Ze zeggen in de stad zoveel, wat maakt 't uit

VERCHNAJA BALKARIJA, 7 NOV. Eens zal de Kaukasus weer één zijn. Russen zijn nu eenmaal anders dan Kaukasiërs. Maar om nou te zeggen dat Kasjbek, Valero, Dalchad, Kemal, Moechtar, Chazir en Chalim zich er erg druk om maken, nou nee. Het is hun eigenlijk om het even.

Politiek is in hun ogen iets voor de stad. Zij, Balkarische schaapherders in de bergen, hebben daarom zo hun eigen opvattingen over het leven. Gedachten die zich niet laten verzoenen met de wereld beneden. Daar in het laagland bepalen politieke manoeuvres binnenskamers, militair machtsvertoon op straat, avondklokken en sinds begin deze week zelfs noodtoestanden het klimaat. Hierboven gaat het om de dieren en - op gezette tijden - uiteraard ook om wodka, een drank die je niet sloksgewijs tot je neemt maar in één woeste teug zodat het spul welhaast een flash veroorzaakt. De islam wordt hier wel beleefd, maar pragmatisch.

Die politieke verwikkelingen in de bergen, die de Kaukasus en nu ook Moskou in de greep hebben, zullen “waarschijnlijk wel ergens goed voor zijn”. Maar wat helpt 't als je een probleem hebt zoals Kemal nu heeft. Hij zou in april van dit jaar met pensioen zijn gegaan. Hij is in 1932 geboren. Hij heeft als kind met zijn tienduizenden Balkarische landgenoten in 1944 de deportatie naar het oosten doorstaan, Stalins straf voor hun vermeende “collectieve collaboratie” met de nazi's, en is pas in 1958, onder Chroesjtsjov, weer naar zijn geboorteplaats teruggekeerd. Genoeg reden om moe te zijn van het schaapherderdom. Dat vak houdt je vanaf juni tot diep in de herfst dag en nacht in de bergen, kortom, van de laatste tot de eerste sneeuw.

AOW zit er voor Kemal desondanks niet in. Want in zijn paspoort staat dat hij in 1937 is geboren. Een foutje, maar onherstelbaar. De sociale dienst is in ieder geval onvermurwbaar. En dus moet Kemal de komende vijf jaar verder door het leven met de zeshonderd roebel per maand die de kolchoze hem bij wijze van salaris verschuldigd is. Als de voorzitter van de collectieve boerderij dat geld tenminste uitkeert. Want Kemal en de andere herders hebben al drie maanden geen kopeke gekregen. “Schaarste”, zegt hun boekhouder. Het heeft hen niet verbaasd. Van de toezegging van de huidige regering om de Balkariërs die in de oorlog door Stalins NKVD-chef Beria zijn “weggeschoten”, zoals de eveneens op jeugdigde leeftijd gedeporteerde Kasjbek het zegt, met verzoeningsgeld tegemoet te komen, is tot nu toe immers ook niets terechtgekomen. Met de in Moskou zo bejubelde privatisering zal het niet beter aflopen, beseffen ze. Het feit dat ze zelfs geen geld meer kunnen opnemen van hun bescheiden spaarrekeningen heeft hen onlangs gesterkt in hun wetenschap dat ze worden bedrogen. “Vijfenzeventig jaar hebben wij en onze ouders onder de loop van een geweer moeten werken. Als je niet in een kolchoze wilde werken, kreeg je niet alleen geen geld maar werden zelfs je kinderen niet op school toegelaten. We zijn tot op de dag van vandaag slaven van de kolchoze-voorzitter”, aldus Chalim, een begin-veertiger die in Kazachstan is geboren en pas als tiener met zijn ouders naar Balkarië terugmocht.

De herders lossen het op door sober te leven. Ze maken hun eigen yoghurt van schape- en geitemelk, braden hun eigen vlees op het spit, slapen op afgetrapte matrassen in een onttakelde hut, zoeken elkaar dagelijks op in de kantine van een uitgestorven melkfabriekje waar pins-ups van een Japans automerk de muur wat opvrolijken en weten op gezette tijden ook nog wel ergens een fles op te duiken. En als er benzine nodig is voor een van de auto's van de kolchoze kunnen ze altijd nog naar de stad om ondershands een schaap of zijn wol te verkopen. Elke herder mag er namelijk zestig stuks als privé-kudde op na houden.

In Moskou is geen van de zeven ooit geweest. Maar op hun tochtjes naar beneden is hun wel opgevallen dat het “Russische volk wonderlijk goed leeft”. “Zij roken een sigaret op de negende verdieping, wij werken en werken”, weet Dalchad. Het is het beeld dat nagenoeg alle gekoloniseerde volkeren van Rusland erop nahouden: de Russen zijn de ambtenaren, de anderen het voetvolk. Maar hier in Verchnaja Balkarija leidt die frustratie niet tot opstandigheid maar tot berusting. “Ze zeggen in de stad van alles. Maar wat maakt 't allemaal uit”, aldus Kemal.

Terecht. Met hun schapen, paarden en geweren zijn zij altijd hun eigen baas geweest en ze zullen dat ook blijven. De pacificatie van de Kaukasus waar president Boris Jeltsin sinds een week weer op uit is, desnoods met behulp van de bajonet, zal hen daarom niet deren. Mits de modernisatie maar halt blijft houden voor hun nederzetting. Of beter, bij dat ene huis in het dorp Sovjetskojo. Als wij passeren, staat daar een vuurrode Ford Escort langs de weg. Geleverd door een dealer in Sassenheim, zo valt aan het Nederlandse nummerbord en het plakplaatje NL af te lezen. Het blijkt de allerlaatste auto te zijn op weg naar Verchnaja Balkarija.