Socioloog Kees Schuyt over de ommekeer van een beschavingstrend; Kennelijk wensen we de echte WAO-ers niet te beschermen

In zijn nieuwe boek "De zittende klasse' schrijft socioloog Kees Schuyt over een samenleving die uit elkaar dreigt te vallen door achterstallig onderhoud. De fysieke omgeving, sociale relaties en de handhaving van humane levenswijzen worden verwaarloosd. En in de politiek worden rechtsbeginselen met voeten getreden: "Ik constateer herhaaldelijk dat als politici iets niet uitkomt, ze de rechtsbeginselen aan de kant zetten. Dat is ook bij de WAO het geval, pure willekeur.'

Als jongen moest hij aan het eind van de zomer de landheer de eerste druiven brengen. Achterop de fiets met zijn zus naar Wassenaar. Daar woonde de man van wie zijn vader de tuinderij in Leidschendam pachtte. Een groot stuk land met alles er op, sla, prei, druiven, veel druiven. Het verschil tussen andijvie en sla kende de jongen amper. Dat interesseerde hem niet. Hij wist niet hoe snel hij van de tuinderij weg moest komen. Maar de landheer zei tegen zijn vader: ""Jouw kinderen studeren? Dat kan niet.'' Toen hij promoveerde, stuurde hij de landheer een boek plus uitnodiging, hij kwam om te feliciteren. Tot genoegen van zijn vader.

Inmiddels is Kees Schuyt een van de bekendste sociologen in Nederland. Hij onderzoekt sociale veranderingen, maatschappelijke ongelijkheid, burgerlijke ongehoorzaamheid, armoede. Hij schrijft over het hart van de verzorgingsstaat, ontwortelde jongeren en sociale hoogtevrees. Heeft de landheer zijn kijk op de wereld beïnvloed? ""Nee, wel mijn studie. Ik heb behoorlijk veel geluk gehad'', zegt Schuyt.

Van de tien kinderen uit het katholieke tuindersgezin gingen er drie naar de universiteit. Zelf wilde hij Nederlands studeren, maar de rector van het gymnasium zei: dan moet je leraar worden, en de hele dag voor de klas staan is niets voor jou. Sociologie in Leiden, werd het. ""Studeren was volstrekt vreemd, dus dan is het niet gek dat je - laat ik het netjes zeggen - iets kiest dat niet het allerhoogste prestige aan de universiteit heeft'', zegt hij ironisch.

Het waren de jaren vóór de studentenrevolte en sociologie in Leiden was onder leiding van Van Heek nog een ouderwetse, "voortreffelijke' opleiding. Toen hij klaar was, ging hij door met een tweede studie, rechten, werd studentenassistent en promoveerde. Intussen waren de woelige jaren zestig losgebarsten en de sociologie onderging een drastische gedaantewisseling. Tot verdriet van Schuyt die de niveauverlaging van de studie betreurde.

Toen hij in 1980 tot hoogleraar sociologie in Leiden werd benoemd, deed hij er alles aan om de studie weer enige maatschappelijke respectabiliteit te geven. Hij ontwikkelde een eigen stijl van gedegen empirisch onderzoek, trok een groeiend aantal studenten aan en leverde steeds meer promovendi af. Tot oud-minister Deetman besloot het mes te zetten in de sociale wetenschappen in Nederland en in 1991 de sociologie-studie in Leiden definitief gesloten werd.

Na een korte zwerftocht waarbij hij een jaar aan de universiteit van Utrecht was verbonden, werkt hij sinds maart van dit jaar als hoogleraar sociologie bij de universiteit van Amsterdam. Met hoogleraren als Bram de Swaan, Johan Goudsblom en Kees Schuyt wordt de opleiding door kenners het "neusje van de zalm' genoemd.

""Het vak goed beoefenen is moeilijker dan de opleiding suggereert'', zegt Schuyt. Hij vindt dat de sociologie ten onrechte in een maatschappelijk verdomhoekje terecht is gekomen: een van de redenen waarom hij schrijft voor dag- en weekbladen om aan de hand van frappante voorbeelden lastige sociologische onderwerpen voor een groter publiek tot leven te brengen. Deze week verschijnt een bundeling van zijn columns, De zittende klasse (Uitgeverij Balans). "Achterstallig onderhoud' is het leitmotiv, waarmee hij wil aangeven in welke mate een samenleving uit elkaar dreigt te vallen wanneer die geen aandacht meer besteedt aan het onderhoud van de fysieke omgeving, van sociale relaties, sociale organisaties of het handhaven van humane levenswijzen.

