Plutonium-transporten zijn alleen potentieel gevaarlijk

ROTTERDAM, 7 NOV. De verontrusting die de plutoniumtransporten van Frankrijk en Engeland naar Japan teweeg brengen, is begrijpelijk. Plutonium is een gevaarlijk element dat niet alleen, zoals uranium, goed splijtbaar is, maar ook al gevaarlijk radioactief is voor het met neutronen is bestraald. Het is de radioactiviteit die plutonium zo gevaarlijk maakt; de acute chemische giftigheid is niet veel hoger dan die van cadmium of kwik.

De zogeheten "alfastraling' die plutonium-239 en andere plutonium-isotopen afgeven dringt nog geen tiende millimeter diep in levend weefsel maar kan in het lichaam toch snel tot de vorming van tumoren leiden. Het is daarbij een geluk dat plutonium nauwelijks door de huid en slechts moeizaam door maag- en darmkanaal wordt opgenomen. Inademing van plutonium-verbindingen is het gevaarlijkst. De meest bedreigde organen zijn longen, botten en lever.

Plutonium vereist een behoedzaamheid in de omgang die gewoonlijk gereserveerd wordt voor levensgevaarlijke virussen. Dat de civiele nucleaire industrie in staat is gebleken in de 48 jaar dat zij het materiaal kent vele tonnen plutonium te verwerken zonder dat daarbij rampen optraden, bewijst dat zij redelijk veilig met plutonium heeft leren omgaan. Van het aanstaande transport lijkt daarom niet al te veel gevaar te duchten. In ieder geval minder dan van een transport per Boeing-747, dat Japan aanvankelijk voor ogen stond.

Voor een juiste waardering van de opwinding die niettemin is ontstaan is het van belang te weten dat de opwerkingsfabrieken van British Nuclear Fuel Ltd (BNFL) en van het Franse Cogéma tot voor kort nog gewoon plutoniumhoudend afvalwater in zee lieten lopen: in de Ierse Zee en het Kanaal. Greenpeace heeft daar in de jaren tachtig regelmatig tegen geprotesteerd.

De aangekondigde plutoniumtransporten zijn ook bij lange na niet de enige nucleaire transporten over zee al zijn ze waarschijnlijk de gevaarlijkste. Per slot zijn de opgebrande Japanse splijtstofstaven waaruit BNFL en Cogéma plutonium terugwinnen ook over zee naar Europa gekomen. Het zinken van het vrachtschip "Mont Louis' (augustus 1984) bracht aan het licht dat Frankrijk regelmatig uranium ter verrijking over zee naar Rusland stuurde. Ook Amerikaanse centrales deden dat.

De vraag naar het risico van het plutoniumtransport lijkt van minder belang dan de vraag wat Japan in hemelsnaam van plan is met de 30 ton plutonium die het de komende jaren vanuit Europa laat overkomen. Het antwoord dat het land daartoe simpelweg contractueel verplicht is, is even juist als onbevredigend. Japan had immers ook kunnen besluiten de opgebrande splijtstof helemaal niet te laten opwerken. Zoals ook de VS in hun angst te veel plutonium in het verkeer te brengen onder president Carter besloten af te zien van opwerking. Nergens is plutonium zo goed beschermd tegen misbruik als in de sterk radioactieve splijtstofstaven.

Het probleem is dat het de nucleaire industrie opzadelt met hoog actief afval waarvoor nog nergens een geaccepteerd eindbestemming is gevonden. Opwerking en daaropvolgend gebruik van het teruggewonnen uranium en plutonium kan de hoeveelheid radioactief afval aanzienlijk verminderen en voor een dichtbevolkt land als Japan met zijn 41 reactoren die navenant veel afval produceren, speelt dit zeker een rol.

Japan noemt twee bestemmingen voor het plutonium. De splijtstof kan met verrijkt uranium worden gemengd tot het zogeheteh MOX dat in principe in alle lichtwaterreactoren is in te zetten. Daar zouden op den duur jaarlijks vele tonnen plutonium mee worden afgevoerd. Als eerste bestemming wordt echter steeds de snelle kweekreactor Monju opgegeven die begin volgend jaar in gebruik wordt genomen. Dat klinkt wat wonderlijk als men bedenkt dat een kweekreactor nu juist ontworpen is om plutonium te produceren (uit natuurlijk of zelfs verarmd uranium). Het uit Europa aangevoerde plutonium is dan ook alleen bedoeld voor de startfase (de "lanceerfase') van de kweekreactor.

Door critici is uitgerekend dat Japan, als de Monju eenmaal kweekt, veel meer plutonium produceert dan het kwijt kan en ook bij de Japanse overheid schijnt dit besef door te dringen. Volgens New Scientist (19 september) overweegt zij inmiddels de zogeheten kweekmantel in de kweekreactor (waar de eigenlijke vorming van plutonium plaats heeft) weg te laten. De reactor zou daardoor veranderen van een plutonium-producent in een plutonium-verbrander. Daarmee zou Japan dan tegemoet komen aan het verwijt dat het met zijn plutoniumproduktie de afzet van het plutonium uit ontmantelde kernwapens (dat al een tijdje "boven de markt hangt') onnodig bemoeilijkt.

De suggestie dat Japan een voorraad plutonium aanlegt voor de produktie van kernwapens is niet serieus te nemen. Dat het land kernwapens zou kùnnen fabriceren is buiten twijfel, maar produktie en bezit van kernwapens zijn in Japan onbespreekbaar. Bovendien is het land een loyaal ondertekenaar van het non-proliferatie verdrag (NPT) die zijn gehele nucleaire industrie openstelt voor de inspecties van het IAEA. (De vijf klassieke kernwapenstaten houden hun militaire circuit buiten inspecties, een land als Israel heeft het NPT nooit ondertekend.)

Daar komt bij dat het plutonium dat nu terugkomt uit Frankrijk en Engeland nauwelijks geschikt is voor kernwapens. Het plutonium dat uit opgebrande splijtstofstaven van lichtwaterreactoren wordt teruggewonnen bestaat niet uitsluitend uit het goed splijtbare plutonium-239 (Pu-239) maar is, onder invloed van de langdurige neutronenbestraling in de kernreactor, voor een deel omgezet in het slecht splijtbare Pu-240 en ander ongewenste isotopen die er niet uit zijn te verwijderen. Terroristen die zich van het materiaal meester maken zouden veel moeite hebben een afnemer te vinden. Ze kunnen alleen dreigen met het aanrichten van een milieuramp.

"Weapons grade' plutonium wordt door kernwapenstaten geproduceerd in speciale kernreactoren (zoals de Britse Magnox- en AGR-reactoren of de Russische RBMK's) die door hun aard tamelijk veel plutonium produceren en bovendien wisseling van splijtstof toestaan terwijl de reactor in bedrijf blijft. Daarmee kan de splijtstof worden verwijderd voor het plutonium te zeer vervuild is.

Japan heeft twee oude, kleine reactoren in gebruik die in deze categorie zijn onder te brengen. Dat wijst niet direct op een omvangrijk kernwapenprogramma. Het bezwaar dat Japan met de opbouw van een plutoniumvoorraad buurstaten als de Korea's en Taiwan (onbedoeld) aanzet tot ontwikkeling van kernwapens heeft dan ook veel van een drogreden. Net zo goed zou Japan zich zorgen kunnen maken over de Zuidkoreaanse belangstelling voor Canadese Candu-reactoren die bij uitstek geschikt zijn voor produktie van weapons grade plutonium. Zuid-Korea heeft één Candu-reactor in gebruik en één in aanbouw en heeft er in september twee bijbesteld.