Land maakt diepste recessie van deze eeuw door; Zuid-Afrika verarmt razendsnel

STELLENBOSCH, 7 NOV. De recessie is overal, zelfs aan het zandpad langs de lagune van Knysna, het toeristisch hoogtepunt van de Tuinroute langs Zuid-Afrika's zuidkust. Een zwart gezin warmt zich rond het vuur. De maïspap borrelt. Man, vrouw, twee jonge meisjes en grootvader hebben hier vannacht geslapen onder de bomen, schuilend tegen de regen. Ze komen uit Wildernis, twintig kilometer verderop, op zoek naar werk dat er niet is. Nergens is werk, zegt de man mismoedig.

Achter de kakofonie van politici op zoek naar nieuwe machtsverhoudingen, gaat een land schuil dat razendsnel verarmt. Zuid-Afrika is het land van de dalende grafieken en deprimerende statistieken. Miljoenen zijn op zoek naar werk. Van de schoolverlaters dit jaar hoeft maar vijf tot tien procent op een baan te rekenen. De armoede schreeuwt: ruim drie miljoen zwarte Zuidafrikanen kwam de afgelopen winter maar net door op particuliere voedselhulp.

“Het is absoluut schandalig hoe een land dat zichzelf Westers, christelijk en beschaafd noemt, zeventien miljoen mensen in pure armoede laat stikken”, zegt professor Sampie Terreblanche, politiek econonoom aan de Universiteit van Stellenbosch. “Wat vandaag in Zuid-Afrika gebeurt, is erger dan wat Karl Marx schreef over de toestand in Engeland”.

Bijna drie jaar na de ommezwaai van president De Klerk is er nog steeds geen zicht op een regering van blank en zwart en verkiezingen voor alle Zuidafrikanen. De economie is de gijzelaar van de politiek. Terwijl de politici van crisis naar crisis springen, valt de economische bedrijvigheid stil. Er wordt binnenslands nauwelijks geïnvesteerd en buitenlandse hulp blijft uit tot het land politieke stabiliteit kent en het geweld is afgenomen. Terreblanche gebruikt een Afrikaanse metafoor om de toestand te kenschetsen. “Als twee olifanten met elkaar vechten, trappen ze het gras zo stuk dat er nooit meer iets zal groeien. Dat is wat er hier gebeurt: als de politiek zo doorgaat, zal er geen economisch gras meer groeien in Zuid-Afrika. De economie is het gevechtsterrein geworden”. Terreblanche werkt aan een super-Afrikaner universiteit, kent de diepste lagen van de Afrikaner machtsstructuren en maakte in 1987 “de quantumsprong”: hij stapte uit de regerende Nationale Partij na een ruzie met president Botha, die “niet meer naar professoren, maar naar generaals luisterde”.

Zuid-Afrika maakt de diepste recessie door die het land deze eeuw kende. Er lijkt een wedstrijd gaande onder economen: wie schetst het doemste doemscenario? Deze week werd bekend dat sinds september 1989 250.000 banen buiten de landbouwsector verloren zijn gegaan. De cruciale mijnsector verloor 100.000 banen - een zevende van het totaal. De droogte en de dalende prijzen van goud en platinum, waar de Zuidafrikaanse economie op drijft, bieden weinig hoop op een opleving.

Tegelijk loopt het overheidstekort snel op tot zeven procent, en tot negen procent wanneer de “onafhankelijke” thuislanden worden meegerekend. Minister Keys (financiën en economische zaken), die in mei een topbaan in het bedrijfsleven verruilde voor een poging de economie te herstructuren, heeft een personeelsinkrimping van zes procent bij de overvette overheid aangekondigd. In het gunstigste geval zal de Zuidafrikaanse economie na een drie jaar durende daling van het bruto nationaal produkt volgend jaar met één procent groeien, liet Keys vorige week weten.

