Cras na KZ-Amsterdam met knie in verband: "Blauwe plekken zijn niet erg'; Benen als afweer tegen push van Taco

DEN HAAG, 9 NOV. De rechterknie van Robert Cras was na de wedstrijd tegen Amsterdam goed ingepakt. De verdediger van Klein Zwitserland had zich bereid verklaard om bij strafcorners in de baan van de push van Taco van den Honert, hét wapen van de Amsterdammers, uit te lopen. Ongevaarlijk is zo'n opdracht zeker niet. De speler heeft een grote kans hard door de bal te worden getroffen. Dat besefte Cras zich ook. “Maar”, legde hij na afloop uit, “ik wist dat als ik snel zou zijn alleen op mijn benen zou worden geraakt. Dat is ook pijnlijk, maar valt te overleven.”

Hij had het voor zijn ploeg over gehad. Het leverde uiteindelijk redelijk succes op. Vijf keer mocht Van den Honert aanleggen, eenmaal scoorde hij toen hij de bal niet in de gebruikelijke rechterhoek pushte, maar op de linkerkant richtte. De Amsterdamse middenvelder bleef daarmee onder zijn gemiddelde. De dappere Cras werd twee keer geraakt, beide ballen kwamen op zijn knie. “Een paar blauwe plekken is niet erg”, concludeerde hij.

Robert Cras haalde dus hinkend het einde. Van den Honert zelf niet. Hij kreeg in de tweede helft een bal van ploeggenoot Walter Drenth, sterk in de defensie, op zijn rechterhand en blesseerde de ringvinger. Van den Honert verbeet de pijn, speelde door, kwam een paar keer naar de kant voor verzorging, maar moest zich met een dikker wordende vinger na een kwartier toch laten vervangen. Dokter Joep Brenninkmeijer, tevens coach van Amsterdam, dacht na de wedstrijd niet dat er van een breuk sprake is. Vandaag zou er voor de zekerheid een foto worden gemaakt. KZ'er Cras gaf na afloop toe blij te zijn geweest dat Van den Honert eruit moest. Hij had geen trek in nog meer klappen op zijn benen.

Amsterdam en Klein Zwitserland waren gisteren in Den Haag bereid tot het uiterste te gaan. En dat maakt de strijd tussen de nummers één en twee uit de hoofdklasse boeiend. Het gelijkspel (2-2) was voor beide het verdiende loon. De coaches, Brenninkmeijer en Nederlof (KZ), toonden zich daarmee ook tevreden. Amsterdam leed weliswaar zijn eerste puntverlies in dit seizoen, maar dat deed nauwelijks pijn omdat ook concurrent HGC (3-3 bij Hattem) gelijkspeelde. Brenninkmeijer en zijn spelers mopperden alleen nog wat na over arbiter Steensma die na rust heel veel tegen Amsterdam floot.

Amsterdam heeft een agressieve speelstijl. De ploeg maakte tegen KZ indruk met de manier waarop er op de helft van de tegenstander op de bal werd gejaagd. Coach Brenninkmeijer noemt het "forechecken' “mijn hobby”. “Ik vind het prachtig als ik zo'n Erwin Peeters op zijn buik voor de bal zie gaan.” En ook spelers als Bastiaan van Ede en de onverbeten Australiër Graham Reid zijn niet te beroerd een duik te maken. Sommige Amsterdammers kwamen in Den Haag dan ook besmeurd van het veld af. Dat was extra goed te zien omdat de ploeg gisteren helemaal in het wit speelde. Dat hadden de hockeyers zelf na afloop van de laatste training op vrijdagavond besloten. "Balle' van Ede kwam met het idee en de rest stemde er mee in. Ze vonden het wel bij hun team horen om in “koninklijke kleuren” - naar Real Madrid - te verschijnen. Het typeert de stemming bij Amsterdam, dat een zelfverzekerde indruk maakt.

Volgens coach Brenninkmeijer heeft de grote ommekeer bij zijn ploeg verleden seizoen na de winterstop plaatsgevonden. Amsterdam stond toen na de eerste helft van de competitie op de derde plaats van onderen en de spelers kwamen toen tot het besef dat er iets moest veranderen. Brenninkmeijer constateerde dat de 2-1 achterstand, die zijn team gisteren vier minuten na het uitvallen van spelbepaler Van den Honert opliep, een jaar geleden waarschijnlijk niet zou zijn goed gemaakt. Nu knokte Amsterdam zich over de tegenslag heen.

De verdiende gelijkmaker was een schoonheid van een doelpunt. Van Ede ging op een hele kleine ruimte een tegenstander voorbij en zijn voorzet werd bij de eerste paal ingetikt door Reid. Van Ede is één van de drie Amsterdammers die na afloop door bondscoach Oltmans voor de nationale selectie werden uitgenodigd. Dat is de beloning voor een opvallende seizoenstart. Brenninkmeijer vindt echter dat zijn keeper Egon Jesse en zijn aanvoerder Rogier van der Wal ook een invitatie hadden verdiend.

    • Hans Klippus