Wijst het achterstallig onderhoud op een modern sociaal conflict in onze samenleving?

""Absoluut'', zegt Schuyt (49) in zijn werkkamer, thuis in Voorburg. ""Ik ben het beslist eens met de Duits-Britse socioloog Dahrendorf die waarschuwt voor het ontstaan van een "Zweidrittelgesellschaft' waarin één-derde van de bevolking systematisch wordt uitgesloten van werk en andere produktieve banden. In feite gaat het om oude vormen van sociale ongelijkheid die in een nieuwe gedaante terugkeren, want naast een klassenscheiding ontstaat nu ook een kleurscheiding. Die één-derde bestaat vooral uit laag geschoolde, buitenlandse jongeren, die automatisch buiten iedere sociale en politieke deelname in de samenleving vallen. De kans op een vlucht in de criminaliteit en drugs is levensgroot omdat het een manier is om snel aan geld te komen.''

Alleen geeft Dahrendorf een morele beoordeling. Hij besteedt minder aandacht aan de oorzaken.

""Er is een aantal structurele ontwikkelingen in de samenleving aan de gang die teweegbrengen wat Dahrendorf betreurt. Zo ontstaat er een tweedeling in de samenleving. Niet tussen hoog en laag, maar tussen de produktieve sector en de niet-produktieve sector. De verzorgende sector wordt steeds meer verdrongen, dat gaat ten nadele van veel jongeren en van degenen die oud-minister De Koning zo keurig "mensen met een vlekje' noemde. Ook keuren we illegale arbeid nog steeds af of klusjesarbeid, halve arbeid waarbij met een uitkering wordt gewerkt. We hebben zo'n nauwe definitie van arbeid gemaakt dat er voor veel mensen geen plaats meer is en zo ontnemen we hele groepen kans op deelname aan de samenleving.

""Wat mij frappeerde is dat in Noorwegen vijf dorpen bestaan waar het verschil tussen "gewonen' en "bijzonderen', geestelijk of lichamelijk gehandicapten, principieel is komen te vervallen. Het doel is niet de terugkeer te bevorderen in de maatschappij, maar deze twee groepen moeten proberen zo goed mogelijk met elkaar samen te leven. Het werktempo in de daar opgerichte bedrijfjes kan dus niet aan de hoogste normen voldoen, want de blinde doet ook mee en dat vraagt geduld. Gehandicapten worden niet weggewerkt maar erbij gehaald. Men kan zich redden. Het vereist alleen een radicaal andere sociale organisatie van de moderne samenleving. Ik vind het mijn taak als socioloog op dit soort fenomenen te wijzen.

""Er wordt in Nederland een geweldige nadruk gelegd op scholing en arbeid, maar het blijft bij veel verbaal geweld. Er worden weinig creatieve manieren bedacht om de kansen van de groep werklozen zichtbaar te verbeteren. Af en toe gebeurt er wel wat. Zo worden van de 60.000 werkzoekenden in Rotterdam er jaarlijks toch ongeveer 20.000 mensen aan een baan geholpen. Het vervelende is alleen dat de werkloosheid niet daalt, omdat er aan het eind van het jaar weer 20.000 andere werkzoekenden zijn bijgekomen.

""Een radicale analyse van het sociale zekerheidsstelsel is beslist op zijn plaats. Alleen durft niemand daar goed aan te beginnen. De politieke discussie over het sociale stelsel wordt gekenmerkt door een enorme laksheid om serieus na te denken over bepaalde principes van het stelsel, terwijl bij het ontstaan van het sociale systeem juist zoveel aandacht aan die uitgangspunten is besteed. In elk leerboek over de sociale zekerheid worden die principes en rechtsgronden keurig onderscheiden. Maar er wordt niet eens meer over gediscussieerd.''

De Tweede Kamer heeft een onderzoek aangekondigd. Verwacht u daar enig heil van?

""Nu komt er een parlementaire enquête-commissie en moeten foute personen worden aangewezen. Dat is natuurlijk onzin. Er zijn geen schuldigen aan te wijzen. Wel zijn er foute besluiten genomen, maar we praten over een collectief stelsel dat na de Tweede Wereldoorlog is uitgegroeid en in de loop van de tijd onvoorziene neveneffecten is gaan vertonen.

