Multiculturele theatergroep DNA speelt Viva Detroit van Derek Walcott; Komische clichés over blank en zwart

Voorstelling: Viva Detroit van Derek Walcott door DNA. Vertaling: Jenny Mijnhijmer; regie: Rufus Collins; spel: Paulette Smit, Felix Burleson, Mike Libanon. Gezien: 5/11 DNA-theater Amsterdam. Nog te zien aldaar t/m 14/11, daarna elders t/m 30/1.

Er mag sinds de afschaffing van de slavernij het een en ander veranderd zijn in de manier waarop blank en zwart met elkaar omgaan, de verhouding die de Westindische samenleving met het westen heeft is nog steeds moeizaam. Derek Walcott, kersverse winnaar van de Nobelprijs voor literatuur, wordt niet moe het theaterpubliek op dit feit te wijzen. De relatie tussen de eerste en de derde wereld is een onderwerp dat ook de multiculturele theatergroep De Nieuw Amsterdam na aan het hart ligt en artistiek leider Rufus Collins brengt dan ook met enige regelmaat stukken uit van de Caribische schrijver. Na Pantomime en Een tak van de blauwe Nijl speelt de groep nu Viva Detroit, een uit 1991 daterende komedie.

Net als in Een tak van de blauwe Nijl is in Viva Detroit sprake van een botsing tussen twee culturen, in dit geval tussen Amerika en de Caraïben. Walcott maakt dat concreet met behulp van de blanke vrouw Pat en de zwarte man Sonny die elkaar ontmoeten in een bar op het strand van Santa Lucia. Zij, een Newyorkse fotografe, heeft zojuist een pied à terre op het eiland gekocht. Tot haar verrukking is ze inderdaad in het zonovergoten paradijs beland waarover ze had gelezen en bovendien blijkt Sonny - die samen met de barkeeper voor haar de lokale bevolking representeert - zich te ontpoppen als een echte gigolo. Dat wil zeggen: hij vervult de rol die hij verwacht wordt op zich te nemen.

Hoewel Sonny een spel speelt, loert de tragiek om de hoek aangezien hij in feite geen andere keus heeft: zijn eiland heeft toeristen nodig en die toeristen verlangen van de zwarte bewoners dat ze zich tegenover hen prostitueren. Sonny's lijfspreuk: “Jouw vakantie is mijn garantie” laat daarover geen misverstand bestaan. Toch is hij niet bereid zijn eigen identiteit volledig op te geven, zo blijkt. Hij wil niet met Pat mee en Amerikaan worden. Sarcastisch stelt hij vast: “Jij houdt van me zoals je van dit eiland houdt./Jij houdt van me zoals je de winter haat./Om mijn natuurlijk, mijn onbedorven ik.”

Om te voorkomen dat zijn stuk al te boodschapperig zou worden - wat het in de laatste minuten toch wordt - heeft Walcott gekozen voor een satirische toon. Maar meer nog dan de tekst hamert de enscenering van Rufus Collins erop dat we naar een komedie kijken. De acteurs - Paulette Smit, Felix Burleson en Mike Libanon - schmieren dat het een aard heeft: hun personages zijn extreme karikaturen met vette accenten die beantwoorden aan alle clichés over blank en zwart. Aanvankelijk lijkt dat heel vervelend te gaan worden, maar de spelers houden hun rol goed vol en op den duur begint al die krankzinnige overdrijving komisch te werken. In het tweede bedrijf overtreft Paulette Smit zichzelf in een dubbelrol en zorgt met haar hysterie voor een hilarische scène.

De dubbelzinnige opmerkingen en de nauwelijks verhulde seksuele toespelingen die de personages voortdurend maken, gaan in deze voorstelling gepaard met duidelijke lichaamstaal en opzettelijk aanstellerige poses. Daarbij komt nog dat, afgezien van een simpel beschilderd doek, de speelvloer in het begin leeg is en de acteurs zich bedienen van mime om een decor te suggereren. Zo ontstaat een zeer fysieke speelstijl die een mooie aanvulling is op de tekst. De enscenering van Collins maakt kortom duidelijk, dat er gelachen mag worden om de in wezen weinig vrolijk stemmende situatie die Derek Walcott schetst. Dat gevoel voor humor moet DNA koesteren.

    • Noor Hellmann