"Blut' en vooral "Boden' in ex-Joegoslavië; Mensen, zelfs de eigen stamgenoten, komen pas op het tweede plan; Nationalisme in de zin van natievorming staat in dienst van territoriaal gewin

Tadeusz Mazowiecki, speciale VN-rapporteur over de rechten van de mens in wat eens Joegoslavië heette, blijkt een nieuw vermoeden omtrent de oorlog te zijn gaan koesteren dat hijzelf als schokkend ervoer maar waarvan de originaliteit toch bij nader inzien valt te betwisten. “De praktijk van etnische zuivering”, zo zei hij, “lijkt geen gevolg van de oorlog, maar juist het doel ervan” (NRC Handelsblad, 29 oktober).

Nu hoeft er niet noodzakelijkerwijs een onderscheid te bestaan tussen gevolg en aanvankelijk doel van een oorlog. Indien de winnende partij het voor het zeggen krijgt, en dat is na een oorlog vaak het geval, dan zal zij datgene wat ze zich bij het openen van de vijandelijkheden ten doel heeft gesteld, zoveel mogelijk in praktijk proberen te brengen zodra de strijd is beslecht.

Dat Mazowiecki toch dit onderscheid maakt, zegt meer over de ontwikkeling van zijn eigen visie op de gebeurtenissen in ex-Joegoslavië dan over de gebeurtenissen zelf. Die ontwikkeling van zijn inzicht komt erop neer dat hij aanvankelijk de verjaging van bevolkingsgroepen uit hun woonsteden heeft beschouwd als een betreurenswaardig neveneffect van de oorlog, maar dat hij nu - lijkt het - tot de slotsom is gekomen dat de oorlog louter als middel is aangewend om bevolkingsgroepen uit hun woonsteden te verdrijven.

En dat is opmerkelijk omdat dit laatste al van het begin af het geval is geweest. Het primitieve nationalisme dat zich van de diverse volken in het oude Joegoslavië heeft meester gemaakt, bekommert zich niet om intellectuele zaken als cultuurverrijking, historisch onderzoek naar de eigen wortels, zeden en gewoonten of taalpurisme; het bekommert zich uitsluitend om grondgebied.

Grondgebied werd cruciaal toen de bewoners van het oude Joegoslavië als eersten beseften dat hun staat niet meer te redden was en diverse leiders, Milosevic voorop, gingen proberen om bij de opdeling zoveel mogelijk territoriale graantjes mee te pikken. De tot nationalist uitgegroeide Serviër Milosevic is als ex-communist even gevoelig voor de relatie tussen gebiedsuitbreiding en machtsvergroting als de ex-communistische en overtuigd antisemitische Kroatische nationalist Tudjman. Meer grondgebied betekent een grotere staat, en een grotere staat betekent meer prestige en macht.

Maar grondgebied is pas met enig recht van spreken als eigendom op te eisen wanneer het merendeels door mensen wordt bewoond van de eigen nationaliteit. Teneinde dit recht van spreken te bevorderen en het zelfs van toepassing te kunnen verklaren op gebieden waarin van een meerderheid van de eigen stam geen sprake is, is het zaak om de eigen minderheid te promoveren tot meerderheid, en dat kunststukje is alleen uit te halen door aanwending van geweld tegen degenen die niet tot de eigen stam behoren, en hen uit het begeerde gebied te verjagen.

De territoriale obsessie verhindert ook dat men rekening houdt met de bevolking, zelfs die van de eigen nationaliteit. Serviërs beschieten al maanden lang Sarajevo waar een gemeenschap van Serviërs leeft, Kroaten hebben meermalen aanvallen uitgevoerd op dorpen waarin zich onder meer Kroaten bevonden, en de moslims schieten, als men de berichten mag geloven, bij tijd en wijle op hun eigen kinderen en op begrafenissen. Mensen, zelfs de eigen stamgenoten, komen pas op het tweede plan; nationalisme in de zin van natievorming staat in dienst van territoriaal gewin.

Dit primitivisme, zo duidelijk ook de brandstof van de dubieuze vechtersbazen waaraan alle partijen hun strijd hebben toevertrouwd en die op grond van hun territoriale monomanie alle nationale en internationale afspraken hardnekkig aan hun laars lappen, is onuitroeibaar zolang de grenzen van de diverse staatjes niet vastliggen en het zal zich, alle protesten daartegen ten spijt, blijven richten op etnische zuivering, niet zozeer om redenen van "Blut', als wel om redenen van "Boden'. Het is ook te vrezen dat de ongelukkigen die met behulp van intimidatie, oorlogsgeweld en foltering van huis en haard zijn weggepest, bij beëindiging van de strijd voorgoed statenloos blijken te zijn geworden omdat er voor hen in geval van een definitieve opdeling geen plaats meer zal zijn.

Zelfs degenen die zich het meest stoten aan de schande van etnische schoonmaak - in Europa overigens geen nieuw verschijnsel - blijven in gebreke wanneer hun naar een alternatief wordt gevraagd. Dat bestaat in de huidige omstandigheden ook niet, tenzij men vasthoudt aan militair ingrijpen ter verwezenlijking van multiraciale overtuigingen en op grond daarvan in ex-Joegoslavië wijdverspreide guerrilla, terrorisme en sectarische moordpartijen wil riskeren.

De verdeling van een erfenis gaat nu eenmaal soms gepaard met twist en soms met handgemeen en een buitenstaander doet er goed aan, zelfs al jeuken zijn handen, zich daarmee zo weinig mogelijk te bemoeien. De aanwezigheid van buitenstaanders wordt trouwens tijdens zo'n familievete helemaal niet op prijs gesteld, vooral niet als ze zich het recht aanmatigen met dwangmiddelen in te grijpen. VN-soldaten die gewapend mogen rondlopen bevorderen de xenofobie in een land waarvan het gros van de bevolking toch al decennia lang van de buitenwereld afgesloten is geweest. En met een beetje boerenslimheid moet het voor deze of gene partij niet al te moeilijk zijn om gewapende VN-soldaten tot schieten te provoceren, met alle gevolgen van dien.

Internationale organisaties als de VN, de EG en de NAVO hebben aan de hand van het Joegoslavische drama kunnen vaststellen hoe gering hun invloed op dit soort situaties is. In feite kan die invloed nog geringer uitvallen, namelijk wanneer zich situaties voordoen waarin internationale bemoeienis vrijwel onmogelijk dan wel uiterst gevaarlijk wordt. Een slaande ruzie tussen de Russische Republiek en een of meer Baltische staten zet genoemde organisaties buiten spel, de VN wegens het Russische veto in de Veiligheidsraad, en de twee andere wegens het nucleaire risico van een militaire interventie. En er zijn nog meer conflicten te bedenken waarbij de bemoeienis van internationale organisaties bij voorbaat is uitgeschakeld.

Na 1815 besloten een aantal Europese mogendheden tot het vormen van de Heilige Alliantie, waarvan de voornamste taak werd de eliminering van hoofdzakelijk nationalistische conflicthaarden. De Heilige Alliantie faalde jammerlijk en misschien is het nuttig voor deze of gene politicus om nog eens na te lezen waarom.

    • C.J. Visser