Overproduktie, fusies, boekenbijlages, en ander ongerief voor het goede boek; "Elk jaar in cadeau-tijd weer al die boekjes bij de kassa. Al die bundeltjes van columns, al die ingenaaide ideetjes!'

Volgens de koele cijfers gaat het niet goed met het boek in Europa. Alom is sprake van stagnerende omzetten, afnemende leescultuur, misschien zelfs ""een wegglijden van het boek uit het consumentenpakket''. Of moeten we de cijfers niet geloven? Vijf Nederlandse uitgevers over de staat van het boek in de schaduw van kopersstakingen, overproduktie, en de opmars van de interactieve multimedia: "Crisis? Crisis? Ik kijk gewoon niet naar buiten, ik maak boeken.'

In Groot-Brittannië spreken de kranten openlijk van ""de ergste crisis die men zich in het boekenvak kan herinneren''. De situatie is er dan ook beroerd. Zo beroerd dat er groepstherapieën worden georganiseerd ter ondersteuning van personeel dat ontslagen werd bij uitgeverijen.

De praatsessies hebben geen gebrek aan belangstelling: in 1991 alleen is tien procent van het werknemersbestand van de Engelse uitgeverijen op straat gezet. Bezien over het afgelopen decennium, met zijn golf van fusies en overnames, benadert dat aantal de vijfentwintig procent. ""Geef de hoop nooit op,'' krijgen de duizenden getroffenen desalniettemin te horen tijdens hun zielsmassage.

Maar ondertussen volgen ook de uitgevers cursussen. Over hoe zij hun personeel zo geruisloos mogelijk kunnen ontslaan. Doe dat altijd op donderdag even voor twaalf uur, leren ze, want dan kan het slachtoffer in lunchtijd uithuilen bij zijn maitresse, 's middags klagen bij zijn collega's, 's avonds troost zoeken bij zijn vrouw, vrijdag zijn bureau opruimen, en maandag is het alweer alsof hij er nooit is geweest.

In Frankrijk is het ook al niet opwekkend. Daar likt men nog de wonden van 1991, allerwege omschreven als "rampjaar', toen tijdens de Golfoorlog de boekenverkoop met meer dan twintig procent inzakte, en maar heel langzaam weer overeind krabbelde. Alleen de grote boekhandelsketen Fnac, die jaagt op een vijfde van de totale Franse boekhandelsomzet, meldt goede tijden, maar dat gaat wel ten koste van de kleinere boekhandels en uitgeverijen.

In Italië is eveneens somberheid troef. Mondadori, de grootste uitgever van het land, werd verleden jaar na ordinair touwtrekken opgedeeld tussen Silvio Berlusconi en Carlo de Benedetti. Op de laatste Buchmesse in Frankfurt was het Italiaanse uitgeversbestand tien procent kleiner dan normaal.

In Duitsland gaat het ook niet goed. Het afgelopen jaar begon het ooit zo fijnmazige Duitse boekhandelsnetwerk te desintegreren door een dramatische toename van het aantal faillissementen. Er is sprake van een acute kopersstaking die tot sterk dalende omzetten heeft geleid. Vanouds was de Duitser de beste boekenkoper van Europa met een gemiddelde jaarlijkse besteding van 210 gulden per huishouden (in Nederland is dat ongeveer 109 gulden). Nu smeken de boekhandelaren de uitgevers om de prijzen van de boeken te verhogen opdat het rendement niet geheel verloren gaat.

ALARMBEL

In Nederland is de stemming verdeeld. Zojuist trok de Stichting voor de Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) aan de alarmbel. Het bleek dat in 1991 voor het eerst tijdens de december-feestdagen de verkoop van boeken niet was gestegen ten opzichte van de maanden daarvoor. Het boek verliest, zo constateerde de CPNB geschrokken, nu zelfs zijn positie als cadeau-artikel. Met een grote reclamecampagne wordt de komende weken het gevecht met de CD en de computerspelletjes aangegaan.

Anderzijds juicht de Stichting Speurwerk (het onderzoeksbureau van de Boekenbranche) dat de verkoop van het algemene boek sinds 1986 niet meer zo hoog is geweest. Maar een sombere uitgever Maarten Muntinga (van de Rainbow-pockets en Arena) becijferde al eerder in het vaktijdschrift Boekblad dat thans nog altijd zes miljoen exemplaren minder "algemene boeken' worden verkocht dan in 1980. In geld uitgedrukt, blijft de verkoop van die circa 29 miljoen boeken zelfs steken op het niveau van eind jaren zestig. Verleden week nog maakte de Stichting Adviesbureau voor de Boekhandel (SAB) gewag van de vrees dat er wel eens sprake zou kunnen zijn van een ""echt grote terugval''. Onrustbarend is vooral het gegeven dat het aantal verkochte boeken per Nederlands huishouden het afgelopen decennium met drieëndertig procent daalde.

