Washington is vol met "friends of Bill'

WASHINGTON, 7 NOV. Toekomstig president Clinton is hees, moe en aan vakantie toe maar iedereen verdringt zich voor zijn deur. Hij probeert uit te rusten van weken zonder veel slaap, maar staatshoofden bellen, scholen journalisten stellen gedetailleerde beleidsvragen, stafleden ruziën om topposities, advocaten en lobbyisten sturen sollicitatiebrieven. Er zijn in Washington immers 3.000 ambtelijke posities te vergeven.

Het zenuwachtige gemanoeuvreer is de precaire fase van de overgang van de ene president naar de andere. In die twee maanden wordt het presidentschap gedefinieerd, door benoeming van het kabinet en de stafleden en door de voorbereiding van de stappen tijdens de eerste wittebroodsweken van het presidentschap.

De benoeming van een voorzitter van het overgangsteam was dringend geboden om orde te scheppen in de chaos. Er was voor het eerst in Clintons anders zo gedisciplineerde staf onenigheid uitgebroken. De campagnevoorzitter, Mickey Kantor, was de meest voor de hand liggende kandidaat maar hij is een topadvocaat en lobbyist die de belangen van grote bedrijven vertegenwoordigt. De benoeming van een dergelijke persoon zou wel eens het verkeerde voorbeeld kunnen geven na een campagne waarbij hevig werd uitgevaren tegen de grote invloed van lobbyisten. Kantor zou zijn cliënten al hebben voorgelicht over de overgang. Bovendien is deze vertrouweling van Clinton niet gemakkelijk om mee om te gaan.

Clinton heeft een groot lobbyistenprobleem. Een campagne-organisatie is een bijenkorf met druk verkeer. In het centrum bevinden zich de betaalde krachten. Daarbuiten zijn de vrijwilligers, van de lokale activisten die met pamfletten langs de deuren gaan tot en met rijk betaalde advocaten en lobbyisten die om advies worden gevraagd of ongevraagd een rapport aanbieden. Het voordeel van belangenvertegenwoordigers is dat ze een gratis schatkamer aan kennis kunnen ontsluiten voor de campagne, al is de informatie niet onafhankelijk. Maar voor een professionele regering kunnen dergelijke lobbyisten het beleid van de president ontwrichten en hem politiek in verlegenheid brengen. Bedrijven en pressiegroepen willen dik betalen voor invloed in Washington.

Warren Cristopher, de nieuwe plaatsvervangend directeur van het overgangsteam, zei gisteren dat ethische normen voor invloed van lobbyisten strenger worden. De bedoeling is dat overheidsfunctionarissen na hun vertrek niet meteen mogen gaan lobbyen, zoals nu gebruikelijk is.

In Washington ontleent iedereen zijn status aan contacten. Iemand die ooit wel eens paar getikte velletjes naar Little Rock heeft gestuurd noemt zich al adviseur van Clinton. In het machtsvacuüm, waar het oude verdwijnt maar het nieuwe nog onduidelijk is, weet niemand welke contacten belangrijk zijn.

Zo heeft in Washington ook de fob zijn intrede gedaan, de friend of Bill. Omdat Clinton zo'n amicale man is, is hij met veel mensen opgetrokken, heel eventjes of wat langer. Zelfs oud-president Carter noemde zich gisteren een zeer intieme friend of Bill sinds 15 jaar, want hij wil graag Bills onderhandelaar voor het Midden-Oosten worden. Bij Washingtonse lunches en recepties wordt er gefluisterd en gewezen naar de friends of Bill. Al gauw ontstaat er een stoet belangstellenden voor de friend of Bill, die de verzoeken en uitnodigingen voor nog meer soirées en recepties niet meer aan kan. Het antwoord luidt dan al gauw: “We moeten eens een keer samen lunchen”, hetgeen, zonder specifieke aanduiding van een datum, zoveel betekent als “U bent niet belangrijk genoeg, dus ik heb geen tijd voor u”.

Iedereen moet een nieuwe telefoon- en adressenlijst starten. Alle Republikeinen moeten worden geschrapt, want zij zijn hun invloed kwijt. Nieuwe cafés, restaurants, gastheren en plaatsen van vermaak vervangen de oude. Staatssecretarissen, die een maand geleden nog rijen smekelingen voor hun kantoor hadden, mogen blij zijn als ze na de machtsoverdracht nog een baan kunnen krijgen.

Washingtonse machtsmakelaars letten veel meer op de personen die deel gaan uitmaken van Clintons staf dan op de beleidsplannen. Clinton had in zijn campagne mensen met uiteenlopende denkbeelden nodig om zijn gevarieerde coalitie te kunnen opbouwen. Voor zijn beleidsprogramma moet hij kiezen tussen de vele campagnebeloften. In buitenlands beleid zijn er slechts accentverschillen maar in economisch beleid lopen de meningen uiteen, van consumentenbeschermers tot voorstanders van steun aan industrie, van optimistische Keynesiaanse gelduitgevers tot ijverige begrotingsnoeiers. Het buitenlandse beleid moet ook worden gefuseerd met economisch beleid in een nieuwe economische veiligheidsraad, en de resultaten daarvan zijn niet te overzien. Clinton zelf heeft twee persoonlijkheden, die van de links-liberale Yale-alumnus en die van de conservatieve bubba-gouverneur uit Arkansas. Altijd speurt hij met zijn politieke radar naar een nieuw, eigen zwaartepunt.

    • Maarten Huygen