Radio

In het artikel "Bij de radio' (NRC Handelsblad, 22 oktober) meldt M.A. Veltman over het tariefbeleid van de Ster: “Nog maar enkele jaren geleden, toen Hilversum het radio-monopolie nog bezat, hanteerde de Ster één tarief per reclameseconde. Pas met de entree van de commerciële stations, die - en zo hoort het ook - hun tarieven relateren aan de kijkdichtheid, is ook de Ster omgegaan. De prijs van één reclameseconde kan vanaf tien gulden oplopen tot driehonderd gulden.”

Dat hier "kijkdichtheid' wordt genoemd in plaats van "luisterdichtheid' vergeven wij Veltman graag. De mededeling over het tariefbeleid is echter onjuist. De radio-tarieven van de Ster zijn sinds jaar en dag gedifferentieerd per zender respectievelijk zendercombinatie en per tijdsegment respectievelijk tijdstip van uitzending, op basis van luisterdichtheidsmetingen over voorafgaande perioden. Bij significante verschillen in luisterdichtheid werden de tarieven dienovereenkomstig gedifferentieerd. De mediawetgeving beperkte deze mogelijkheid overigens tot één keer per jaar.

De Ster zou - in lijn met deze tariefpolitiek - ook graag een tariefsdifferentiatie per dag van uitzending hebben toegepast, voorzover verschillen in luisterdichtheid hiertoe aanleiding gaven. Deze differentiatie zou echter bij de bestaande systematiek van zenderindeling leiden tot een tarief per omroep, commercieel gezien normaal, doch verwerpelijk in de ogen van de publieke omroep die geen prijskaartje per omroep wilde. Men vreesde dienovereenkomstige afdracht van reclamegelden aan de omroep. Dat Veronica meer zou ontvangen dan de EO, werd onverenigbaar geacht met de beginselen van de publieke omroep.

Pogingen van de Ster om een radiotarief per dag te introduceren zijn inderdaad pas met succes bekroond ten tijde van de opkomst van commerciële radiostations. Pas toen ging de omroep ook dit punt overstag en kreeg de Ster de vereiste ruimte.