Heet dit nu een crisis?

Het is een vraag die door een doorsnee van de Nederlandse uitgevers, van klein tot groot, ontkennend wordt beantwoord. Zij verschillen in omzet evenzeer als in toonzetting, maar een echte crisis, nee, daar is geen sprake van. Nog niet, althans. Of beter wellicht: die is misschien bijna al weer voorbij.

Joos Kat is directeur van de zelfstandige uitgeverij Wereldbibliotheek en hij drukt zich omzichtig uit: ""Ik maak me zorgen, maar een uitgever maakt zich nu eenmaal altijd zorgen. De boekenbranche in Nederland heeft een heel stevige basis. De verhouding tussen boekhandel en uitgever is veel stabieler dan elders.''

Jan Mets van uitgeverij Jan Mets (""zojuist het stadium van eenmansbedrijf ontgroeid'') wuift de cijfers vrolijk van tafel: ""Crisis? Ach, wat een gezeur. Ik kijk gewoon niet naar buiten. Het is allemaal zo abstract. Er wordt wel meer gemopperd dan een aantal jaren geleden. Maar ik heb me nooit bemoeid met de ontwikkelingen in het vak. Ik maak boeken.''

Van somberheid wil Ivo Gay ook niets weten. Als directeur-uitgever van Ambo (onderdeel van het Bosch & Keuning-concern) vierde hij zojuist het verschijnen van het duizendste boek van de uitgeverij, en hij beklemtoont de verschillen tussen Nederland en bijvoorbeeld Engeland. Daar is een dodelijke kringloop ontstaan van uitgevers die heel veel boeken uitzetten bij de boekhandel in de hoop op die ene bestseller, en de boekhandels die grote delen van hun voorraden retourneren aan de uitgevers om de rekeningen te kunnen betalen. Zelfs uitgeverij Penguin ziet met leden ogen een ongekend aantal boeken retour komen. ""Het lijkt wel,'' mopperde managing-director Trevor Glover onlangs, ""alsof de boekhandel ze bijdrukt.''

Gay ziet dat hier niet snel gebeuren: ""Kijk, in Engeland is een deel van de crisis eenvoudigweg te wijten aan Thatcher. Die heeft het netwerk van de openbare bibliotheken vrijwel weggevaagd, de budgetten van wetenschappelijke bibliotheken ook al gedecimeerd, en daarmee een groot deel van de institutionele vraag geëlimineerd. Bovendien heeft een deel van de Engelse uitgevers ronduit onvoorzichtig geopereerd met waanzinnige voorschotten. Over de situatie in Nederland ben ik niet echt pessimistisch.''

Toch is duidelijk dat het algemene boek al heel lang niet meer floreert, zegt Laurens van Krevelen, behalve uitgeefdirecteur van uitgeverij Meulenhoff ook lid van de hoofddirectie van het Meulenhoff & Co-concern dat met een omzet van 220 miljoen gulden een derde van de Nederlandse boekenproduktie beheerst. ""Er zijn wel steeds een paar boeken die het heel goed doen, maar de meerderheid doet dat niet. Het crisis-gevoel is niet van vandaag of gisteren. Vroeger dacht iedereen dat de boekenbranche een anti-conjunctureel vak was. Dat klopt dus niet. De kopersmarkt is ingedikt en onvoorspelbaar. Op dit moment is het zo dat je zegt: je kunt ermee leven, maar het is economisch niet voldoende. De opbrengsten van alle boeken tezamen zijn te laag om de huidige branche in stand te houden. Er zal wat moeten gebeuren. Ofwel in efficiency, ofwel in een verdere shake-out.''

NONfICTIE

In heel Europa is al enige tijd een verminderd aanbod van literaire hard-covers en Originalausgaben, en nu wordt ook in de hoek van "de kwaliteits nonfictie' schade verwacht. De Angelsaksische wereld kent dit jaar een terugloop van vijftien procent in het aanbod van nieuwe titels. Om de produktie op peil te houden, zullen des te meer goedkope pockets en herdrukken verschijnen.

