Surinaamse politie reorganiseert met hulp van Nederland; Korps is materieel "bankroet'

De Surinaamse politie, lange tijd beroofd van gezag in de samenleving, probeert met hulp van Nederland overeind te krabbelen. De problemen zijn talrijk, veel agenten vertrekken naar het buitenland.

PARAMARIBO, 7 NOV. “Kijk, dat is echt een drugshol.” De rechercheur van het Korps Politie Suriname wijst door het autoraampje op een donkerbruine hut langs de onverharde weg. Een groep zwarte mannen leunt, met ontbloot bovenlijf, sigaretten rokend over een hek. “Het is net jullie Kruiskade hier. Je kan vandaag de boel opruimen, maar morgen zitten ze er weer.”

“Je hebt hier straten waar elke familie dealt, en waar bijna elke avond wordt geschoten”, weet de politieman. Hij is nu buiten diensttijd, maar houdt zijn geholsterde Magnum 357 bij de hand. “Altijd. Het is je persoonlijke wapen, je bent verplicht het bij je te hebben. Dat snap ik ook niet van Nederland, daar laten agenten hun wapen op het bureau achter. Hoe moeten ze zich dan verdedigen bij wraakacties?”

We rijden door Latour, "de Bronx van Paramaribo', zoals de rechercheur het noemt. Een volkswijk met verveloze houten huizen aan smalle zandweggetjes. Op straat worden brood en sigaretten gevent, maar in stalletjes met sinaasappelen en frisdrank gaat volgens de politieman ook de marihuana grif van de hand, een gram voor vijf gulden, verpakt in krantepapier.

Half verscholen tussen het groen staat een houten huis met het uithangbord "Club Huis'. Een "colesie': een illegale goktent. “Overdag ziet het er uit als een normaal woonhuis, maar 's avonds hangen ze dat bord uit en komen de kaarten tevoorschijn”, weet de rechercheur. Verderop heeft een creoolse man zijn glimmende zwarte terreinwagen geparkeerd voor een wit-houten huis. De chauffeur, behangen met gouden sieraden, eet een kippepoot uit het vuistje. De rechercheur barst in lachen uit. “Dat is een dealer - die lui doen ook niks om het te verbergen. Ze dagen je gewoon uit.”

Na jaren van militaire dictatuur, waarin het korps werd beroofd van zijn gezag in de samenleving, probeert de Surinaamse politie met Nederlandse hulp overeind te krabbelen. De vernedering door de militairen - tijdens de dictatuur hoefde geen agent te proberen een militair te bekeuren - en incidenten als de nog onopgeloste moord op inspecteur H. Gooding in augustus 1990 na een bezoek aan het militair kampement in Paramaribo, hebben diepe wonden geslagen in het ongeveer 1.500 man sterke korps. Resultaat is een exodus van politiemensen naar Nederland. “Zeventig procent van de vakantiegangers komt niet terug”, zegt inspecteur en politiewoordvoerder R.J. Gajadhar.

Een Nederlandse sectormissie voor politie en justitie die het Korps doorlichtte - een uitvloeisel van de vorig jaar op Bonaire gemaakte afspraken over hernieuwde samenwerking tussen Nederland en Suriname - schetste in juni in haar rapport een inktzwart beeld van het korps. Corruptie, gebrek aan vertrouwen in de leiding, een bureacratische organisatie, slechte huisvesting, onvoldoende opleiding. Materieel is het korps “bankroet”. Het wagenpark bestaat uit 106 Koreaanse pick-up-trucks, waarvan vele permanent buiten gebruik zijn geraakt door overbelasting en gebrek aan onderdelen.

De salarissen zijn laag - een recruut krijgt 534 gulden per maand, een beginnend agent verdient 1.300 gulden per maand, de korpschef 5.000 gulden - wat corruptie nog in de hand werkt. Het optreden op straat is volgens de sectormissie “sterk repressief”, wat het korps met de wapenspreuk "viribus audax', door innerlijke kracht heldhaftig, bij het publiek een negatief imago heeft bezorgd.

“Je moet wel”, zegt de rechercheur die ons rondrijdt door Latour. “Als je ze niet aframmelt, hebben ze geen respect voor je. Die kerels proberen je gewoon te overbluffen.” Hij wijst op zijn hart en voorhoofd. “Wat je nodig hebt is moed, maar ook verstand. Je moet iemand in elkaar kunnen trappen, maar je moet hem achteraf ook duidelijk kunnen maken waarom het nodig was.”

Reorganisatie van het politiekorps, gebaseerd op aanbevelingen van de Nederlandse sectormissie, is momenteel onderwerp van gesprek tussen de minister van justitie Girjasing en de Surinaame politiebond. Vooralsnog heeft de hernieuwde samenwerking met Nederland concreet zijn beslag gekregen in twaalf projecten voor training, bijscholing en materiële ondersteuning van het korps. De trainingen voorzien onder meer in "operationeel management', slachtofferhulp en arrestantenzorg. Het korps zal worden voorzien van nieuwe uniformen. Voor de projecten is 30 miljoen beschikbaar.

