Mr.dr. Cornélie Waling is 35 jaar. Zij studeerde ...

Mr.dr. Cornélie Waling is 35 jaar. Zij studeerde Frans, textiele werkvormen en Nederlands recht in Amsterdam. Van 1986 tot 1991 was zij verantwoordelijk voor de afdeling Nederland van het Max-Planck-Instituut voor buitenlands en internationaal strafrecht te Freiburg. In 1990 promoveerde zij op een dissertatie over het Nederlands milieustrafrecht. Sinds vorig jaar is zij in Den Haag werkzaam als advocaat bij het advocatenkantoor Wladimiroff en Spong. De afgelopen week bezocht Cornélie Waling als nationaal rapporteur voor Nederland een conferentie over het milieustrafrecht van de Association Internationale de Droit Pénal (AIDP) in Ottawa, Canada. Op weg daarheen maakte zij een tussenstop in New York. Haar partner Jan Renshof reisde mee.

Vrijdag 30 oktober

Het karakter van de kandidaten in de komende Amerikaanse verkiezingen staat centraal in de campagnes. Bush beweert dat Clinton niet is te vertrouwen. Clinton stelt op zijn beurt dat Bush voortdurend zijn beloftes breekt. Opiniepeilingen voorspellen een nek-aan-nekrace tussen deze kandidaten. Dat is het nieuws waarmee wij vanochtend worden gewekt.

Na een Amerikaans ontbijt van gebakken aardappelen, eieren en bacon, begeef ik mij naar de rechtenfaculteit van de Columbia University. Op de conferentie in Ottawa zal een belangrijk aantal Engelstalige deelnemers aanwezig zijn. Enig inzicht in het Anglo-Amerikaanse strafrecht lijkt mij daarom onontbeerlijk.

Na een aantal uren studie in de bibliotheek ontmoet ik Jan op de trappen voor de universiteit. Kaartjes voor de grote tentoonstelling van het werk van Henri Matisse in het Museum of Modern Art blijken uitverkocht. Wij slenteren daarom door het Central Park naar het Metropolitan Museum. Musea in New York kennen flexibele toegangsprijzen ("pay what you wish'). Wij zagen clochards voor een halve dollar naar binnen gaan. Zelf bekijken wij de overzichtstentoonstelling van het werk van René Magritte en genieten vanaf het dak van het museum van een herfstachtig uitzicht over het Central Park en de skyline van New York.

Een stevige wandeling brengt ons bij het Empire State Building. Op sommige kruispunten stijgt de rook van de ondergrondse omhoog. Mooi zijn de Andy-Warholachtige etalages van drogisterijen en supermarkten met systematisch op elkaar gestapelde pakken waspoeder en andere produkten. Op straat merken wij niets van de verkiezingen die voor de deur staan. New York maakt zich zichtbaar op voor twee belangrijke gebeurtenissen: Halloween op zaterdag en de Marathon op zondag.

Op aanraden van mijn broer Henk die begin dit jaar als advocaat in New York heeft gewerkt, verkennen wij Soho. De ene galerie na de andere. In een boutique speelt een jazzband. In een café zien wij Milan Kundera schrijven aan een manuscript. Na een prima maaltijd in een van de vele restaurantjes nemen wij de metro terug naar het hotel en ploffen, moe van het vele slenteren, meteen in bed.

Zaterdag

Halloweensday! Nog voor het ontbijt spelen wij een partij tennis in het Central Park. Tegen Abe en Rose, twee New Yorkers, verdedigen wij in een spelletje mixed de Nederlandse eer. De leden van mijn Haagse tennisclub Leimonias, waar ""overwegend witte kleding op prijs wordt gesteld', zouden hier hun ogen uit kijken. Sommige dames tennissen in kleurrijk geruite jasjes met lange rokken en sommige heren met ontbloot bovenlijf.

De rest van de ochtend en het begin van de middag verdiep ik mij, ter voorbereiding van het congres in Canada, in het voorstel van prof. Bassiouni voor een internationaal gerechtshof voor strafzaken.

Nog net op tijd bereiken wij de laatste boot naar het Statue of Liberty. De boottocht terug in het donker met uitzicht op de verlichte skyline van New York is mooi. Ondertussen denk ik aan mijn kantoorgenoten die nu, ter ere van de vijftigste verjaardag van onze confrère Michiel van der Valk, swingen op de klanken van Caraïbische muziek.