Staat de Nederlandse nonfictie markt ook onder druk? Het afgelopen jaar werd weliswaar vijf procent meer algemene nonfictie verkocht, maar de gemiddelde prijs per boek duikelde met tien procent, en de omzet met zes procent.

Ivo Gay: ""Ik zie nu nog geen echte problemen. Dat wil zeggen: de goede uitgevers houden volgens mij hun marktaandeel. Ik denk wel dat in de populaire nonfictie, kookboeken, reisgidsen, dat het daar ontzettend uitkijken geblazen is. Daar is al jarenlang sprake van een waanzinnige overproduktie. Als je alleen al ziet hoeveel reisgidsen er elk jaar weer bijkomen. Wie moet dat allemaal kopen? Dat moet op den duur repercussies krijgen. De afkalving gaat zich aan die onderkant van de markt afspelen.''

Van Krevelen is het daarmee eens: ""Bij Meulenhoff gaan we ervan uit dat de boekenkoper steeds meer tot de beter opgeleiden gaat behoren. Dat zie je zelfs ook bij de boekenclubs, en die kennen de boekenconsument waarschijnlijk veel beter dan wij. Het volstrekt daaronder liggende deel van de nonfictiemarkt zal steeds meer verdrongen worden door andere vormen van vrijetijdsbesteding en informatie-overdracht. Maar in feite is de kaalslag daar voor het grootste deel al geweest.''

Jan Geurt Gaarlandt van uitgeverij Balans ziet de serieuze nonfictie wel degelijk in de klem komen: ""De afgelopen jaren heeft een flink aantal uitgevers zich op nonfictie gestort. Vandaar dat ook in de serieuzere sector veel boeken zijn gemaakt en er op dit ogenblik naar mijn smaak een beetje een probleem is. De concurrentie is zwaarder geworden. Er is zonder meer overproduktie.''

Het probleem van de overproduktie van boeken is reëel, beaamt Jan Mets: ""Uitgevers blijven overproduceren. Dan krijg je toch het gevreesde "kannibalisme': de boeken gaan elkaar in economische termen opeten. Per boek minder rendement, dus meer uitgeven om je omzet te halen. Je moet dan meer en meer produceren omwille van de naakte liquiditeit. Op een gegeven moment loopt dat spaak. Dat kan zelfs een uitgever berekenen.''

OMLOOPSNELHEID

Een van de oorzaken is, zo betoogt iedereen, het feit dat de omloopsnelheid van boeken veel korter is geworden dan vroeger. Tachtig procent van de uitgegeven boeken haalt tachtig procent van hun verkoop in de eerste twee maanden na verschijnen, zo luidt het moderne rekenmodel. Daarna zijn ze commercieel "dood'.

Gaarlandt: ""Het is een klassiek punt. Uitgevers vinden natuurlijk altijd dat andere uitgevers minder moeten produceren om de overproduktie tegen te gaan. En juist daardoor blijft de overproduktie in stand. Ik maak me er ook schuldig aan. En zo gaat het bij iedereen. Zo verschijnen er honderden nonfictietitels per jaar, waarvan een groot aantal sneuvelt. Ik zie daar geen oplossing voor.''

Probleem is dat de boekenmarkt niet zonder een teveel aan boeken kan bestaan, betoogt Van Krevelen. ""Het is een open markt die werkt volgens het mechanisme van verdringing. In dat opzicht is een zekere mate van overproduktie dan ook goed.''

Joos Kat betwijfelt zelfs of het begrip "overproduktie' wel van toepassing is. ""Het is in feite een heel moeilijk begrip. Iedereen praat erover, iedereen denkt dat hij weet wat hij zegt, maar niemand weet wat de ander bedoelt. Kijk, er zijn wel overbodige titels, maar dat is volgens mij wat anders.

""Overproduktie vind ik boeken die helemaal niet gemaakt hadden moeten worden, omdat ze niets toevoegen aan wat er beschikbaar is. Elk jaar in cadeau-tijd weer al die boekjes bij de kassa. Al die bundeltjes van columns, al die ingenaaide ideetjes! Goed, het wordt verkocht misschien. Maar ik vraag me af wat er met die boeken gebeurt. Misschien worden ze zelfs wel weggegooid door degene die ze krijgt! Sterker, ik weet wel zeker dat er een heleboel worden weggegooid. Gewoon, omdat ze als boek niet de moeite waard zijn. Dat vind ik nou overproduktie!''

Een ding is volgens Kat zeker: het dichtslibben van de boekenmarkt wordt niet door fusies en overnames opgelost. ""In de praktijk leidt het vaak juist tot meer produktie. Want de grotere overhead moet betaald.''

