Plastic tulpen... ... en de loonstop

EEN BOSJE PLASTIC tulpen, in rood wit blauw, en een taart waarop de banketbakker "chippolata' had gespoten, kreeg jubilerend premier Lubbers deze week van het CDA aangeboden. En na die feestelijkheid ging Den Haag over tot de orde van de dag met disussies over de loonstop en de herziening van de begroting voor 1993. Nederland en zijn premier zijn wars van grootse gebaren.

In deze lijn van nationale kneuterigheid past de permanente worsteling met de verzorgingsstaat, de overlegeconomie en de overheidsuitgaven. Tien jaar Lubbers: de rijksuitgaven en de staatsschuld zijn gestegen, bezuinigingen betekenden weliswaar minder méér, maar nog altijd hogere uitgaven. De norm voor verlaging van het financieringstekort is gehaald dank zij de collectieve lastendruk die sinds 1982 niet is gedaald, en de groei van de economie. Maar tien jaar ombuigingen hebben niet geleid tot structurele sanering van de overheidsfinanciën.

De economische terugslag die Den Haag pas na Prinsjesdag heeft ontdekt, noopt het kabinet tot herziening van de begroting voor volgend jaar. Het is politiek en psychologisch ongelukkig om na maanden van onderhandelingen over kleine verschuivingen nu toch echte keuzes te moeten maken. Dat verklaart misschien de paniek die sommigen in Den Haag bevangen heeft.

Zo heeft CPB-directeur Zalm zijn ambtelijke rol afgelegd en dicteert hij maatregelen alsof hij de vijftiende minister in het kabinet is en politieke verantwoordelijkheid draagt. Het blijft overigens opmerkelijk dat in september het CPB niet in staat was om het kabinet te overtuigen van de economische tegenwind die in oktober zou opsteken, maar dat het CPB in november al met stelligheid weet hoe het economische klimaat in 1994 zal zijn. Als met de invulling van een andere dollarkoers afgelopen zomer de koopkracht van de minina politiek aanvaardbaar gemaakt kon worden, dan valt met een herziening van de dollar ook de groei van 1994 wel anders in te schatten.

Minister Andriessen, oud-hoogleraar en auteur van een veelgebruikte introductie in de economie, heeft een pleidooi gehouden ("als econoom en niet als politicus') om het volgend jaar niet te nauw te nemen met de norm voor het financieringstekort. Extra bezuinigingen om tegenvallende belastinginkomsten op te vangen leiden tot een "geweldige' werkloosheid, meent deze Keynes in de Lage Landen. Daarmee dreigt de fout uit de jaren zeventig te worden herhaald, toen met hetzelfde argument aanpassing van het overheidstekort voortdurend werd uitgesteld.

DE CRISIS wordt Nederland aldus opgedrongen. Maar met alle respect: 1992 is geen 1982 toen de Nederlandse economie drie jaar van inkrimping achter de rug had en de bedrijfswinsten waren uitgehold. Volgend jaar schakelt Nederland niet knarsend in de achteruit, maar blijft de economie volgens het CPB op een laag pitje doorgroeien. De inflatie en de rente dalen.

De Nederlandse ziekte is dat lage groei onvoldoende is om de herverdelingsmachine zonder haperen te laten functioneren. De afgelopen tien jaar hadden de kabinetten-Lubbers het geluk dat de bezuinigingen plaats vonden in een internationaal klimaat van economische groei. Daardoor hoefde de overdrachtsuitgaven niet structureel te worden aangepakt. Maar omdat sanering al die jaren uitbleef, komt het kabinet zichzelf tegen nu de economische wind uit de verkeerde hoek waait.

...en de loonstop

BEVRIEZING STAAT in de natuurkunde bekend als een stollingsverschijnsel. Volgens het kabinet levert bevriezing van de lonen een bijdrage aan de verbetering van het economische klimaat in Nederland en daarom is het bereid zo nodig via een loonmaatregel de bevriezing van de lonen voor zes maanden af te dwingen.

Een loonstop is een prijsbeschikking voor arbeid. Een dergelijke oekaze past in de commando-economie die zojuist in Oost-Europa naar de voetnoten van de geschiedenis is verwezen, maar niet in een open-markteconomie. De Nederlandse arbeidsmarkt vraagt om flexibele prijsvorming van de factor arbeid. Een looningreep is het uiterste middel waarover de overheid beschikt, het effect ervan is kortstondig en wordt op termijn ingehaald. Bovendien neemt het de prikkels bij het bedrijfsleven weg om te investeren in de toekomst en behandelt het alle bedrijfstakken alsof ze zich in dezelfde situatie bevinden.

Recente bedrijfsresultaten tonen aan dat dit niet het geval is. Met Unilever gaat het uitstekend en daar is geen loonstop nodig. Bij Philips is een verlaging van de loonkosten nodig om de concurrentie in de wereldwijde elektronica-industrie te kunnen volhouden. De problemen van Hoogovens zijn mede veroorzaakt door de omwentelingen in Oost-Europa waardoor de Westeuropese staalmarkt te maken krijgt met goedkope concurrentie. Dat gezonde proces van industriële herstructurering wordt niet verzacht door een loonstop in IJmuiden.

De enige werkgever die direct baat heeft bij bevriezing is de overheid. Ambtenaren en uitkeringstrekkers worden op de nullijn gezet met een afgedwongen solidariteit van de particuliere sector. Het scheelt in de kas van Kok, maar lager betaalde ambtenaren versterken de internationale concurrentiekracht van het Nederlandse bedrijfsleven niet. En het draagt helemaal niet bij tot vergroting van de prikkels om te werken.

DE SOCIALE PARTNERS, de vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers, hebben de kabinetsdreiging met een looningreep terecht afgewezen, maar ze hebben die over zichzelf afgeroepen door deze herfst een nieuw rondje te draaien in de overleg-economie. Iedere keer als werkgevers, werknemers en overheid proberen tot een centraal akkoord te komen, spelen ze een rollenspel dat ver van de maatschappelijke werkelijkheid van werkend Nederland staat. De overheid, die de pretentie heeft op te komen voor het algemene belang, is gefixeerd door haar eigen financiële problemen. De vakbeweging vertegenwoordigt voor drievijfde (semi-)ambtenaren en uitkeringstrekkers, terwijl de door prijsafspraken en kartels van competitie afgeschermde werkgevers hun visie op economische dynamiek hebben teruggebracht tot het een-dimensionale begrip loonmatiging.

In een sociale-markteconomie komen werkgevers en werknemers uit welbegrepen eigenbelang tot loonmatiging als de economie tegenzit en draagt de overheid bij tot versterking van het nationale concurrentievermogen door de lastendruk te verlagen en voor een functionerende infrastructuur te zorgen. Centrale akkoorden of looningrepen horen thuis in de woordenschat van plan-economieën en daarvan heeft Europa gelukkig afscheid genomen.