Net als alle New Yorkers genieten wij 's avonds in Greenwich Village van de geweldige Halloween parade. Na afloop van het spektakel veroveren wij, om bij te komen van de kou, een plaats in een café. Binnen worden wij opgenomen door de feestende menigte en dansen tot diep in de nacht.

Zondag

Dag van de marathon. Dag van de vlucht naar Canada. De hele dag, ook gedurende de vlucht, werk ik aan de voorbereiding van de conferentie. In het hotel aangekomen ontmoet ik Günter Heine, een voormalige collega uit het Max-Planck-Instituut voor strafrecht in Freiburg. Hij treedt op als nationaal rapporteur voor Duitsland. Toen ik onlangs in Freiburg was om mee te schrijven aan een boek over de ontwikkeling van het strafrecht in Nederland, hebben wij al uitvoerig van gedachten gewisseld over de onderwerpen van deze conferentie.

's Avonds is er een ontvangst waar ik een aantal oude bekenden tegenkom. Nastja van Strien is eveneens aanwezig. Zij is één van de co-auteurs van het Nederlandse rapport, waaraan ook Ingeborg Koopmans, Marianne Rutgers, Peter Tak en Jan Sjöcrona hebben meegewerkt.

Maandag

Ik sta vroeg op in verband met het eerste thema van de conferentie: een internationaal gerechtshof voor (milieu)strafzaken. De fax van de gemeente Den Haag, waarin de residentie als vestigingsplaats wordt aangeprezen, ligt al bij de receptie gereed. Met prof. Schutte neem ik telefonisch voor aanvang van de vergadering het standpunt door van de Nederlandse regering met betrekking tot deze kwestie.

De Association Internationale de Droit Pénal is een invloedrijke non-gouvernementele organisatie, met een adviserende taak aan de Verenigde Naties. Lid van deze organisatie zijn strafrechtsjuristen uit vrijwel alle landen van de wereld. Op de conferentie in Ottawa, waar de resoluties voor de grote conferentie in Rio de Janeiro in 1994 worden voorbereid, zijn afgevaardigden uit 25 landen en vertegenwoordigers van de Raad van Europa en de Verenigde Naties aanwezig.

Tijdens de conferentie wordt duidelijk dat, vanwege de misdrijven die in het voormalige Joegoslavië worden gepleegd, de idee van een internationaal gerechtshof voor strafzaken steeds meer aanhang vindt. Daardoor was het mogelijk om al meteen in het begin van de conferentie te wijzen op de voordelen van Den Haag als vestigingsplaats en de fax van de gemeente onder de deelnemers te verspreiden.

Aan de lunch zit ik naast de deelnemer uit Boedapest. Hij vertelt mij dat er in Hongarije prachtige studiecentra bestaan; ideaal om een artikel te schrijven of een lezing voor te bereiden. Hij belooft mij een aantal adressen toe te sturen.

Gedurende de rest van de dag discussiëren wij over internationale milieudelicten, opsporingsteams en de tenuitvoerlegging van strafsancties. Aan het eind van de middag is er een ontvangst bij de burgemeester van Ottawa, Her Worship Jacqueline Holtzman. Samen met een aantal nationale rapporteurs dineer ik 's avonds bij de algemeen rapporteur van het congres, Mohan Prabhu.

Dinsdag

De Fransman van de VN floot tijdens het aanschuiven aan het ontbijt een liedje. Van hem kreeg ik de titel van dit prachtige lied: "Souviens-toi Barbara, il pleuvait sans cesse sur Brest'. Nu kan ik eindelijk de plaat kopen waar ik al sinds mijn negentiende naar op zoek was.

Vandaag staat de strafrechtelijke aansprakelijkheid van bedrijven en hun managers voor milieudelicten centraal. Opvallend is dat de meeste Europese landen in dit verband waarschuwen voor een te ver gaande strafrechtelijke aansprakelijkheid van het management, terwijl in Amerika en Canada juist een tendens richting risico-aansprakelijkheid voor ondernemers bestaat. Tijdens deze discussie blijkt de enorme spraakverwarring die op dergelijke internationale conferenties kan ontstaan. Zo werd pas na enig geharrewar ontdekt dat de meeste deelnemers het begrip "strict liability' op een andere manier gebruiken dan de Canadezen.

Tijdens het middaggedeelte wordt duidelijk dat er een groot meningsverschil bestaat over welke waarden op welke wijze door het milieustrafrecht zouden moeten worden beschermd. Het formuleren van voor iedereen acceptabele resoluties op deze punten is, gezien de onenigheid binnen de conferentie, niet eenvoudig.

