenten vaak niet wat ze na hun eindexamen willen. Ze kiezen een studie waarmee ze veel opties openhouden. “Vroeger was het zo dat als je ging studeren, je uit een gezin kwam waar dikwijls iemand gestudeerd had. Als je dan niet precies wist wat je zou moeten kiezen werd je door je omgeving geholpen. Er is nu sprake van een toeloop van studenten die niet een dergelijk klankbord hebben. Ook dat heeft invloed op de studie-keuze”.

Ook het negatieve imago dat nog altijd aan bèta- en technische studies kleeft speelt een rol, aldus Van Duursen. “Dat moet absoluut veranderen. Techniek en technologie moeten dichterbij de samenleving worden gebracht”. Met enige voldoening constateert hij dat binnen de samenleving het tij ten goede keert: van verschillende kanten wordt de noodzaak onderstreept om te komen tot een adequaat industriebeleid. Van Duursen: “Een van de redenen voor de huidige toestand van de Amerikaanse economie is de zwakke onderwijsstructuur. Een belangrijke factor voor de economische groei is technologische vernieuwing. Daar moet het onderwijs op worden afgestemd.”