Illegale Ghanezen voelen zich verraden; "Duizenden uitgeputte mensen met onder hun arm grote pakken Omo, radio's, kleren'

In Nederland leeft al meer dan tien jaar een grote Ghanese gemeenschap. Tot de vliegramp in de Bijlmermeer waren weinigen zich bewust van hun bestaan. Hoe leven Ghanezen in Nederland? En waarom komen zij juist in ons land een toekomst zoeken?

AMSTERDAM, 9 NOV. Elke dag om half vijf stond hij op. Kantoren schoonmaken. In Hoofddorp, Amsterdam, de Bijlmermeer. 'Black', zegt hij, zwart werk. John (38) werkte onder de naam van een vriend die wel papieren had. Zo kon hij aan werk komen. Aan de vriend betaalde hij een deel van zijn inkomen en elke maand stuurde hij geld naar Ghana. Naar zijn vrouw, zijn drie kinderen, zijn moeder. Nu is de vriend vertrokken naar Frankrijk. Johns huis is verwoest tijdens de Bijlmerramp. “Straks is alles voor niets geweest”, zegt hij. “Ik durf mijn vrienden en mijn familie niet onder ogen te komen.”

Tegenover hem zit Marcus (15). Net als John had hij bij landgenoten onderdak gevonden in de Bijlmermeer. Eerst woonde hij bij zijn zus in Londen, maar toen is hij naar Nederland gegaan. “Een man moet zijn eigen leven maken”, zegt hij als ik vraag waarom hij al zo jong door de wereld trekt.

John en Marcus. Zomaar twee van de duizenden Ghanezen die in ons land een leven onder de oppervlakte hadden opgebouwd. Hun bestaan bleef voor velen onbekend totdat een vliegtuig hun flats binnenvloog. Nu zitten ze in het buurtcentrum onder de flat Geinwijk. Ze slapen tussen de formica tafels en wachten of ze door de gemeente aan staatssecretaris Kosto zullen worden voorgedragen voor een verblijfsvergunning. Advocaten proberen bewijzen van hun bestaan te verzamelen; de gemeente probeert greep te krijgen op het complexe netwerk van verhoudingen waarin de gemeenschap haar overleving heeft georganiseerd.

Tussen de koffiebekertjes vertelt John over zijn leven "back in Ghana'. Een diploma van de landbouwschool, maar geen vast werk. Soms verkocht hij garen op de markt in Accra: “Genoeg om brood mee te kopen maar geen leven.” Acht jaar geleden kwam hij naar Nederland. Marcus daarentegen vertrok uit zijn land om een opleiding in het buitenland volgen: “Met een opleiding kun je een gezin maken”, zegt hij. Zijn jonge huid glanst in het herfstlicht. Eenmaal in Nederland pelde hij bollen in Aalsmeer. Vroeg op, laat thuis. Aan zijn opleiding is hij nog niet toegekomen: “Ik spaar voor het geld en de papieren.”

Beide behoren ze tot ht volk van de Ashanti, zoals het overgrote deel van de in Nederland wonende Ghanezen. Ze komen uit een van de rijkste gebieden van Ghana. Cacao, hout, diamanten, goud. “Mijn land heette goudkust, voordat de witte man kwam”, zegt John. Meer dan twee eeuwen lang stonden grote delen van het gebied dat nu Ghana heet onder Nederlands gouverneurschap. Vanuit de forten aan de kust bestuurde de West-Indische Compagnie de slavenhandel. Het hoofdkwartier lag in het Ghanese Almina. De meeste Surinaamse creolen komen oorspronkelijk uit Ghana. Na het opheffen van de Compagnie en het afschaffen van de slavenhandel besloten de Staten Generaal in 1872 de laatste gouverneur uit het gebied terug te trekken. De onrendabel geworden handelsvestiging werd overgedaan aan de Engelsen.

“Veel van onze namen scheppen nog een band met u”, zegt Toni Kofi. Achternamen als Van Dijk of Van der Puij komen in Ghana regelmatig voor. Kofi kwam in de jaren zeventig als vluchteling naar Nederland. Nu heeft hij een leidersrol in de Ghanese gemeenschap. Als een van weinigen is hij bereid in de openbaarheid te treden. Hij vertelt hoe de wereldmarktprijzen voor de grondstoffen in de jaren zeventig kelderden. Hoe ingrepen van het Internationaal Monetair Fonds in 1983 zorgden voor werkloosheid. Overheidsindustrieen werden geprivatiseerd. Grote ondernemingen als de "Ashanti Gold Fields Compagnie' zijn in Westerse handen, waardoor veel van de opbrengsten het land uitvloeien.

“Maar als je werkelijk wilt begrijpen waarom we hier zijn, en hoe we leven, dan moet je iets begrijpen van onze cultuur waarin de wereld groot is” zegt Kofi, terwijl zijn armen in een weids gebaar de koffie van tafel slaan. Hij vertelt over de diepgewortelde traditie in zijn land om erop uit te gaan. “Ghanese mensen zijn trotse mensen. Die trots het "te willen maken' drijft hen over de wereld.” Overal hebben Ghanezen hechte gemeenschappen waarin het helpen van elkaar en het doorgeven van informatie "zo gewoon is als ademen'.