De vergadering is dit keer iets vroeger afgelopen. Daardoor heb ik de tijd Ottawa even in te gaan. In een boutique koop ik toch, geheel tegen mijn goede voornemens in, een rok en een spijkerbroek. Van Jan hoor ik later dat de CD's veel goedkoper zijn dan in Nederland. We zullen thuis veel tijd nodig hebben om zijn aankopen te beluisteren.

's Avonds zijn wij voor een diner uitgenodigd bij Maurits, een collega van Jan, en zijn vrouw Ilona. Jan en Maurits hebben samengewerkt op onze ambassade in Marokko. Vlak voor het slapen gaan zien wij op de tv dat Clinton in Amerika met overweldigende meerderheid heeft gewonnen.

Woensdag

Bij het ontbijt wordt vandaag weinig gesproken. Mijn tafelheer, de Chinese deelnemer aan de conferentie, die normaal gesproken altijd een tolk bij zich heeft, blijkt alleen maar in het Chinees te kunnen communiceren. Toch weet ik erachter te komen dat Peking twee universiteiten heeft.

Vandaag wordt gesproken over het sanctiesysteem bij milieudelicten. Sommigen menen dat voor milieudelicten speciale strafrechtelijke sancties noodzakelijk zijn. Anderen zijn een andere opvatting toegedaan en vinden dat slechts traditionele strafsancties door de rechter zouden moeten worden toegepast. Het Nederlandse sanctiesysteem, met zijn bedrijfssancties, zoals onderbewindstelling en sluiting, en zijn strafrechtelijke mogelijkheden tot voordeelsontneming en sanering van het milieu wekt grote belangstelling bij de andere congresdeelnemers.

De middag wordt besteed aan onderwerpen als jurisdictie en grensoverschrijdende milieucriminaliteit. Via de vraag of voor bepaalde milieudelicten het universaliteitsbeginsel moet worden ingevoerd, komt de discussie automatisch op het thema waarmee de conferentie begon: de plannen voor een internationaal gerechtshof voor (milieu)strafzaken.

Aan het einde van de middag ben ik, samen met een Luxemburgse confrère, uitgenodigd bij een groot Canadees advocatenkantoor. In Canada blijkt een groot gebrek aan goede strafpleiters te bestaan. Advocatenkantoren waar een belangrijk deel van de advocaten zich uitsluitend met strafzaken bezighoudt, schijnen hier niet voor te komen.

Jan is jarig. Dat wordt gevierd met slingers, ballonnen, champagne, taart, 35 kaarsjes, een cadeau en een etentje buitenshuis.

Donderdag 5 november

De laatste dag in Ottawa begint met een telefoontje naar Maria, mijn secretaresse. Gelukkig blijken de drukproeven voor mijn bijdrage aan de cursus handhaving milieurecht geen probleem meer te hebben opgeleverd. Ook de overige zaken worden door mijn kantoorgenoten goed geregeld.

Voor aanvang van de vergadering formuleren Nastja en ik nog enkele wijzigingsvoorstellen op de aan te nemen resoluties. De aanbevelingen die vandaag na veel discussiëren worden aangenomen hebben duidelijk het karakter van een compromis. De vergadering meent uiteindelijk dat het strafrecht alleen moet worden ingezet, wanneer civielrechtelijke of bestuursrechtelijke sancties en instrumenten ongeschikt blijken of geen effect sorteren. Over de vraag of een internatonaal gerechtshof voor strafzaken noodzakelijk is, kan tot het laatst toe geen overeenstemming worden bereikt. De hierop betrekking hebbende resolutie laat het antwoord op die vraag dan ook achterwege, doch stelt slechts, dat, wanneer een dergelijk gerechtshof er komt, dit ook zal moeten oordelen over internationaal erkende milieudelicten.

Hoewel niet op alle punten overeenstemming wordt bereikt, kunnen, gezien de verschillende rechtssystemen en -tradities die op de conferentie zijn vertegenwoordigd, de resultaten van deze week vergaderen als goed worden beoordeeld. Iedereen is dan ook duidelijk tevreden tijdens het afsluitende bezoek aan het Supreme Court van Canada. Tijdens de door de president van dit Court aangeboden receptie heffen wij het glas en richten de blik vol vertrouwen op Rio de Janeiro 1994. Ik denk aan onze vakantie in New Orleans die morgen begint.