Eerste debat over cultuur en omroep; Kunsten '92 wil nieuw Kunstenplan

UTRECHT, 9 NOV. De beweging Kunsten '92, dit voorjaar ontstaan uit protest tegen een aantal maatregelen in het nieuwe Kunstenplan van minister d'Ancona, is zaterdag in Utrecht omgezet in een permanente vereniging. Kunsten '92, waarvan nu 132 kunstinstellingen lid zijn, stelt zich ten doel het draagvlak voor de kunst, cultuur en cultuurbehoud te verbreden, de belangen van de kunstwereld als geheel te behartigen, politieke partijen te beïnvloeden en te fungeren als gesprekspartner voor de overheid.

Het bestuur bestaat uit 15 leden uit verschillende sectoren van de kunstwereld, al wordt nog geprobeerd het ledenbestand verder te verbreden met musea en commerciële kunstinstellingen als uitgeverijen en bioscopen. De initiatiefnemers Frans de Ruiter (directeur van het Haagse Koninklijk Conservatorium) en Martijn Sanders (directeur van het Amsterdamse Concertgebouw) zijn gekozen tot voorzitter en vice-voorzitter.

Hoewel Kunsten '92 als eerste beleidsdoelen heeft het kunstbudget flink te verhogen en alsnog een nieuw en verbeterd Kunstenplan voor de periode 1993-'96 aangenomen te krijgen, zegt de vereniging niet te willen optreden als alternatieve Raad voor de Kunst of als permanent opposant van het ministerie van WVC. De vereniging wil juist met WVC een bondgenootschap vormen “ter verdediging van de kunsten en beëindiging van de borrelpraat over subsidies als weggegooid geld.”

Kunsten '92 zal binnenkort een manifest publiceren en wil vooral ook ideeën voor de lange termijn formuleren. Daarnaast komt een reeks openbare debatten, waarvan het eerste - over Kunst en cultuur, en de media - afgelopen zaterdagmiddag al plaatsvond in de Kleine Zaal van het Utrechtse Muziekcentrum Vredenburg met deelname van PvdA-voorzitter Felix Rottenberg, die adviseur is van Kunsten '92. Aanleiding was het plan van de NOS om tien miljoen gulden te bezuigingen op het Muziekcentrum van de omroep en dat bedrag te besteden aan meer film en drama op tv.

Max de Jong, voorzitter van de NOS, verdedigde de verschuiving van tien miljoen, waardoor een van de omroeporkesten dreigt te verdwijnen, met de stelling dat een disproportioneel deel van de cultuurgelden van de omroep (72 procent van 114 miljoen gulden) nu wordt besteed aan klassieke muziek. Reinbert de Leeuw hekelde het NOS-besluit, dat geen onderdeel uitmaakt van een totaalvisie op het functioneren van het Muziekcentrum binnen de omroep, als “het bij voorbaat amputeren van een been terwijl de diagnose van de ziekte nog moet worden vastgesteld.” Volgens De Leeuw is het weerzinwekkend dat het land met de slechtste klassieke radiozender ter wereld gaat snijden in het kwalitatief interessantste muziekbestel ter wereld.”

De Jong schetste een financieel somber beeld van de toekomst van de publieke omroep en ontkende dat de omroep voldoende geld heeft om door samenwerking met kunstinstellingen substantieel bij te dragen aan het instandhouden daarvan.

De discussie liep vast in alsmaar herhaalde klachten over de ellende van het omroepbestel met omroepverenigingen die zichzelf hebben overleefd. De Jong gaf toe dat het bestaande bestel niet ideaal is, maar wettelijke kaders verhinderen principiële veranderingen. Rottenberg: “Dan veranderen we de wet toch?” Maar De Jong achtte het huidige bestel daarvoor te hecht verankerd in de Nederlandse samenleving en het parlement. Volgens hem moet de verandering van binnenuit totstand komen, door meer vrijwillige samenwerking tussen de omroepen.

Ondanks een boze uitval van Martijn Sanders - “Kunst is te belangrijk om aan de omroep over te laten” - wilde De Jong uiteindelijk wel toezeggen bereid te zijn in overleg te treden met Kunsten '92 en zinvolle initiatieven van Kunsten '92 binnen de omroep te begeleiden. Kunsten '92 bleek met die belofte content.