Voor niets willen fans nog wel naar binnen bij Sparta; Houden de duizenden allochtonen in Spangen niet van voetbal?

ROTTERDAM, 9 NOV. Het gejuich voor Sparta was gisteren twee octaven hoger dan anders. Duizenden kinderen zaten met hun vaders of elftalleiders op de Rijnmond-tribune van Het Kasteel in de Rotterdamse wijk Spangen. Ze keken gratis naar betaald voetbal. Sparta-FC Utrecht 1-3 voor 12.500 toeschouwers.

Het zijn de jongetjes waar clubs als Sparta het in de toekomst van moet hebben. Daarom was het jammer dat de supporters van FC Utrecht zich niet aan de spelregels van De Efteling hielden en aan het einde van de wedstrijd een beetje ruzie zochten met de Mobiele Eenheid. Sommige vaders verlieten een kwartier voor tijd verschrikt het stadion met hun kroost. “Die kinderen lezen over voetbalgeweld en worden bang.”

De kinderen en enige tientallen vrouwen zaten tussen de gewone, tweewekelijkse Sparta-fans. Mannen met hun buurman, zwager of broer, tussen de achttien en de zestig jaar oud. Ze lopen op zaterdag tijdens het winkelen achter hun vrouw of vriendin aan en gaan op zondag naar het stadion. En de kinderen zaten naast een paar honderd Utrecht-fans die jong, agressief en ballorig waren. Kort haar, kort jack, spijkerbroek. Ze zitten gewoonlijk in een apart vak, maar konden ditmaal overal gratis naar binnen.

Bij Sparta komen steeds minder mensen kijken, gemiddeld 4.500. Ieder seizoen, zo meldt een fan cynisch in het supportersmagazine, overlijden er driehonderd fans en komen er slechts honderd nieuwe bij. Er zijn drieduizend vaste supporters. Die maakten ooit de existentiële keuze tussen Sparta en Feyenoord. Zij komen altijd, een leven lang. Zij komen, zo dicteert het clublied, in voor- en tegenspoed.

Het beschaafde, traditierijke Sparta heeft "sfeer' en vrijwel nooit "rotzooi', geen racisme, geen geweld. Naast de verkooppunten voor bier en broodjes worst heeft het stadion drie echte kantines, waar geen anoniem personeel van een catering staat, maar clubleden die ook vieux of jenever schenken. Vrienden begroetten elkaar op hun vaste stek op de tribune en onthouden wanneer wie jarig is.

Ruud Clarijs, 33 jaar, weet precies waarom hij een seizoenkaart van Sparta heeft. “Ik was twaalf jaar, zat met een vriendje op de tweede ring van de Kuip bij Feyenoord - Sparta. Het begon te regenen. Een gezin naast ons rolde een plastic kleed uit. Wij mochten er ook onder. Totdat Sparta scoorde en wij juichten. 'Terug dat kleed', riep die man meteen. Toen wist ik het zeker, ik ben Sparta.”

Commercieel directeur Charles van der Steene en algemeen directeur Martin Mallon bedachten een "open dag' om iedereen te laten genieten van een middagje-Sparta. Via een enquete onder de toeschouwers hopen ze te ontdekken waarom die mensen de rest van het jaar geen tientje voor een staanplaats of 17,50 gulden voor een zitplaats over hebben. Ze willen er achter komen wat er nog ontbreekt aan hun produkt betaald voetbal. Ligt het aan de prijs, aan het weer, aan de accommodatie of aan het voetbal? Houden de allochtonen in Spangen niet van voetbal?

De KNVB heeft nog nooit marktonderzoek gedaan onder het voetbalpubliek. Daarom doet Sparta het maar zelf. In januari van dit jaar stelde de club al een rapport samen. De vaste supporters waarderen boven alles de sociale contacten. De "zwevende' supporters letten vooral op de tegenstander, de plaats op de ranglijst van Sparta en op een snelle afhandeling van de kaartverkoop. Beide groepen vinden de aantrekkelijkheid van het spel belangrijk en het voetbalgeweld hooguit "redelijk belangrijk'.

