"Iedereen doctorandus'

De beschuldiging van stalinistische praktijken (Marc Chavannes in "Iedereen doctorandus 4'), is een aantijging die ik niet op me laat zitten. Wat ik waardeerde in de voorgaande kronieken was zijn rake typering van de universiteit als speelbal van een groot aantal gelijktijdige, in aanzet positieve ontwikkelingen, die doordat ze tegelijkertijd en te rigoreus en zonder extra geld zijn uitgevoerd, de universiteit wel danig in de knel hebben gebracht. Niet alleen de wetenschappelijke staf heeft het daardoor moeilijk, ook het bestuur. Daarom had ik van onze docente Heleen van Haaften verwacht dat zij in haar reactie op Chavannes meer nuance zou hebben aangebracht.

Wie om het eigen gedrag te verdedigen (Chavannes schreef "dat zo veel universitaire academici zich jarenlang koest hebben gehouden') niets anders weet dan bestuurders te beschuldigen van intimidatie en onderdrukking, die ziet de zaak te simpel. De bestuurder moet uiteraard de wet loyaal uitvoeren, maar tegelijk moet het bestuur zoveel mogelijk tegemoet komen aan de terechte druk van binnenuit om maximale ruimte te behouden voor onderwijs en onderzoek. Als Van Haaften suggereert dat de besturen hun bureaus met academici hebben uitgebreid ten koste van de wetenschappelijke staf dan stel ik daartegenover dat geen enkele organisatie van enige omvang nog bestuurd kan worden zonder het management verder te academiseren. Ik vraag me af waar de universiteiten waren gebleven als ze tegenover de ambtelijke cijferaars van de overheid geen evenwaardig tegenspel hadden kunnen bieden.

Van dezelfde orde is de aantijging dat wij onze oren te veel laten hangen naar het geld van externe opdrachtgevers. Als wij die extra geldstroom niet krachtig hadden gestimuleerd, dan hadden we onze opdracht niet verstaan. Maar nu we ondanks overheidsbezuinigingen honderden medewerkers aan hebben kunnen stellen om voor derden te werken durf ik te zeggen dat we iets goeds voor onze universiteit hebben gedaan. Ook voor de studenten hebben we een open oor. Anders dan Van Haaften beweert stelden studenten die actief zijn in het bestuurswerk zelf onlangs vast dat het in Wageningen gemakkelijk is om met het college in contact te treden. Ik ontken niet dat we met studentengroeperingen soms harde noten kraken, maar ik wijs liever op het resultaat daarvan. Onlangs nog hebben we op aandringen van de studenten een "brede onderwijsdiscussie' gevoerd en momenteel ondersteunen we studenten bij een evaluatie van de afzonderlijke vakken.

Als een Wageningse docente haar aanblijven aan de universiteit alleen maar verdedigt door te suggereren dat "de strijd' van de wetenschappelijke staf zich afspeelt "onder de al dan niet openlijke bedreiging van ontslag' en als vervolgens deze krant haar weer bijvalt door een afkeurende brief van mij aan haar adres met stalinisme te vergelijken, dan maak ik me daar boos over. De "revalidatie van de bestaande universiteiten' is een heel wat subtieler proces dan dat eenzijdige verwijten daar een goede richtingwijzer voor zouden kunnen zijn.