Noodtoestand in Colombia uitgeroepen

MEXICO-STAD, 9 NOV. De Colombiaanse president César Gaviria heeft gisteravond voor een periode van negentig dagen de noodtoestand afgekondigd.

De maatregel is een antwoord van de regering op het hevige offensief in de afgelopen dagen van zowel linkse guerrillagroeperingen als drugshandelaren.

Alleen al dit weekeinde kwamen zeker dertig mensen om het leven en raakten zeventig anderen gewond tijdens tientallen bomaanslagen in de hoofdstad Bogotá en in de steden Medelln, Cucutá, Pereira en Armenia. Zaterdag werden 26 politiemensen doodgeschoten tijdens een vuurgevecht met linkse guerrilleros bij een olieveld in het departement Putumayo. In de zeven uur durende strijd werden ook vijf guerrilleros gedood.

Gaviria, die de noodtoestand afkondigde na spoedberaad gisterochtend van het Colombiaanse kabinet, zei gisteravond tijdens een nationale radio- en televisietoespraak dat “nu het moment is gekomen om degenen die de ergste misdadigers van het land zijn geworden, aan te pakken”. Binnen de noodtoestand krijgen de autoriteiten extra bevoegdheden in de strijd tegen de guerrilla en de drugshandelaren. Eén van de maatregelen is een gedeeltelijke censuur van de Colombiaanse pers. Kranten en elektronische media mogen niet langer vraaggesprekken met guerrilleros, of hun communiqués afdrukken of uitzenden. Ook zal het buitenlandse bedrijven onmogelijk worden gemaakt nog langer zaken te doen in Colombia, indien blijkt dat zij "beschermingsgeld' of losgeld hebben betaald voor ontvoerde personeelsleden. Ontvoeringen zijn een veelgebruikte methode van de guerrilla om de kas te spekken.

Het jongste offensief van de gezamenlijke guerrillagroepen FARC, ELN en een deel van de EPL, verenigd in het "Guerrilla-coördinaat Simon Bolvar', komt op een moment dat drugshandelaren die zijn verbonden aan het Medelln-kartel van de nog steeds voortvluchtige Pablo Escobar een slachting houden onder politie-agenten in Medelln. In de afgelopen tien dagen zijn ten minste 22 agenten doodgeschoten door huurmoordenaars die voor elke vermoorde agent een premie van twee- tot vierduizend dollar zouden ontvangen.

President Gaviria is na de ontsnapping van Pablo Escobar uit diens gevangenis in juli onder zware politieke druk komen te staan. Algemeen wordt zijn houding als weifelachtig ervaren. Gaviria, die een politiek van onderhandelingen met zowel drugshandelaren als guerrilla-strijders voorstond, wordt verweten dat hij te veel speelruimte heeft gegeven aan zowel het Medelln-kartel als het guerrilla-coördinaat.