Een sterke dwang tot prestatie, een hoge eigenwaarde en een traditie van “je moet erop uit, anders ben je een niemandalletje” is ook volgens priester Joop Visser een hoofdkenmerk van de Ghanese, en dan met name de Ashanti-cultuur. Al 25 jaar werkt Visser als missionaris in Ghana. De traditie van weggaan om geslaagd terug te keren wijdt hij onder andere aan het matriarchale erfsysteem, waarin jongens niet van hun vader erven en het dus "zelf moeten maken'.

Visser herinnert zich nog goed het debâcle in 1983, toen één miljoen Ghanese immigranten uit het buurland Nigeria werd gezet. “Op grote trucks kwamen ze het land binnen. In de laadbakken duizenden uitgeputte mensen met onder hun arm grote pakken Omo, radio's, kleren. Er waren vrouwen die hele droogkappen omklemd hielden. Ze grepen zich vast aan de produkten die ze verdiend hadden. De symbolen dat ze niet mislukt waren.”

Volgens Visser, die om gezondheidsredenen in Nederland is, verklaart deze cultuur waarom de Ghanese gemeenschap zich steeds zo gesloten heeft opgesteld. Er wordt alles aan gedaan om geen aandacht te trekken, alle vernuft wordt aangewend om niet weg te hoeven. Visser: “Weggaan is geen neutraal verlies, maar een schande. Hoe harder Ghanezen tegemoet worden getreden, hoe meer ze zullen vechten om te blijven.”

Daarbij komt volgens Visser ook “de geschiedenis met de blanken”. “In Ghana merk je hoezeer deze nog steeds wordt ervaren als een geschiedenis van uitbuiting en verraad”, vertelt hij. “Tot op de dag van vandaag zien de Ghanezen grondstoffen en opbrengsten naar het Westen verdwijnen. Een rijk land als Ghana, met een van de hoogst opgeleide en meest actieve bevolkingen van Afrika, zou toch niet arm moeten zijn, zeggen de mensen.”

“Een blanke wordt nog steeds gezien als een verraderlijk wezen waaraan het gevaarlijk is je over te geven”, aldus Visser. Volgens hem is het voor velen een enorme overwinning geweest om na de ramp in de Bijlmermeer gevolg te geven aan de oproep van het gemeentebestuur zich te laten registeren. “Alleen tegen deze achtergrond kan men begrijpen hoe hard het illegalendebat aankomt dat nu is ontstaan”, zegt hij. “Het wordt simpelweg opgevat als verraad. Mensen verwijten zichzelf dat ze zich hebben blootgegeven en het systeem van eigen contacten en eigen manieren om te overleven hebben vrijgegeven.”

Het ritme van trommels, de smaak van bier, het ruisen van zwarte en donkerrode gewaden. Deze zaterdagavond is de Ghanese gemeenschap in al zijn praalbijeen voor de funeral party, de herdenkingsbijeenkomst voor de doden van de vliegramp. Honderden mensen in de Bijlmersporthal. Ze luisteren naar de toespraken van hun dominees, priesters en imams. Dan is er opeens weer dat dansen, de heupen. Stampen met voeten, de armen omhoog. De mannen in hun traditionele begrafenisgewaden: een gekleurde lap stof om het lichaam gewonden, één schouder bloot. De vrouwen in schitterende roesjesjurken, een zwarte doek om de haren geknoopt.

Ook Marcus is er. Hij danst en luistert en praat en lacht op dit feest voor de doden dat bijna iets heeft van een bevrijding. John is niet gekomen. “Ik voel me dood”, had hij gezegd toen we door de regen tussen de Bijlmerflats liepen. Zijn Ghanese huisbazin weigert te getuigen dat hij bij haar inwoonde, waardoor hij niet op de Kosto-lijst komt.

Moe maar tevreden loopt ook Toni Kofi tussen de feestgangers. “Mooi he”, zegt hij en hijst zijn gewaad op. “De hele gemeenschap is bijeen. Hier kun je begrijpen hoe het werkt.” Hij praat over het illegalendebat en de gevolgen die het kan hebben voor zijn gemeenschap. Kofi vertelt hoe ook de Ghanese gemeenschap belang heeft bij een dialoog en open contacten met de autoriteiten. “Ze zullen moeten erkennen dat we bestaan. Legaal of illegaal. Als de Nederlandse autoriteiten doorgaan ons te intimideren en wanhopig te maken vrees ik dat ze alleen het tegenovergestelde bereiken van wat ze willen. We worden nog hechter, duiken nog dieper onder, en we worden kwetsbaar voor mensen die ons willen gebruiken voor illegale praktijken.”

De namen van John en Marcus zijn om redenen van privacy gefingeerd.