OVERNAMES

Toch kende de Nederlandse uitgeverswereld de afgelopen twee jaar opnieuw een reeks fusies en overnames: Meulenhoff nam het Malherbe-concern over, zodat de grootste uitgeefgroep van Nederland onstond; Aramith ging naar Gottmer; binnen de Wolters Kluwer uitgeefgroep werd Veen ondergebracht bij Contact; Balans fuseerde met De Bezige Bij; Athenaeum-Polak-Van Gennep ging naar het Singel 262-concern om een imprint van Querido te worden, binnen datzelfde concern wordt Agon nu ondergebracht bij De Arbeiderspers; Bert Bakker gaat naar Meulenhoff.

Kat: ""Ik zit vanaf 1967 in het vak en ik heb al heel wat fusiegolven gezien. Wat je nu opvalt, is dat er veel uitgeverijen bij zijn die nog maar kort zelfstandig bestaan. Zie Bert Bakker, die een aantal jaren geleden zelfstandig werd, zie Aramith, zie Athenaeum-Polak, zie Balans. Allemaal verschillende omstandigheden, maar allemaal lijken ze op elkaar door een toch vrij korte levensloop als zelfstandige.''

Ivo Gay kent van vroeger de gevaren die het opgaan in grote uitgeefconcerns met zich kan brengen. ""Nu zijn de onderdelen van Meulenhoff nog zelfstandig en mogen elkaar beconcurreren. Maar hoe lang duurt dat nog? Ondanks alle goede voornemens bestaat altijd de kans dat de commerciële jongens in de directie het uitgeefbeleid gaan bepalen, en rendementseisen stellen voor de fondsvorming. Daar zal zo'n uitgeverij toch binnen de kortste keren de wrange vruchten van plukken. Iedereen kan risicoloos uitgeven met schoolboekje zus en gesubsidieerd boekje zo, maar dat is geen fonds opbouwen, en dat zal je vroeg of laat lelijk opbreken. Vroeger heeft Elsevier dat al geprobeerd, maar dat lukte natuurlijk niet. Niet voor niets heeft Elsevier de publieksboeken radicaal afgestoten.''

Onlangs was in het Amerikaanse vakblad Publishers Weekly te lezen dat Wolters Kluwer de uitgeefgroep Contact zou verkopen aan gigant Meulenhoff. Het bericht is ""voorbarig'', lacht Van Krevelen. En na een korte stilte: ""Maar ik sluit niets uit. We kennen elkaar natuurlijk bijzonder goed. We zijn elkaars beste concurrent.'' In ieder geval liepen even de rillingen over de ruggen van zijn Nederlandse collega's. Feit is immers dat Wolters Kluwer zich de laatste jaren meer en meer richt op het acquireren van buitenlandse educatieve en wetenschappelijke uitgeverijen, en Meulenhoff zich wil blijven profileren als Nederlandstalig bedrijf.

""Mijn enige angst,'' zegt Kat, ""is dat op een gegeven moment de echt heel grote jongens elkaar vinden. Dan krijg je Amerikaanse toestanden, dan zullen de uitgeverijen als damstenen over het bord geschoven worden. Dan heb je kans dat het hele bouwwerk van de Nederlandse boekenbranche in elkaar stort.''

DE JEUGD

Ook aan de kant van de boekhandels heeft zich het afgelopen decennium een hergroepering voltrokken met een vorming van grote ketens en inkoopcombinaties. De Libris-groep, de Bruna-boekhandels, de Parnassusgroep, de AKO's, en de V&D-boekenafdelingen vormen nu geduchte inkoopmachten. Gaarlandt ziet dat niet als een nadeel. ""Het betekent gewoon dat de tijd dat de boekhandel onder de duim zat van grote uitgevers voorbij is. En dat is goed. Uitgeverijen moeten nu zeer scherp nadenken over wat ze doen.''

Ivo Gay maakt zich veel meer zorgen over de grote daling van het aantal verkooppunten van boeken in Nederland de afgelopen jaren: ""En vooral de verloedering van veel verkooppunten. In feite zijn er nog zo'n honderdvijftig echt goede boekhandels in Nederland over. De rest is vaak toch gewoon kiosken met een stapeltje boeken.''