""Politici weigeren serieus na te denken over een ander uitkeringsregime. Dat is de tragiek. Er is een dictaat van mevrouw Ter Veld en ze heeft zelf niet eens door dat ze constant principes door elkaar haalt en bepaalde rechtsbeginselen onderuit haalt.''

Volgens sommigen heeft het sociale stelsel in zekere zin aan politieke legitimiteit verloren. Bent u het daarmee eens?

""Dat wordt beweerd, maar in welk opzicht precies? Sociologen moeten er op toezien dat een zekere zuiverheid, empirische correctheid en zorgvuldige gedachtengang ten aanzien van allerlei sociale onderwerpen in acht wordt genomen. De samenleving wemelt van beweringen vol sociale vooronderstellingen en aannames.

""Onderzoeken we nu de bewering over de verzorgingsstaat, dan blijkt uit enquêtes onder de bevolking dat onze samenleving in principe nog steeds een collectief stelsel van sociale zekerheid aanvaardt waarin sprake is van solidariteit. Op twee voorwaarden: het mag de economie niet blijvend verstoren en het mag ook niet meer moreel en juridisch worden misbruikt. Die morele ondermijning is zonder meer aan de gang geweest. Dan moet je je afvragen hoe dat kwam en wat er nu aan gedaan moet worden.

""Wat ik nu constateer bij de huidige WAO-voorstellen is dat we de morele ondermijning gewoon dóór laten gaan, want het oneigenlijk gebruik boven de vijftig jaar wordt niet stopgezet. Men vindt het zielig voor de vijftigjarigen. En de oorspronkelijke doelstelling van de WAO, een verzekering tegen rampen op en om het werk, gaan we juist afschaffen. Ik vind het idioot dat we daar als hele samenleving mee akkoord gaan.

""Het is een schande dat een van de nog steeds zeer rijke samenlevingen van de wereld nu alle mensen die door een brandongeval in de fabriek fataal gewond raken, binnen een paar jaar op iets boven het bijstandsniveau zet. Ook al zijn ze 35 en hebben ze al 15 jaar premie betaald. Ik denk aan mensen die bij de recente ontploffing van de fabriek in Uithoorn in de blusploeg zaten, een behoorlijke graad van verbranding hebben opgelopen, twee jaar lang in Beverwijk moeten liggen en dan een nieuw vel krijgen dat de rest van hun leven blijft trekken. Voor die mensen laten we onze verzekeringsgedachte vallen ten behoeve van mensen die op oudere leeftijd oneigenlijk in de WAO zitten.

""Maar ik vind het even onzinning dat werkgevers een boete krijgen opgelegd als buiten hun toedoen zomaar een werknemer bij een skivakantie in Zwitserland, blijvend verlamd raakt voor de rest van zijn of haar leven. Die werkgever moet een boete betalen voor iets waar hij helemaal niets aan kon doen. Ook dat vind ik willekeur van de bovenste plank. Een administratieve boete veronderstelt dat je een regel hebt overtreden. Welke regel is hier overtreden? Wat is de rechtsgrond van deze maatregelen? Ik ben er nog steeds naar op zoek in al die anderhalf jaar dat we nu over de WAO praten. Het verbaast me dat deze maatregelen worden volgehouden.''

Hoe komt dit soort idiote voorstellen in de wereld, vraagt Schuyt zich af.

""Het zal met de financiële nood te maken hebben bij de regering die tot al deze drastische maatregelen leidt. Daar ben ik het mee eens, aan het WAO-volume moet iets gebeuren. Maar het verschijnsel moet eerst grondig geanalyseerd worden. Goed naar de cijfers kijken en niet in juni 1991 gaan roepen dat het volume gigantisch uit de hand gaat lopen, terwijl op dat moment de groei er al uit was. De verantwoordelijke politica Ter Veld heeft de cijfers niet goed bijgehouden. Voor degenen die dat wel deden was er al een neergaande trend, de groei van de WAO was het hoogst tussen 1970 en 1980, sterker dan tussen 1980 en 1990. En dat had te maken met economische ontwikkelingen.''

