Rotterdams vijftigste oorlogsmonument

Het vijftigste oorlogsmonument van Rotterdam wordt op 31 maart 1993 onthuld. In een parkje in de wijk Tussendijken moeten dan in een grillig patroon de cijfers 31-3-1943 liggen, uitgevoerd in staal en duidelijk zichtbaar vanuit de lucht. Het is de datum van het "Vergeten Bombardement', zoals het in Rotterdam-West is gaan heten.

Rotterdam was in 1940 het doelwit van een Duits terreurbombardement, dat het centrum verwoestte en zes- tot negenhonderd slachtoffers maakte. Maar bijna evenveel Rotterdammers zijn in de latere oorlogsjaren slachtoffer geworden van strategische, geallieerde bombardementen op Rotterdamse haveninstallaties en fabrieken. Tussen alle afzwaaiers en slecht gerichte luchtaanvallen vormde de luchtaanval van 1943 met 326 doden de grootste misrekening die de geallieerden boven Rotterdam maakten.

Sinds enige jaren is in de wijken Tussendijken en Bospolder de werkgroep "Het Vergeten Bombardement' actief om vijftig jaar na dato een gedenkteken voor de slachtoffers op te richten. “Eerst zag ik er niet veel in, weer zo'n gedenkteken. Maar er is hier veel oud zeer, oude bewoners hebben het gevoel dat hen onrecht is aangedaan”, zegt werkgroeplid A. van der Steen. “Voor alles is een gedenkteken in Rotterdam, maar wij werden kennelijk geraakt door de verkeerde bommen.”, aldus oud-bewoner B. Briegoos, die zegt dat hij zelf de Amerikanen het bombardement na de oorlog ook niet wilde aanrekenen: “Het waren onze bevrijders, tenslotte.”

Toen afgelopen vrijdag het ontwerp van het "Vergeten Bombardement' bekend werd gemaakt, kwamen bijna tweehonderd oud-bewoners kijken. Ze wonen nu meestal in buitenwijken en slaapsteden als Ommoord, Alexanderpolder en Spijkenisse. Hun plaats in Rotterdam-West is ingenomen door migranten, wier kinderen op het monument zullen spelen. Waarschijnlijk met het oog op die nieuwe bewoners, en gelet op het hoge percentage stemmers op de Centrumdemocraten in Rotterdam-West, is het monument ook tegen racisme gericht.

Tussendijken en Bospolder lagen in 1943 nog op het front van de expanderende Rotterdamse haven. In het westen, richting Schiedam, lagen de Merwe-havens en de machinefabrieken en scheepswerven van Wilton-Fijenoord. Hier werd materieel van de Kriegsmarine gerepareerd en werkten zesduizend man aan de bouw van mijnenvegers, koopvaarders en een kruiser. Vlak naast de wijk lagen de oudere Keil-, Lek- en IJsselhavens.

De slag om de Atlantische Oceaan was in 1943 nog niet beslecht. Bestrijding van U-boten en hun havens had een hoge prioriteit. Hierbij speelden de "vliegende forten' en Liberators van de 8th US Air Force een belangrijke rol. Het waren haastig getrainde squadrons met veel jonge piloten, die nogal wat navigatiefouten maakten. De "Mighty Eight' kreeg in deze fase van de oorlog veelal "freshmen's targets', duidelijk herkenbare doelen met niet al te veel luchtafweergeschut. Wilton-Fijenoord was zo'n doel.

Op 4, 28 en 30 maart waren er bij luchtaanvallen op Wilton Fijenoord al twee grote droogdokken uitgeschakeld. Op 31 maart kregen de bemanningen van zes "Bomb Groups' - 102 bommenwerpers - bevel om een aanval uit te voeren op een machinefabriek van Wilton, 150 meter ten noordoosten van de werf, die op dat moment diende als reparatieafdeling van de Kriegsmarine. Maar boven Rotterdam bleek de bewolking zo dicht, dat 69 bommenwerpers omkeerden.

