Japanse vrachtvaarder met plutonium verlaat Cherbourg

PARIJS, 9 NOV. Het Japanse vrachtschip Akatsuki Maru is zaterdagavond met aan boord 1.500 kilo plutonium vertrokken uit de Normandische havenstad Cherbourg voor een reis van ongeveer twee maanden naar de Japanse haven Yokohama. De speciale containers waarin het plutonium is verpakt, werden zaterdag geladen onder protest van milieu-activisten, die het transport als een "drijvend Tsjernobyl' beschouwen.

De speciaal gebouwde Akatsuki Maru vertrok eind augustus uit Japan en kwam op 26 oktober in de marinehaven van Brest (Bretagne) aan. Na ravitaillering vertrok het met onbekende bestemming. In de nacht van vrijdag op zaterdag arriveerde het schip in de marinehaven van Cherbourg. Vrijwel tegelijkertijd werden de containers met het plutonium onder strenge veiligheidsmaatregelen - er werden 2.000 politiemannen en militairen ingezet - vanuit de nabijgelegen scheidings- en opwerkingsfabriek van de Franse staatsonderneming Cogema in La Hague naar de haven gebracht.

De actiegroep Greenpeace probeerde, uiteraard tevergeefs, de Akatsuki Maru te verhinderen de haven van Cherbourg binnen te varen. Franse marinemannen enterden het Greenpeace-schip Moby Dick, deelden stevige klappen uit aan actievoerders en journalisten aan boord en brachten het schip op. Terwijl het laden van de containers werd uitgevoerd onder het oog van camera's - verslaggevers konden de werkzaamheden via een tv-scherm volgen - liet Greenpeace de bekende snelle rubberboten te water voor een kat- en muisspel met twee Franse marineschepen. De belangstelling op de kade was echter gering. Een poging van demonstranten het vervoer uit La Hague tegen te houden mislukte.

Nadat het laden was voltooid, vertrok de Akatsuki Maru, begeleid door Franse marineschepen die een ander Greenpeaceschip, de Solo, op afstand hielden. Greenpeace heeft aangekondigd dat een van haar schepen de Akatsuki Maru op de reis naar Japan zal volgen. Daarbij is het in Het Kanaal al tot een aanvaring gekomen tussen de Solo en een Japans marineschip dat de Akatsuki Maru begeleidt. Bij het vertrek uit Cherbourg was ook een Franse onderzeeër in de nabijheid. De Akatsuki Maru navigeert met behulp van een satelliet en zal op zijn reis geen havens aandoen of in de buurt van de kust komen.

Het plutonium is in La Hague "gescheiden' uit gebruikte brandstof uit Japanse kerncentrales. Behalve plutonium komt daarbij uranium en hoog radio-actief afval vrij. Volgens de in 1976 tussen Cogema en Japanse elektriciteitsmaatschappijen ondertekende contracten is Japan verplicht het plutonium en uranium dat in La Hague wordt gescheiden, terug te nemen. Het afval dat overblijft, wordt verpakt in glas en in La Hague bewaard, totdat Japan zelf een oplossing heeft gevonden hoe dit afval kan worden opgeslagen.

Volgens de Franse minister van industrie, Dominique Strauss-Kahn, die zaterdagmiddag bij het laden in Cherbourg aanwezig was, zijn de afgelopen jaren 76 reizen per schip tussen Japan en Frankrijk uitgevoerd om gebruikte brandstof uit Japanse kerncentrales - inclusief dus geringe hoeveelheden plutonium - naar La Hague te brengen. Deze transporten hebben nooit enige aandacht getrokken.

Milieu-activisten menen dat een ongeluk met of aan boord van de Akatsuki Maru een milieuramp van ongekende omvang kan veroorzaken. De containers waarin het hoogst giftige metaal in poedervorm is verpakt, zijn volgens de Cogema bestand tegen waterdruk op 10.000 meter diepte en ze kunnen gedurende anderhalf uur een temperatuur van 1.000 graden Celsius (scheepsbrand) doorstaan. Volgens Philippe Vesseron, directeur van het Franse instituut voor bescherming en nucleaire veiligheid, is het grootste risico de verspreiding van plutonium in de atmosfeer. Volgens Cogema zijn alle mogelijke veiligheidsmaatregelen genomen om dit en andere risico's van het transport zoveel mogelijk te beperken.