Smullen voor Dekker

Die japanisch-amerikanische Herausforderung, Konrad Seitz, Uitgeverij Aktuell, Stuttgart, 1992, DM 39,50, ISBN 3-87959-465-1

Een nieuwe industriële revolutie is uitgebroken en zij voert naar het informatietijdperk. Motoren ervan zijn de oude wereldleider Amerika en de nieuwe leider Japan. Wat betekent dat voor Europa's toekomst?

Konrad Seitz, jarenlang chef planning op het Duitse ministerie van buitenlandse zaken en sinds kort ambassadeur in Rome, toont zich somber. In zijn boek Die japanisch-amerikanischen Herausforderung, dat bij de oosterburen in korte tijd al vijf herdrukken beleefde, vraagt hij zich af: “Wordt Europa technologisch overvleugeld? Verschuift de "Weltgeist' van het Atlantische gebied naar de Pacific?”

Seitz vreest dat veel Europeanen de ernst van de situatie sterk onderschatten en zich nog koesteren in de euforie van de Europese eenwording. Zij zien niet in dat hun huidige welvaart in wezen is gebaseerd op industriële activiteiten die al in de vorige eeuw ontstonden: staal- en machinebouw, traditionele chemie, traditionele elektrotechniek, auto's, enzovoort. Maar de groei-industrieën, die na 1945 opkwamen - halfgeleiders, computers, biotechniek, vloeibare kristallen, technische keramiek, laserdioden, geïntegreerde schakelingen - blijven in Duitsland en overig Europa sterk achter. Daarin hebben Amerika en vooral Japan het voortouw genomen.

Konrad Seitz illustreert deze ontwikkeling met vele voorbeelden en statistieken en citeert met instemming Andrew Grove, president van het Amerikaanse Intel, 's werelds grootste fabrikant van microchips: “De halfgeleidertechniek is de techniek die toegang verschaft tot de andere technieken. Zij vormt de komende decennia de basis voor vooruitgang op elk ander terrein van wetenschap en techniek. Wie de 21-ste eeuw wil ingaan met een tweederangs halfgeleiderindustrie, is volstrekt dwaas.” Toch staat Europa op het punt zo'n dwaasheid te begaan, vreest Seitz.

In de wereldtoptien van halfgeleiderfabrikanten zitten anno 1992 zes Japanse en drie Amerikaanse firma's. Philips staat met een - afkalvend - marktaandeel van 3,4 procent nog op de tiende plaats. Op het terrein van de computers is de situatie evenmin rooskleurig. Waren er in 1989 nog negen grotere Europese producenten, nu zijn er drie over: Siemens-Nixdorf, Bull en Olivetti, die alle zwaar verlies lijden. Volgens Seitz is dat alarmerend omdat halfgeleiders en computers de basis vormen voor de overige informatietechnologische industrie. Vervalt die basis, dan worden de Europeanen op vele andere terreinen ook in een tweederangs rol gedwongen en wordt 'Europa 2000' een technologische kolonie van de VS en Japan.

Konrad Seitz verfoeit de vrije-marktideologen die geen principieel verschil wensen te zien tussen potatochips en computerchips, zolang beide bijdragen aan het bruto nationale produkt en vrij te koop zijn. En dat zijn ze toch in Amerika en Japan? Seitz noemt dat naïef. Er zijn, schrijft hij, gevallen bekend waarin de Japanners de Duitse afhankelijkheid uitbuiten en vloeibare kristallen niet langer afzonderlijk aanbieden maar alleen als onderdeel van subsystemen. Voor de Duitse producent van die subsystemen betekent dat het einde. Terwijl de Duitse industrie zo verleert subsystemen te maken, zal het slechts een kwestie van tijd zijn voordat de Japanners ook geen subsystemen meer leveren maar alleen complete systemen. Zijn zulke produktiecapaciteiten door dat soort praktijken eenmaal uit een land verdwenen, dan is dat doorgaans voorgoed. Want de skill base verdampt snel door de vaart van de technologische ontwikkelingen. Neem de VS, die op het terrein van de consumentenelektronica alleen nog maar tv's produceren en voor het overige zijn aangewezen op Aziatische import.

Konrad Seitz constateert met zorg dat in de EG alleen Frankrijk de uitdaging van het informatietijdperk voldoende serieus neemt. Hij gruwt van Groot-Brittannië “dat zich in zorgeloos egoïsme opwerpt als het Trojaanse Paard van de Japanse auto-, halfgeleider-, en computerindustrieën in Europa.” In die situatie wordt het Duitse beleid beslissend. Blijft dat de Britten steunen door een onjuiste interpretatie van vrijhandelsprincipes waar de mercantilistische Japanse concurrentie zelf de vloer mee aanveegt? Of worden Duitsland en Frankrijk de drijvende krachten achter een geavanceerd industriebeleid dat mikt op behoud en ontwikkeling van de Europese informatietechnolgie? Seitz: “Dat is de vraag die beslissend is voor Europa's positie in de 21-ste eeuw.”

Die japanisch-amerikanische Herausforderung is smullen voor de Wisse Dekkers of de Jacques Calvets. Maar wie meent dat de vrije markt te allen tijde een superieure allocatie van hulpbronnen en investeringen garandeert, zal het vurige pleidooi van Seitz verafschuwen. Ook al zou dat betekenen dat een bedrijf als Philips teruggaat naar "af' en weer een gloeilampenfabriek in het zuiden des lands wordt wiens concurrenten eerder in de Derde Wereld zitten dan in de VS of Japan.