Van Krevelen ziet dat anders. De Nederlandse boekenbranche bevindt zich, meent hij, middenin een overgangsfase. ""Het gaat om de vraag: hoe bereik je de huidige generatie geïnteresseerden het best. De koper is tegenwoordig anoniem, wispelturiger. Dat is iets wat je in de gehele consumentenmarkt ziet. De tijd dat de boekhandelaar als een soort sigarenboer kon wachten op zijn vaste cliëntèle is al lang voorbij, daarvan is nu iedereen wel doordrongen. Rijkelijk laat overigens, want elders is dat al veel eerder gebeurd. Ik denk dan ook dat de daling van het aantal verkooppunten op zichzelf niet slecht hoeft te zijn.''

Het gaat volgens Van Krevelen nu vooral om het vinden van nieuwe strategieën om het boek aan de man te brengen. Zo lijkt de belangstelling bij de jeugd voor het boek in de gehele Westerse wereld scherp af te nemen. Het Freizeit-Forschungsinstitut te Hamburg berekende bijvoorbeeld dat over tien jaar het aantal niet-boekenlezers in Duitsland zal zijn gestegen van 46 naar 70 procent van de bevolking. Nu al lezen Duitse jongeren nog maar half zoveel als twintig jaar geleden. In de Verenigde Staten zijn zestig miljoen mensen, een kwart van de bevolking, praktisch analfabeet. De jeugd tot zestien jaar leest er gemiddeld niet meer dan elf bladzijden per dag (inclusief schoolboeken en strips). Terwijl in Nederland slechts zeven procent van de jongeren tussen 12 en 19 lezen een ""acceptabele tijdsbesteding'' vindt.

Is dit zorgelijk?

Kat: ""Het is een heel complex proces dat je niet makkelijk weer keert. Ik denk dat de kern van de zaak is dat het boek minder status heeft. Tegenwoordig zijn boeken nog net geen wegwerpartikelen. Maar we zijn er niet meer ver vandaan dat je de aardappelschillen in boeken verpakt. Het geldt voor een heleboel mensen niet meer als een mooi en onmisbaar bezit.

""Het besef dat het boek de drager van onze cultuur is, sijpelt niet meer door in de samenleving. De groep boekenkopers beperkt zich steeds verder tot de beter opgeleiden en iets ouderen.''

Gaarlandt gelooft echter ""absoluut niet'' dat lezen een aflopende zaak is. ""De ontwikkeling van de maatschappij en van collectief gedrag is toch volstrekt onvoorspelbaar. Al die onderzoeken doen mij weinig. Ze zeggen ook altijd dat er een grens is aan de records van de honderd meter hardlopen.''

Jan Mets wil heel af en toe wel eens tobben over het feit dat het boekenkopende publiek steeds ouder wordt. ""Ik probeer daar maar niet aan te denken. Maar er is wel degelijk een culturele gap aan het ontstaan. De jeugdcultuur staat wel erg ver af van het boeken lezen. Aan de andere kant: misschien word ik zelf wel oubollig.''

Volgens Van Krevelen is de kern van de zaak dat jongeren heel anders opgeleid zijn. ""Het gaat niet meer om lezers vanuit een gedegen traditionele Gymnasialbildung, waar iedereen in het begin van de eeuw naar streefde. Nu is dat cultuurideaal anders geworden. De beter opgeleiden zijn tegenwoordig een ingewikkeld samengestelde groep. Ze willen vooral onderhouden worden. Voor hun zijn boeken deel van het brede aanbod aan evenementen, en boeken moeten dan ook zo gebracht worden.''

BIBLIOTHEKEN

Zijn de zo druk bezochte openbare bibliotheken niet een mooie moderne vorm van leesbevordering en dus uiteindelijk van verkoopbevordering?

Van Krevelen: ""Feit is dat de bibliotheken veel eerder zijn gemoderniseerd dan de boekhandels. Een hele generatie is niet alleen gewend geraakt aan gratis lenen, maar aan een nieuwe presentie van het boek, met coffee-shops en informatiebalies. De boekhandel heeft pas de laatste jaren op die ontwikkeling ingehaakt.''

Kat ziet dat heel anders: ""Boeken lezen, een bibliotheek opbouwen, krijg je toch waarschijnlijk van thuis mee. In ieder geval krijg je het tegenwoordig niet van school of universiteit mee. En al helemaal niet van de gratis bibliotheken. Dat is een stokpaardje van me: bibliotheken hebben niets te maken met leesbevordering. Leesbevordering is iets waar je je helemaal niet mee moet bezighouden. Het is de reinste flauwekul. Hoe denk je in godsnaam door commissies en studiegroepen en het subsidiëren van dit of dat het lezen te dienen? Wat is dat leesbevordening? Dat weet niemand.