De prijs speelt een rol. De heer Spithout en zijn zwager, de heer Hazelbach zijn nu het gratis is aanwezig op Spangen. Ze zijn gepensioneerd. Ze hadden hun vrouwen thuis achtergelaten. Die zaten te breien of te ganzenborden. Vroeger gingen ze om de week naar Sparta en Feyenoord. Dat is nu te “begrotelijk”. De prijzen stijgen “met twee knaken tegelijk”. Bovendien maken de televisie en de radio het wel gemakkelijk om thuis een wedstrijd te volgen.

Het weer speelt een rol. De 33-jarige Surinamer Poet Lobles woont in Spangen, vlakbij Het Kasteel. Hij gaat naar Sparta wanneer, zoals gisteren, de zon schijnt, in het begin van het seizoen, of als de ploeg tegen PSV of Ajax speelt.

De accommodatie speelt een rol. De 12-jarige Onno Verouden, die met zijn hele elftal uit De Lier is gekomen, gaat wel eens met zijn vader naar PSV. Hij vindt de houten banken bij Sparta “een beetje oud”. Bij PSV hebben ze kuipstoeltjes.

Het voetbal speelt een rol. De klantenbinding van Sparta - gehandicapt door blessures - bestond uit een matte nederlaag, dit seizoen de eerste in eigen stadion. Talenten als Glenn Helder en de van PSV geleende Tom van Mol tracteerden het publiek op slechts een handvol mooie acties.

“Wij werden fan van Sparta aan het eind van de jaren zestig”, vertelt de 33-jarige Rob Groenwoud. “Toen werden we nog derde of vierde.” Maar zijn jongere broertje koos voor Feyenoord. Drie betaalde clubs is misschien wel teveel voor één stad. FC Amsterdam redde het niet naast Ajax, Eindhoven leidt een marginaal bestaan naast PSV.

De jeugd uit Groot-Rotterdam, ook al wonen ze op de rechteroever, in Ommoord, Spijkenisse, Schiedam of het Westland, waagt de sprong naar Zuid, naar stadsgenoot Feyenoord, dat de laatste twee jaar de beker won en Europees voetbal speelt. De successen van Sparta dateren van jaren geleden: het laatste landskampioenschap in 1959, de laatste Europa Cupwedstrijd in 1983.

Sparta is zuinig en moet om de begroting sluitend te houden vaak een talentvolle speler uit de voetbalschool verkopen: Adri van Tiggelen, Juul Ellerman en Danny Blind debuteerden bij Sparta, John de Wolf, Henk Fräser en Ed de Goey speelden er. “Hier kan je relaxed naar voetbal kijken. Maar ik ga naar Feyenoord omdat Blinker en Taument prachtig spelen”, zegt de 18-jarige Kaapverdiaan Edgar Manuel, die van zijn studiefinanciering moet sparen als er een Europa Cupwedstrijd aankomt. Dan hij slikt hij maar een keertje extra als zijn favorieten in de Kuip voor "apen' worden uitgescholden.

Oud-voorzitter Floor Bouwer noemde het toenemende aantal allochtonen in Spangen een belangrijke oorzaak van de dalende toeschouwersaantallen. Meer dan de helft van de 12.000 bewoners van Spangen behoort tot een etnische minderheid. De wedstrijd tegen Utrecht werd daarom speciaal aangekondigd op de Turkse, Marokkaanse en Spaanstalige radiozenders in Rotterdam. In een Surinaamse koffieshop zaten de donderdag voor de wedstrijd vijf jongens. Ze gaan vaak naar voetbal, maar zijn, net als de Nederlanders, verdeeld in hun voorkeuren: de één is voor PSV, de ander voor Ajax, de derde voor Feyenoord. Zouden meer donkere voetballers ze naar Sparta lokken? “Dan moeten het wel goede spelers zijn.”