Schuyt stelt vast dat politieke overwegingen het in onze samenleving constant winnen van juridische overwegingen. ""Het is een kenmerk van de rechtsstaat dat ook mensen die de macht hebben, zich iets aan het recht gelegen laten liggen. Ik constateer herhaaldelijk dat als politici iets niet uitkomt, ze deze rechtsbeginselen aan de kant zetten. Dat is ook bij de WAO het geval, pure willekeur. Waarom bij 50 niemand aanpakken en bij 49 jaar wel? Is er nou niemand die deze moderne vorm van autoritaire politiek bedrijven aan de kaak stelt?

"Kennelijk kunnen wij het in onze rijkdom niet meer opbrengen om rampen die in en rond het werk optreden collectief te verzekeren. Kennelijk maken we van die collectieve solidariteit zo'n janboel dat we de echte WAO-gevallen niet meer wensen te beschermen. Ik vind dat een ommekeer van een beschavingstrend. Als we het oneigenlijk gebruik willen tegengaan, moeten daarvoor maatregelen getroffen worden.''

De hoogleraar zit voorovergebogen. Verbaasd. Natuurlijk zijn er andere oplossingen voorhanden om de WAO in te perken. ""De entreemogelijkheden kunnen wettelijk drastisch worden beperkt. Een andere opvatting is dat mensen tegenwoordig voldoende verdienen, dat ze zichzelf best kunnen bijverzekeren. Dan doe je een beroep op de individuele verantwoordelijkheid. Daar is over te praten als je een zodanig overgangsrecht schept dat mensen zich individueel kunnen bijverzekeren. Het schandelijke van de huidige voorstellen is dat degenen die onder de vijftig zijn, niet eens de kans krijgen zich bij te verzekeren.'' Alleen de VVD en D66 hebben een juridisch respectabel standpunt ingenomen, vindt Schuyt.

Vorig jaar zegde u uw lidmaatschap van de Partij van de Arbeid op. Wat was de reden?

""Als opmerkzaam burger heb ik goed opgelet welke leden van de volksvertegenwoordiging deze mijns inziens schandelijke voorstellen ondersteunden en daaruit mijn conclusie getrokken.''

In uw bundel staat een verhaal met als titel "Stille verwijdering'. Als dingen niet meer vanzelfsprekend zijn begint de verwondering en daarmee de kans op verwijdering. Had dat betrekking op uw situatie binnen de partij?

""Ik schreef die beschouwing naar aanleiding van de zware verkiezingsnederlaag van de PvdA bij de gemeenteraadsverkiezingen. Toen de PvdA besloot D66 te laten vallen bij de kabinetsformatie grepen de kiezers de eerste de beste gelegenheid aan om hun onvrede te uiten. Dat had iets met elkaar te maken. Daarna pas kwam de grote neergang.

""Het ging niet over mezelf. Ik was al 25 jaar slapend lid. Nu was ik nooit een doorgewinterde sociaal-democraat. Mijn wetenschappelijke werk is veel meer verknoopt met het klassieke Amerikaanse pragmatisme van filosofen als Peirce, Dewey en Mead dan met klassieke opvattingen over socialisme. Maar toen ik studeerde vond ik het mijn burgerplicht lid te worden van een politieke organisatie. Nu ben ik daar niet meer zo zeker van. Voor mij was het opzeggen van mijn lidmaatschap een puur principiële kwestie. Ik wens niet vertegenwoordigd te worden door mensen die de trend met de negentiende eeuw weer herstellen, die een beschavingsbeginsel van collectieve zekerheid tegen onherstelbare rampspoed afschaffen.

""Eigenlijk voel ik me heel happy als politiek dakloos burger. Het maakt het gemakkelijker de wetenschappelijke analyse en ideologische keuzes uit elkaar te houden. En allerlei partijstandpunten worden me niet meer klakkeloos in de schoenen geschoven. Ik voel me niet zo thuis in groepen en bewegingen.''

Een "lone wolf' noemde de voormalige hoogleraar criminologie W.H. Nagel u eens.

""Interessant was dat Nagel erbij zei: en zorg dat je het blijft. Die "lone wolf' hoef je niet op te vatten als een dramatische beschrijving van mijn persoon. Het is iemand die heel consequent probeert zijn eigen gang te gaan, zijn eigen denkproces te volgen en dan pas te kijken wat anderen ervan vinden. De opmerking van Nagel was meer een aansporing tot onafhankelijkheid.

