De authentieke muziek brengt geen schok meer teweeg; Verantwoorde natuurhoorns

Concert: Negende symfonie van Beethoven door het Orkest van de Achttiende en de Negentiende Eeuw en het Gulbenkian Koor o.l.v. Frans Brüggen, met Lynne Dawson, Jard van Nes, Anthony Rolfe Johnson en Eike Wilm Schulte. Gehoord: 7/11, Concertgebouw Amsterdam. Herhaling: 10 en 11/11 Vredenburg Utrecht. Radio: 13/11 Radio 4 (20.02u).

In de tijd dat het Nederlandse muziekleven nog zeer rumoerig was, riep Frans Brüggen dat het Concertgebouworkest leugens verspreidde met haar interpretatie van de klassieke muziek tot en met Beethoven. Hij richtte het Orkest van de Achttiende Eeuw op, om daarmee zijn waarheid te kunnen verkondigen. Bij die gelegenheid zei hij, meen ik, dat hij met dit orkest nooit de Vijfde van Beethoven zou bereiken, want het orkest was gemodelleerd naar beroemde klassieke voorbeelden zoals die vóór Beethoven onder meer in Mannheim en Wenen bestonden.

Inmiddels dirigeert Brüggen in de passietijd het Concertgebouworkest, hoewel hij met moderne instrumenten niet veel meer dan halve waarheden kan vertellen. Ook die andere belofte heeft hij niet helemaal gehouden. Brüggen kan niet om de late Beethovens heen. Maar voor die gelegenheden breidt hij zijn achttiende-eeuwse ensemble uit tot een "Orkest van de Achttiende en de Negentiende eeuw'. Zo ook zaterdag in de Vara-matinee, waar hij Beethovens Negende ten gehore bracht. Brüggen stond aan het hoofd van 77 instrumentalisten van wie een deel zichtbaar niet uit die achttiende-eeuwse traditie kwam. Zo had één van de zes bassisten een moderne streekvoering, met de hand boven de strijkstok. Toch, of misschien wel juist daardoor, maakte het geheel een verantwoorde indruk. Zo moet het geweest zijn in Beethovens tijd, waarin romantische idealen geleidelijk de klassieke verdrongen.

Het klinkend resultaat was in ieder geval prachtig, ook al lijden zelfs historisch verantwoorde interpretaties aan een soort luistergewenning. Het fraaie, scherpe dynamische reliëf, de heldere en analytische stemvoering, de zorgvuldig gekozen tempi, de spannend geaccentueerde kleurverschillen tussen snerpende blazers en warme strijkers, een lekker strak en niet al te wollig gezongen slotkoor, en een mooi op elkaar afgestemd solisten-ensemble (alleen sopraan Lynne Dawson was af en toe wat prominent aanwezig) - het was er allemaal. Alleen, het nieuwe is er al een tijdje af. Maar daar kunnen Brüggen en de zijnen niets aan doen. Toen Harnoncourt zijn eerste "authentieke' Johannes Passie deed, in de jaren zestig, was de schok groot. Het was alsof hier een totaal nieuw werk klonk. Kleine oneffenheden werden op de koop toe genomen. Die tijd is echter voorbij. Als we tegenwoordig van die angstaanjagend bedeesde natuurhoorns horen, verlangen we stiekem naar een klein leugentje om bestwil.

    • Paul Luttikhuis