Van een recessie wil niemand weten

ROTTERDAM, 7 NOV. "Recessie' is een naar woord. Zoals tegen kinderen vaak niet wordt verteld dat ze ziek zijn, maar juist dat ze snel weer beter worden, zo valt het woord "herstel' ook vaak zonder dat het woord recessie eraan vooraf gaat.

Sinds het Centraal Planbureau vorige week de bijgestelde macro-economische verkenningen publiceerde wordt in Nederland gewerkt aan economisch herstel. De vaderlandse economie bleek er plotseling veel slechter voor te staan dan verwacht. Van een echte recessiedreiging wil het CPB weinig weten, maar de omstandigheden voor een economische opleving heten nu minder gunstig te zijn. De harde gulden maakt export - het trekpaard van de economie - moeilijker. En de Europese markt, waar die export voor meer dan viervijfde naar toe moet, gaat het niet voor de wind.

Het CPB joeg een schokgolf door de Nederlandse politiek. Haastig besloot het kabinet de lonen desnoods voor een half jaar te willen bevriezen. De schrikreactie van Den Haag is vreemd: al maanden stelt het bedrijfsleven de prognoses naar beneden bij en schrijven internationale organisaties in steeds somberder bewoordingen over de Nederlandse economie. Blijkbaar was de hoop op economisch herstel zo sterk dat de aanwijzingen voor een recessie niet tot hun recht kwamen.

Een voorbeeld: van de 32 belangrijkste ondernemingen die staan genoteerd aande Amsterdamse Effectenbeurs, maakt bijna de helft dit jaar minder winst dan in 1991. Dat jaar gaf al behoorlijke winstdalingen te zien ten opzichte van 1990. Deze prognoses waren dit voorjaar al grotendeels bekend en zijn gedurende zomer en herfst verder aangescherpt. Waar het beursgenoteerde ondernemingen betreft, moeten vooral de conjunctuurgevoelige en arbeidsintensieve industriële ondernemingen het ontgelden.

Ook het verwachtingspatroon van het Nederlandse bedrijfsleven in het algemeen, dat door middel van een maandelijkse enquête onder ondernemers door de OESO wordt bijgehouden, gaf al in de zomer een omslag te zien. Vorig jaar werd nog gerekend op een stijgende produktie, sinds januari is men al blij met stabilisatie. De door het bedrijfsleven opgegeven omvang van de bestaande orderportefeuilles laat een zelfde beeld zien. Alarmerender is dat de prognose over de toekomstige groei van de orderportefeuilles zich gemiddeld al twee jaar onder het nulpunt bevindt, het aantal verwachte nieuwe orders loopt structureel terug.

Pag 19: Ook buitenlanders negatief over Nederlandse economie

Ook de buitenlandse signalen over de prestaties van de Nederlandse economie liepen in de loop van dit jaar gestaag terug. Vorig jaar voorspelde de OESO bijvoorbeeld nog een economische groei in Nederland van 2,3 procent. De prognoses van deze zomer kwamen uit op 1,2 procent groei in 1992. De voorspelling voor de groei van de binnenlandse vraag zakte in de zelfde periode van 0,7 procent naar 0,4 procent. Ook het Internationaal Monetair Fonds stelde de Nederlandse prognoses neerwaarts bij.

Niet alleen de gevestigde internationale instituten herzagen in de loop van dit jaar hun oordeel over de Nederlandse economie. Het Britse weekblad The Economist publiceert maandelijks een gemiddelde van de voorspellingen van de belangrijkste financiële strategen over de 13 grootste industrielanden. Het voor Nederland redelijk goede groeicijfer van 2,4 procent dat vorig jaar nog werd verwacht, liep in de loop van 1992 terug naar een magere 1,5 procent. De groeiprognose voor 1993 zakte van 2,8 naar 1,7 procent.

Het grootste deel van de terugval in de voorspellingen over Nederland vond overigens plaats vóórdat er sprake was van de extreem lage dollarkoers van augustus en de aansluitende crisis binnen het Europees Monetair Stelsel. De gevolgen van de zeer harde gulden, die de exportprijzen van Nederlandse produkten verhoogt, zijn in de toenmalige prognoses van OESO en IMF nog niet verwerkt.

Gezien de internationale economische omstandigheden waar Nederland zich in bevindt, bestaat de kans dat ook deze prognoses opnieuw naar beneden gaan. De Verenigde Staten wachten nu al twee jaar vergeefs op het aangekondigde economische herstel, in Groot-Brittannië laat de opleving al langer op zich wachten. De vooruitzichten voor de Duitse economie, waar zo'n dertig procent van de Nederlandse export naar toe gaat, zijn steeds minder rooskleurig. Het CPB bracht zijn voorspelling over de Duitse groei al terug tot één procent in 1992 en een zelfde groei in 1993. Voor een werkelijke recessie is weliswaar een negatieve groei van het bruto nationaal produkt nodig in twee achtereenvolgende kwartalen, maar in Duitsland zelf is het nare woord recessie deze herfst al gevallen.