Celliste Frances-Marie Uitti bedwingt de losse toon in tweede Rumori-serie; Melodies: gek op georganiseerd geluid

Concert: In de 2e serie Rumori: Roma van Paul Termos en En Route van Gilius van Bergeijk door Frances Marie Uitti (cello), Kassandra van Iannis Xenakis door Jannie Pranger (stem) en Johan Faber (slagwerk), de groep Melodies o.l.v. rietblazer Peter van Bergen. Gehoord: 8/11 Frascati, Amsterdam.

Dat muziek "georganiseerd geluid' is, zoals het nieuwe Rumori-programma meedeelt, is natuurlijk geen nieuws. De vraag is echter of je de zaak ook om kunt draaien: levert de organisatie van geluid ook per se muziek op? Het kleurig gerinkel van een in een vrachtwagen omgekieperde glasbak, elke maandagochtend weer, is dat georganiseerd genoeg? De meeslepende dreun van een heimachine in een bouwput, is dat muziek?

De laatste vragen zijn actueel bij de toernee van de Melodies, een Nederlands / Amerikaans sextet onder leiding van Peter van Bergen. De groepsnaam is namelijk een farce, de Melodies zijn gek op geluid maar haten het melodische uit de grond van hun hart. De kern van de groep is van Hollands beton: rietblazer Peter van Bergen en de gitaristen Huib Emmer en Jacques Palinckx. Zij zorgen voor het gewapende staketsel, hol en onherbergzaam. De drie gastinnen uit Amerika zorgen voor zover het bouwplan dat toestaat, voor huiselijke aankleding. Jin Hi Kim, die in hurkzit op een tafel zit, tokkelt op haar Koreaanse komungo, een sterk op de Chinese quqin gelijkende plankzither. Ikue Mori zit op een stoel achter een tafel.

Een rockdrum-periode ligt achter haar, maar af en toe kan ze het niet laten en tovert ze uit de knoppendoos voor zich een heuse house beat. Echte knusheid levert dat echter niet op, een huis is niet zomaar een home. De derde gaste, Zeena Parkins, is geen engel met een harp maar een duiveltje met een nep-harp, die slechts helse geluiden voortbrengt.

De "kamermuziek' van de Melodies is doelbewust ongezellig en bij vlagen heel vervreemdend. Worden in "gewone' muziek met abstracte middelen veelal concrete doelen nagestreeft, een mooi liedje, een lekkere groove, bij de Melodies gebeurt het omgekeerde. Met concreet materiaal wordt het meest abstracte "klankschap' geschapen dat maar denkbaar is.

Ook het programma voor de pauze was niet alledaags. Het solo-optreden van celliste Frances-Marie Uitti bestond uit twee stukken. In Roma van Paul Termos lijkt het te gaan om de relatie tussen een tonengroepje en een individuele toon. Het groepje neemt verschillende vormen aan, ostinato en ladder bijvoorbeeld, de losse toon herziet daarop telkens zijn positie. Er is distantie, confrontatie en een poging tot integratie, maar aan het eind is de losse toon nog even alleen als aan het begin. De door Termos beoogde helderheid werd door Uitti goed aangevoeld. Vaagheid of gerommel waren geen ogenblik aan de orde.

Dat laatste was wel het geval in En Route van Gilius van Bergeijk, maar daar hoorde het ook. In dit zeer korte stuk hoort men een musicus die iets voor een prijsuitreiking moet instuderen. Hij wil er stevig en vrolijk tegenaan, maar durft niet goed omdat hij weet dat de buren meeluisteren. Ook dit staaltje van duidelijke onduidelijkheid was bij Uitti in goede handen.

Kassandra, een toevoeging aan Oresteia van Iannis Xenakis uit 1966 klonk nogal merkwaardig. De fraaie slagwerkpartijen van Johan Faber waren duidelijk genoeg, de dubbelrol van vocaliste Jannie Pranger was dat niet. “Waarom dat weegeroep? Greep u een afschuw aan?” zingt ze tegen het eind in haar rol van koorleider. De klacht van de koorleider is begrijpelijk. Wilde de klassieke Griekse schrijver Aeschylus of zijn componerende landgenoot van vele eeuwen later echt dan Kassandra zou praatzingen als een volledig op hol geslagen Margreet Dolman?