""De gratis uitleen bevordert alleen maar dat het boek een lagere status krijgt: een boek wordt iets dat je gratis kunt meenemen, het is niet meer iets wat je bezit, wat je koestert. Daarom ben ik ook een groot voorstander van duurdere boeken. Geen flauwekul: gewoon een goede prijs voor een goed boek.''

Gaarlandt is het daarmee eens: ""Dat zou economisch gezond zijn. Door al die verdomde pockets is de koper gewend geraakt aan het idee dat het boek als consumptieartikel goedkoop is. Maar boeken moeten duur zijn, en ik denk dat de boekenkoper best bereid is een behoorlijke prijs voor boeken te betalen. Mensen zijn zo makkelijk in het uit eten gaan en vakanties nemen, dan kan men best wat betalen voor boeken.''

Van Krevelen: ""De kwestie is nu juist dat de huidige tendens tot lagere prijzen een reactie van de uitgevers is op de opkomst van het duurdere boek een aantal jaren geleden.''

BOEKENBIJLAGES

Kat: ""Een deel van het probleem schuilt volgens mij ook in de behandeling van het boek door de media. Al die belangstelling van de media voor het boek is eigenlijk niet goed. Wie wordt daar nu mee gediend? Het boek? De auteur? Neen, uiteindelijk wordt alleen de krant ermee gediend. Het lijdt tot een versmalling van de perceptie van het boek tot best-sellers en personalities, daar is het boek als cultuurgoed helemaal niet mee gediend.''

Mets valt hem bij: ""In die boekenbijlages worden boeken soms zo grondig samengevat, dan denk ik: dat boek hoeft dus niemand meer te lezen.''

Kat: ""Natuurlijk is de verhouding tussen uitgever en media dubbelhartig. Ik vind het heel moeilijk om er een mening over te vormen. Maar er zit een dubieuze kant aan. Het lijkt alsof de media het boek koesteren, maar in wezen zorgen ze voor een mindere status van het boek. Het wordt een nieuwtje als elk ander. Boek en bijlages zijn in een dodelijke omklemming geraakt. De een kan niet meer zonder de ander, en dat is niet goed.''

In Amerika wordt ondertussen van de opkomst van de CD-I, de CD-ROM, de boeken op beeldplaat, veel verwacht. Publishers Weekly bleek onlangs al volledig overtuigd: ""Multimedia is the next kind of book.'' Meulenhoff heeft met andere grote concerns al een belang in een produktiebedrijf. Volgens de prognoses zal na 1995 het aanbod van multimedia-cd's invloed hebben op de omzet van boekenuitgevers.

""De Amerikaanse markt zit heel anders in elkaar dan de Nederlandse,'' waarschuwt Van Krevelen, ""Daar is ook het audio-boek een groot succes. De video in de boekhandel is er heel gewoon. In Nederland is dat niet gelukt.''

Ivo Gay haalt de schouders op: ""Misschien zullen geïllustreerde werken, of kookboeken geleidelijk plaats moeten maken voor gevisualiseerde presentaties. Maar die markt is nu ook instabiel. Mensen die goede boeken willen lezen, zullen altijd blijven bestaan. Daarnaast is er een groep incidentele lezers, en die zijn wel van belang voor bestsellers, maar niet voor de vorming van je fonds.''

Kat ziet dat in grote lijnen ook zo: ""De dreiging van de multimedia voor het boek zelf moeten we niet overdrijven. CD-I zal daar nooit tegenop kunnen. Alleen met een boek in de hand kun je je als een individu gedragen. Overigens is het ook veel beter te zoeken in een encyclopedie of een traditioneel woordenboek, dan meteen op je CD-I het juiste antwoord vinden. Een deel van de cultuur zit hem nu juist in het vergeefse zoeken.''

Gaarlandt: ""Het basisfeit is dat de hele boekenbranche toch tamelijk marginaal is. Gelukkig lopen er toch altijd mensen rond die zich willen inspannen. Al die uitgevers en al die boekhandelaren zijn toch in het algemeen zeer nauw betrokken bij hun vak. Daar draait de hele handel op.''

Mooi gesproken, maar: hoe nu verder?

""De grote kladderadatch moet in Nederland nog komen,'' zegt Jan Mets breeduit lachend. ""Maar ach, wat weet ik daar van. Geloof nooit wat een uitgever zegt. Uitgever is het meest overschatte beroep ter wereld. Op de journalistiek na misschien.''