“Dit is input van Nederland”, zegt inspecteur Gajadhar. Hij wijst naar een videoscherm in een gerenoveerd leslokaal van het politie-opleidingscentrum aan de Commewijnestraat. Het ruime lokaal, met airconditioning en rose gordijnen, is door Suriname geschikt gemaakt voor het geven van bijscholingscursussen door Nederlandse politiefunctionarissen. Iets verderop, in een snikhete barak volgt een tiental recruten een deel van de basisopleiding. “Voorlopig moeten we hier genoegen mee nemen”, zegt een recruut achter een te klein schoolbankje.

Pronkstuk bij het recente begin van de samenwerking met Nederland is de modernisering van de Technische Opsporings- en Herkennings Dienst (TOHD), gevestigd in het politiebureau Nieuwe Haven, een gehavend gebouw dat in de zijmuur nog sporen draagt van een beschieting door militairen kort na de moord op inspecteur Gooding. In een laboratorium op de eerste verdieping wijst agent W. Dhoeme (25) trots op de nieuwe apparatuur: een vergelijkingsmicroscoop voor bloedsporen, een "dust lifter' om voetstappen te analyseren en een draagbare sporenkoffer om buiten te gebruiken. “We kunnen nu zelfs vingerafdrukken vinden op plastic zakken”, zegt Dhoeme.

“Lekker, man, lekker”, glundert Gajadhar, terwijl Dhoeme uitlegt hoe de geavanceerde apparatuur in een aantal zaken tot resultaat heeft geleid. In de hoek van het lab staat een opengewerkte kartonnen doos, waaruit kort tevoren op de luchthaven Zanderij na een tip acht kilo cocaïne is opgediept. Het technisch bewijsmateriaal in de zaak is, dankzij de nieuwe apparatuur, spijkerhard, zegt Dhoeme. “Hoe langer ze blijven ontkennen, hoe leuker het tegenwoordig voor ons is”, zegt hij.

De omvang van de criminaliteit in Suriname is onduidelijk, door de gebrekkige registratie van insluitingen op politiebureau's. Volgens het onderzoek van de Nederlandse sectormissie moeten zo'n 1300 personen per jaar na aanhouding of veroordeling worden opgesloten. Van hen zaten tijdens het onderzoek 850 in politiecellen. Het aantal gevangenen bedraagt daarmee 400 per 100.000 inwoners; tweemaal zoveel als in de Verenigde Staten. Veel mensen zitten vast wegens lichte vergrijpen, zoals het bezit van een beetje hasj, want “over straffen wordt vrij rechtlijnig gedacht”, stelde de missie vast: “Straffen betekent: vrijheidsstraffen opleggen.”

Op de begane grond van het politiebureau Nieuwe Haven, in het overvolle cellenhuis van het bureau, is de toestand nog prehistorisch. In veertien cellen zijn 252 mannen geperst, arrestanten maar ook veroordeelde misdadigers die nog niet in een huis van bewaring terecht kunnen. De mannen zitten op elkaar gepropt op houten britsen en op de grond. De meest fortuinlijken hebben een bed, anderen hebben hun hangmatten, soms vier lagen boven elkaar, bevestigd aan tralies en muren. De rest slaapt op de stenen vloer. Hun teenslippers liggen op een stapeltje voor de traliedeur. De arrestanten mogen driemaal per dag een kwartier de cel uit om zich te wassen.

“U moet een advertentie plaatsen in de krant - dit kan zo niet langer”, zegt een Javaanse man die met opengesperde ogen door de tralies staart. Hij heet Wadjimin, is van beroep geldloper en zit hier nu drie weken op verdenking van diefstal van 300 gulden. Een andere gevangene vraagt een papiertje, om een boodschap te kunnen krabbelen aan zijn familie in Nederland. “We verwachten duidelijke resultaten”, roept een zwarte man vanuit zijn hangmat hoog in de cel. “Het moet hier worden verbeterd, dat is duidelijk - met hulp van Nederland”, beaamt Gajadhar. Nederland heeft na het bezoek van de delegatie hulp toegezegd bij een noodvoorziening voor gedetineerden. “Maar”, zegt Gajadhar, “ u moet ook weten, veel van die jongens zitten hier graag, hoor, omdat ze dan niet hoeven te werken.”

Het cellenproject hoeft van de Surinaamse Politiebond overigens niet de hoogste prioriteit te krijgen, zegt voorzitter J. Beck. “Het draagt op zich niet bij tot een effectiever functioneren van het korps. Het zou alleen maar tot gevolg hebben dat de leefomstandigheden van de arrestanten beter worden.” Hij ziet liever haast met, bijvoorbeeld, het uniform-project. “Stof is nu al schaars - zo meteen zitten we zonder uniformen.”

    • Sjoerd de Jong