Nostalgici en gefrustreerden herdenken "1917'

MOSKOU, 9 NOV. Voor een levensmiddelenzaak aan de Vredesboulevard in Moskou staat een jongetje met een vies jasje. Hij heeft z'n schaatsmuts tot op zijn kin getrokken. Vragend kijkt hij Oleg aan, een in zwart leren jack gehulde Rus. Hij wil iets eten. Maar hij heeft geen geld. Oleg neemt hem mee naar een aanpalend café op de Prospekt Mira.

De portier wil het jongetje aanvankelijk niet binnenlaten. Het is een heel gewone cafetaria, maar toch zijn straatschoffies er niet gewenst. Oleg sleurt hem onder zijn arm mee, bestelt een sandwich met worst, een glas mineraalwater en een kop koffie voor zichzelf. Het jongetje stort zich op de boterham. Oleg vraagt: “Hoe oud ben je?” “Zeven”, antwoordt het jongetje. “Dan zit je nog op school.” “Nee”, luidt het antwoord. En weg is de zevenjarige, een van de naar schatting honderdduizend zwerfkinderen in Moskou, op straat geschopt door ouders die thuis in drank en vuiligheid aan het verkommeren zijn.

Het is zaterdag 7 november. Een paar kilometer verderop wordt de Grote Oktoberrevolutie herdacht, de bolsjewistische omwenteling die vandaag precies 75 jaar geleden met succes werd doorgedrukt. De zevende november is in het democratische Rusland, waar de communistische partij is verboden en haar bezittingen zijn geconfisqueerd, gewoon een “feestdag” gebleven die recht geeft op een vrije maandag omdat de prazdnik zelf dit jaar in het weekeinde valt. Het verschil met vroeger is hooguit dat de demonstraties vandaag niet over het Rode Plein voeren en er geen partijleiders met grijze hoeden op Lenins graf staan te zwaaien. Het voormalige centrum van socialistische aanhankelijkheid is nu namelijk voor het publiek gesloten omdat de gemeentelijke dienst openbare werken juist vorige week is begonnen met een grootscheepse herbestrating van de kinderhoofdjes voor het mausoleum. Duizenden politie-agenten wachten in autobussen en vrachtwagens op het Rode Plein en in de vele zijstraten in de buurt de dag af.

De tegenstanders herdenken de revolutie 's morgens nabij het hoofdkwartier van de vroegere KGB. Ze hebben daar schuin tegenover de Loebjanka bloemen gelegd bij de "steen uit Solovki' (een Goelag-eiland in de Witte Zee), het on-Russisch want bescheiden en sobere monument ter nagedachtenis van de miljoenen slachtoffers van het stalinisme. Zij die de gevolgen van het communistische bewind aan den lijve hebben ondervonden, willen dat de zevende november een “dag van nationale rouw” wordt, een dag die niet langer in het teken staat van de “wraak” maar van de “verzoening”. Zij hebben aan de wieg gestaan van het nieuwe Rusland. Er zijn ongeveer tweehonderd mensen voor komen opdagen.

De voorstanders van het oude Rusland nemen een paar uur later het Manegeplein aan de voet van het Kremlin in bezit. Het is de inmiddels bekende bonte verzameling protestanten die langsmarcheert. Oude en lagere kaders van wijlen de CPSU in confectiekleding. Ze houden de rode Sovjet-vlaggen en afbeeldingen van Lenin stijf in de hand, blijven ook voor het overige een beetje op afstand en geven desgevraagd toe dat het door president Boris Jeltsin verboden Front van Nationale Redding in de persoon van generaal Albert Makasjov vooralsnog helaas slechts over een “kleine Bonaparte” beschikt. Kortom, dat zijn de partijgangers voor wie het tientallen jaren vanzelfsprekend is geweest om de zevende november in de “colonne” van buurt of fabriek mee te lopen en zich nu geen raad weten met het gemis aan richting.

Nationaal-communisten met petjes slepen portretten van Stalin mee en leuzen tegen de regering-Jeltsin die uit “joden en vrijmetselaars” zou bestaan. De Dag is hun lijfblad, de “krant van de geestelijke oppositie” waarin tegenwoordig ook de beroemde cineast Stanislav Govoroechin (van films als "Zo kun je niet leven' en "Het Rusland dat wij verloren hebben') schrijft. Turkse maoïsten in spijkerbroek en bruin-leren jacks van een organisatie die zich voluit Communistische Partij van Turkije/marxistisch-leninistisch (bolsjewieken) TKP/m-l (B) noemt, strooien mini-pamfletjes rond met de niet geheel uit de lucht gegrepen tekst “Wat Chroesjtsjov is begonnen, heeft Gorbatsjov afgemaakt” en worden bejubeld door vier Italiaanse communisten die zich, getuige hun spandoek, niet hebben neergelegd bij de omdoping van de PCI. Er zijn monarchisten met vlassige baarden die met hun tsaristische vlaggen in wit-geelgoud-zwart proberen het “grootse Rusland” van weleer in herinnering te roepen dat door de “joods-bolsjewistische communistische samenzwering” om zeep is geholpen.

Er zijn autochtone jeugdige hypernationalisten, geheel in het zwart, bij voorkeur ook op laarzen, in wier blaadje Russische Orde het hakenkruis en andere vergelijkbare tekens als “symbolen van Ruslands toekomst” worden aangeprezen. Er zijn Engelse trotskisten in spijkerbroek en bergschoenen, van Militant, een groep die Neil Kinnock indertijd uit de Labourparty heeft geknikkerd. Temidden van de anti-semitische, stalinistische en fascistische tegenstanders van hun aartsvader Leo Trotski, die vandaag ineens medestanders blijken, venten ze onbeschroomd met hun door ponden-sterling gefinancierde orgaan Arbeiders Democratie. En er zijn bovenal veel representanten van, wat Lenin genoemd zou hebben, het “lompenproletariaat”: op het eerste oog en gehoor ongeschoolden, bejaarden of arbeidsongeschikten die op elke vraag ongearticuleerd over “volksvijand” Jeltsin beginnen te ketteren en je vervolgens in het oor tetteren dat het “communisme een eeuwig idee is dat uiteindelijk zal overwinnen”.

Het zijn al met al ongeveer 25.000 mensen. Bijna net zoveel burgers zullen vandaag in het hoofdstedelijke warenhuis TsOEM een kijkje nemen in de vitrines die de firma Illusie er heeft gepacht voor de verkoop van haar Japanse elektronica.

Na een paar uur is het allemaal voorbij. Op steenworp afstand van alle herdenkingen is een café, Paradijsbar genaamd. Alleen voor mensen die SKV (vrij convertibele valuta) hebben te verteren. In de hoek ontvangt de uitbater zijn vrienden. Het gesprek gaat over dollars. Wij drinken er een kop koffie en een glaasje cognac tegen de koude voeten. Kosten: 55 harde guldens. Omgerekend in de Russische munt van vandaag: twaalfduizend roebel. Ofwel: 6,66 maal het officieel vastgestelde maandelijkse minimumloon.