Twee overgebleven "Bomb Groups' vervolgden echter hun koers toen de bewolking boven Rotterdam-West brak. Het doel bleef achter de wolken verscholen. Op dat moment is om onbekende redenen besloten de bommen dan maar af te werpen op de Keile-, Lek en IJsselhaven, vlak naast Tussendijken-Bospolder. Mogelijk door de sterke wind (kracht 8 tot 10), mogelijk door een verkeerde aanvliegroute, dreven de meeste bommen af richting Bospolder en Tussendijken. Het was half twee 's middags. Binnen een kwartier stierven 326 mensen en raakten 400 mensen gewond, werden 2.661 woningen, 190 winkels en 89 bedrijven weggevaagd. Bijna 20.000 mensen werden dakloos.

Sommige oud-bewoners beweren dat het bombardement ze “niet meer zoveel zegt”. Maar R. Petrus, indertijd werktuigmonteur van de fabriek Van Perken's Patent, kan zijn emoties nog steeds niet bedwingen als hij erover vertelt. Hij kwam als enige levend uit de schuilkelder van zijn bedrijf, na lange tijd bekneld te hebben gelegen tussen het puin en 28 dode collega's. Een oudere dame vertelt een donatie voor het monument gestuurd te hebben na de vliegramp in de Bijlmermeer: “Vooral die berichten dat de lichamen waren verast door de hitte, heeft me geraakt. Mijn familie hebben ze indertijd ook niet teruggevonden.”

De meeste oud-bewoners kennen de wrange verhalen van het bombardement. Over het bruidspaar dat op 1 april zou trouwen, en daarom in bruiloftskleding werd begraven. Over de passagiers van tram 16 op de Schiedamseweg, die bij het luchtalarm waren uitgestapt en dekking zochten in groentewinkel Kraaijeveld. De winkel werd vol getroffen, alle passagiers kwamen om. Het tramstel was onbeschadigd. Of over dokter Vader, die niet naar zijn privé-schuilkelder ging, omdat er patiënten in zijn wachtkamer zaten. Ook zijn huis werd verwoest door een voltreffer, zijn hele familie en zijn patiënten overleden.

Voor de Duitsers vormde de ravage in Rotterdam-West een mooie aanleiding voor progaganda tegen de geallieerden. De Engelsen werden verantwoordelijk gehouden voor het bombardement. De Nieuwe Rotterdamsche Courant schreef op 1 april op hoge toon over de oorlogsmisdaden en de verwoestingen die de "Britsche Dood' had aangericht. Diezelfde dag leidden de Rotterdamse Beauftragte dr. C. Völckers en perschef W. Ditmar van de Rijkscommissaris gelijkgeschakelde journalisten door de ruïnes.

Maar ook een ondergrondse krant als Het Parool had in mei weinig waardering voor Amerikaanse "precisiebombardementen', die van acht kilometer hoogte werden uitgevoerd. De Nederlandse regering in Londen protesteerde bij het Engelse "Air Ministry', formeel verantwoordelijk voor de vluchten, en kreeg op 15 april een formele verontschuldiging. Een dag later stierven er in Haarlem 85 mensen bij een mislukt bombardement op een spoorwegemplacement.

Dat het gedenkteken voor het bombardement er op 31 maart komt, lijkt wel vast te staan, al heeft de verkoop van "Ketelbinkie T-shirts' en koffiemokken nog lang niet voldoende opgeleverd. Ook grote sponsors hebben zich nog niet gemeld. Fractieleider J. Janse van de PvdA in de Rotterdamse gemeenteraad meent echter dat “er nu zoveel verwachting gewekt is, dat we het geld wel bijeen moeten krijgen”.

(Gegevens ontleend aan het manuscript "Het vergeten bombardement' van Aad Wagenaar. Donaties zijn welkom op bankrekening 870433733, Verenigde Spaarbank, o.v.v. Bombardement 1943)

    • Coen van Zwol