""Ik voel me het prettigst in de studeerkamer. Daar kan ik heerlijk rustig lezen. Zoals een wielrenner dagelijks ten minste vier uur traint om zijn conditie op peil te houden, zo zouden wetenschapsbeoefenaren ten minste twee uur per dag serieuze leesarbeid moeten verrichten om mentaal fit te blijven. Ik lees soms literatuur, veel over sociologie, filosofie.

""Spinoza is een van mijn favorieten. Onze samenleving is ongelofelijk onrustig. Een publieke onrust die hoort bij zoveel mogelijk geld, goederen, kennis, prestige. Voor menigeen zijn dat aantrekkelijke eigenschappen van de Westerse cultuur. Mensen reageren voortdurend op prikkels van buitenaf, maar het gaat wel ten koste van innerlijk evenwicht. Spinoza leert dat je daar doorheen moet kijken, dat het gaat om autonomie, je eigen levensweg kiezen. Het is reuze lastig daar in onze cultuur aan toe te komen. Vrouwenemancipatie is een goed voorbeeld. Vrouwen denken dat economische zelfstandigheid gelijk is aan autonomie. Ze willen niet ondergeschikt zijn. Maar dan komen ze in de valkuil van hollen, draven, rennen en niet meer doen wat ze eigenlijk van plan waren, eigen keuzes maken. Misschien hebben mannen daar in onze cultuur net zo veel last van. Toch leggen we grote nadruk op vrijheid.''

De Britse filosoof Karl Popper schreef in "Open society and its enemies' dat mensen niet naar een rechtvaardige samenleving moeten streven, maar moeten proberen het bestaande onrecht weg te nemen.

""In mijn dissertatie over burgerlijke ongehoorzaamheid heb ik dit standpunt verwerkt. Het gaat om ongelijkheid, onrechtvaardigheden. Als je kijkt naar bureaucratische besluitvorming kom je tot de verrassende conclusie dat ongelijkheid nog steeds aanwezig is. Uit onderzoek blijkt dat mensen die achteraan in de rij staan van de samenleving, achteraan blijven staan als er positieve dingen worden uitgedeeld zoals subsidies, huisvesting, vergunningen. Maar ze staan voorin de rij als het om sancties gaat. Mensen die vooraan in de rij te vinden zijn als er leuke dingen worden uitgedeeld, staan achteraan zodra het om sancties gaat, straf, bekeuring, gevangenis. Een verbazingwekkende wetmatigheid waar we geneigd zijn overheen te stappen.

""In andere opzichten verschuift de ongelijkheid in de samenleving. We denken de tweedeling tussen arm en rijk te hebben "opgelost' en dat er sinds de democratisering in de jaren zestig sprake is van grote sociale mobiliteit. In de praktijk valt dat tegen. Verschillende groepen hebben last van sociale hoogtevrees. Het lukt ze niet echt door de sociale hiërarchie heen te stappen. De topdogs van de underdogs hebben inderdaad meer kansen gekregen om een plaats te verwerven onder de topdogs. Er is grotere deelname van midden- en lagere klassen aan veel maatschappelijk gewaardeerde beroepen.

""Maar kijk je naar de middelmatige talentvollen, dan zie je dat minder talentrijken uit hoge milieus zich uiteindelijk toch in die milieus weten te handhaven en de middelmatige talentvollen uit de lage milieus ergens in het midden blijven hangen. De middogs en underdogs van de hogere milieus blijven het vele malen beter doen dan de middogs en underdogs uit de lagere milieus.

""Er bestaan ongelijkheden op grond van verschillen in klasse, sekse en huidskleur: talentvolle vrouwen moeten opboksen tegen middelmatig talentvolle mannen, talentvolle jongeren uit lage milieus moeten opboksen tegen minder talentvollen uit hoge milieus en de zeer talentvolle mensen uit allochtone milieus moeten opboksen tegen de middelmatig talentvollen uit de dominante milieus. Een uitdagende stelling misschien, maar ik wil graag weten of ik ongelijk heb. Maatschappelijke ongelijkheid en de mate waarin een samenleving ruimte geeft voor sociale mobiliteit bepalen de openheid van een maatschappij. De weegschaal hoort in balans te zijn. Popper heeft gelijk. Het gaat eerder om het verminderen van onrechtvaardigheden dan om het nastreven van een rechtvaardige samenleving.''