RLD hield informatie over ongevallen achter

DEN HAAG, 7 NOV. De Rijksluchtvaartdienst (RLD) en KLM hebben de afgelopen jaren politie en Justitie minimaal twee keer informatie geweigerd over de toedracht van luchtvaartongevallen waarbij KLM-toestellen waren betrokken. De Dienst Luchtvaart van de rijkspolitie had in deze gevallen het vermoeden dat de piloot van het verongelukte KLM-toestel zich schuldig had gemaakt aan een strafbaar feit. De politie en het openbaar ministerie kregen van de RLD evenwel niet de beschikking over de dossiers, waardoor een strafrechtelijk onderzoek niet van de grond kon komen, aldus R.M. Schnitker, commandant van de afdeling luchtvaartonderzoeken van de rijkspolitie.

De RLD, die is belast met onderzoeken naar luchtvaartongevallen, blijkt met KLM in 1960 een vertrouwelijk "herenakkoord' te hebben gesloten, waarin is vastgelegd dat KLM bij kleinere ongelukken zelf het onderzoek naar de oorzaak verricht. Dit "herenakkoord' is nog steeds van kracht. Hierdoor is er volgens deskundigen en betrokkenen sprake van willekeur. De RLD verricht wel uitgebreid onderzoek naar soms futiele ongevallen in de zogenoemde "kleine luchtvaart', waarop zware sancties volgen, maar laat de afhandeling van sommige KLM-ongevallen aan de maatschappij zelf over zodat sancties uitblijven, aldus verklaren zij vandaag in deze krant.

In de jaren tachtig kwam het minimaal drie keer voor dat de RLD een ongeval met een KLM-toestel door de luchtvaartmaatschappij zelf liet onderzoeken. Het betrof ongelukken met een Boeing 747 in 1988 op Schiphol; een DC10 in 1983 in Panama; en een F27 op Schiphol in 1981. Bij de ongevallen in 1988 en 1983 had de rijkspolitie het vermoeden dat de KLM-piloot “een strafbaar feit” had begaan.