Het Nederlandse rentebeeld wordt relatief sterker

ROTTERDAM, 9 NOV. Na de verlaging van het Duitse disconto tijdens de valuta-crisis in september, verkeerde de Nederlandse obligatiemarkt in een welhaast euforische stemming. Het sentiment was eindelijk omgeslagen en Nederland en Duitsland zouden samen het pad van lagere rentes aflopen. In de afgelopen twee weken zijn er echter indicaties geweest dat Nederland sneller kan lopen dan zijn grote broer uit het Oosten. Hiermee zijn de financiële markten eigenlijk weer in de situatie aanbeland waarmee zij de eerste zes maanden van 1992 werden geconfronteerd. Ook toen was er in Nederland meer ruimte voor renteverlagingen dan in Duitsland; dit in samenhang met de eenwordingseffecten en de geldgroei in Duitsland. Nu zijn het de inflatie-ontwikkelingen zelf die een spoedige verlaging in Duitsland in de weg lijken te staan. Het twee weken geleden bekend gemaakte inflatie-cijfer van 3,8 procent was onverwacht hoog. En voor januari ligt er nog een verhoging van de b.t.w. in het verschiet. Dit staat in contrast tot het Nederlandse inflatie-cijfer van 3,0 procent dat afgelopen vrijdag bekend werd gemaakt. In Nederland is de btw onlangs juist verlaagd.

De vraag is nu of de Nederlandse obligatiemarkt kan profiteren van dit positieve inflatie-differentieel. De lange rente in Nederland is sinds september voortdurend sneller gedaald dan in Duitsland. Zodanig zelfs dat de Nederlandse rente haar Duitse evenknie tot op een haar is genaderd. Hoewel het niet meer is uit te sluiten, is het niet waarschijnlijk dat de Nederlandse rente onder de Duitse zal komen te liggen. Beleggers zouden slechts genoegen nemen met een lagere Nederlandse rente als daar de verwachting tegen over stond dat de gulden fors zou appreciëren ten opzichte van de mark. Gegeven de reeds sterke guldenskoers en het wisselkoersbeleid van DNB is dat geen waarschijnlijke optie.

Meer voor de hand liggend is het dat de korte rente verder zal dalen ten opzichte van de Duitse geldmarktrente. Verschillende buurlanden van Duitsland hebben laten zien dat zij onafhankelijk van de Bundesbank zelfs hun officiële tarieven kunnen verlagen zonder dat zij daarvoor aan monetaire geloofwaardigheid hoeven in te boeten en zonder dat de valutaire positie ondergraven wordt. Het laatste voorbeeld hiervan is de jongste verlaging van de Franse interventierente met 0,25 procentpunt. In Nederland lijkt dan ook, mede gezien de ijzersterke sterke gulden-Dmark koers, een nieuwe onafhankelijk verlaging van de speciale beleningsrente tot de mogelijkheden te behoren.

Internationale obligatiemarkten

De reactie op de Amerikaanse Treasury markt op de Democratische verkiezingsoverwinning was uiteindelijk vrij beperkt: de uitslag was al grotendeels in de koersen verdisconteerd. Hoewel zeker nog geen duidelijkheid bestaat over Clintonomics, wordt er rekening gehouden mee gehouden dat het financieel-economisch beleid een sterk stimulerend karakter zal dragen. Het risico van een oplopend overheidstekort, een vooreerst verder groeiende staatsschuld en een stijgende inflatie is dus aanwezig, en derhalve ook het risico van oplopende rentes. Dit geldt te meer daar een verdere verruiming van het rentebeleid door de Fed niet wordt verwacht: de laatste cijfers lijken er op te wijzen dat de Amerikaanse economie langzaam maar zeker uit het dal kruipt, op eigen kracht en zonder fiscale stimulans. Met name de fraaie groei van de orders voor kapitaalgoederen vorige week duidt op een toenemend vertrouwen bij de ondernemers. Bleef de obligatiemarkt vooralsnog afwachtend, zo niet de dollar die alvast een voorschot nam op het aantrekken van de economie en een verwachte rentestijging. De Amerikaanse munt noteerde vorige week ten opzichte van de gulden 6 cent hoger.

De Britse obligatiemarkt daarentegen heeft, in het licht van het parlementaire debat vorige week over de ratificatie van het verdrag van Maastricht, forse fluctuaties laten zien. Na Major's nipte overwinning in het Lagerhuis, waar hij "Maastricht' levend wist te houden en zijn politieke carriere wist te verlengen, is een nieuwe Britse renteverlaging meer waarschijnlijk geworden. De stijging op de Britse giltmarkt maakte de vóór het debat gemaakte verliezen dan ook meer dan goed. Nadien werd evenwel bekend, dat de Britse regering had besloten de definitieve ratificatie van het verdrag af te laten hangen van de uitslag van een tweede Deense referendum over Maastricht, daarmee de tweeslachtigheid in stand houdend over de Britse positie ten aanzien van de Europese eenwording.

In continentaal Europa was sprake van een blijven aarzelend rentebeeld. Met namede laatste cijfers uit Duitsland die wijzen op aanhoudende prijsstijgingen deden het rentebeeld geen goed. Alleen in Frankrijk liet de rente een daling zien, mede ingegeven door de officiële renteverlagingen begin van de week door de centrale bank. Volgens de Franse premier zijn verdere verlagingen van de rente niet uit te sluiten. Gezien de gunstige inflatievooruitzichten (de Franse inflatie behoort overigens al tot de laagste van Europa) zou de rente inderdaad verder omlaag kunnen. Bovendien kan worden geconstateerd dat de Franse franc zich inmiddels definitief heeft hersteld van de EMS-crisis. Dit geldt zeker niet de Spaanse peseta: opnieuw werd gespeculeerd over een devaluatie van deze munt nog voor het eind van het jaar.

Bron: Institute for Research and Investment Services, Joint Venture Rabobank en Robeco Groep