Tempobeurs

Minister Ritzen geeft toe dat deze nieuwe beursbeperking voor studenten tevens een bezuinigingsmaatregel is: “Laat ik duidelijk zijn. We moeten meer doen met hetzelfde geld. (...) Maar ik ben blij dat er meer studenten studeren dan tien, twintig jaar geleden” (NRC Handelsblad, 27 oktober).

Moeten we wel zo blij zijn met veel studenten? Is dat niet de oorzaak dat alle studenten tegenwoordig in strakkere structuren worden geperst, dat er nauwelijks hoorbare college's kunnen worden gegeven op de grotere faculteiten en dat de academische titel aan onderscheidende kracht verloren heeft? De selectie van academici voor de arbeidsmarkt zich heeft verplaatst. Met een academische titel alleen kom je er allang niet meer. En hebben zij er tenslotte niet voor gezorgd dat op de grotere faculteiten niemand meer gestimuleerd wordt om meer te weten te komen dan het strikt noodzakelijke?

Vanzelfsprekend is er heel wat voor te zeggen dat meer mensen dan vroeger de algemene ervaringen genieten, die studeren met zich mee brengt, los van het feit dat het voor hun individuele toekomst misschien niet de passendste onderwijsvorm is. Maar moet de eigenlijke kern van het wetenschappelijk onderwijs verdrinken in een massa van studenten die eigenlijk een verkapte HBO-opleiding volgt?

Bijna alle ingrijpende maatregelen van de laatste ministers van onderwijs zijn maatregelen die deze massaliteit als uitgangspunt nemen, en die met rendementsverbetering proberen het huidige systeem draaiende te houden.

Maar met rendementsverbetering alleen verandert er niets aan de kwaliteit van het onderwijs.

Meer afgestudeerden in kortere tijd zegt niets over het niveau van deze afgestudeerden. Het is dit verschil tussen rendements- en kwaliteitsverbeteringen dat in het huidige onderwijsbeleid niet naar voren komt.