De scenario's hebben hun nut: de diepte van het dal begint de politici te beïnvloeden. ANC-leider Mandela schrok zó van de jongste gegevens, dat hij zijn organisatie van de ramkoers wegleidde en terugbracht naar de onderhandelingstafel. Hij vroeg zich openlijk af of er nog wat te regeren overblijft voor zwart Zuid-Afrika, wanneer de ruïnering van de economie voortgaat. Het ANC en de regering krijgen haast. Men praat achter de schermen over het snel installeren van een interim-regering van nationale eenheid. Op het economisch vlak vonden werkgevers, vakbonden en regering elkaar in een Nationaal Economisch Forum (model Sociaal-Economische Raad) - een belangrijke stap van een polarisatie- naar een overlegeconomie.

Voor Terreblanche is dit niet genoeg. Er is een mentaliteitsverandering nodig onder de blanke bevolking, luidt zijn boodschap, om de armoede te bestrijden en de zwarten een groter deel te geven van de welvaart. De econoom weet op de blanke universiteit van Stellenbosch gepriviligeerd opgegroeide studenten kwaad te krijgen, wanneer hij ze voorhoudt dat ze deel uitmaken van “de corrupte heersende elite”. “Vaak werkt het. Na een tijdje gaan ze nadenken”.

De groeiende welvaart in Zuid-Afrika is lange tijd in blanke portefeuilles terecht gekomen. Begin deze eeuw profiteerden vooral de Engelstaligen. Tussen 1948 en 1973 zorgde het Afrikaner nationalisme voor haar eigen kinderen. Met jaarlijkse groeipercentages van vijf à zes procent kon de Nationale Partij haar volgelingen aan banen, auto's, huizen en tweede huizen helpen. “Dat was eigenlijk de tijd geweest om de ongelijkheden recht te stellen”, meent Terreblanche. In de afgelopen twintig jaar versterkten de kleurlingen, Indiërs en de toplaag van de zwarten zich ten opzichte van de blanken, terwijl de positie van de zwarte onderlaag “dramatisch verslechterde”.

“Het belangrijkste probleem is dat de blanken ongelooflijk zijn verwend. De blanke Afrikaner is in 25 jaar een typische nouveau riche geworden. Het leidde tot nepotisme en corruptie. Het debat over sociale verantwoordelijkheid ten opzichte van elkaar bestaat in dit land niet. Nu krijg je de eerste verhalen over die zielige arme blanken, bij wie de elektriciteit wordt afgesneden. Maar men vergeet dat miljoenen zwarten nog nooit elektriciteit hebben gehad. De blanken hier leven in een fool's paradise. Ze klagen steen en been, maar het gros heeft het heel goed, zeker voor een Derde-Wereldland als Zuid-Afrika”.

Terreblanche haalt van overal in zijn vrolijk-rommelige werkkamer documenten om zijn beweringen te staven. Zelfs de prullenbak wordt omgekeerd. Een IMF-rapport: Zuid-Afrika geeft maar 2,1 procent van het nationale inkomen uit aan een sociaal vangnet, terwijl dat in vergelijkbare landen 8,7 procent is. De defensie-uitgaven stegen tussen 1972 en 1989 van 2,2 procent naar 4,3 procent.

De hoogleraar rekent voor dat Zuid-Afrika voor een groei van vier procent zeven miljard dollar aan buitenlands kapitaal per jaar nodig heeft. “De kapitaalschaarste in de wereld is zo groot dat die zeven miljard er nooit zal komen. Zuid-Afrika staat een machtige ontnuchtering te wachten: van onze splendid isolation gaan we naar een toestand van vriendschappelijke verwaarlozing”.

Terreblanche verwijt president De Klerk (“hij is geen wonderkind, hij is heel middelmatig”) dat hij de blanken een verkeerd toekomstbeeld voorspiegelt, alsof de blanke minderheid via “machtsdeling” de greep op het land kan vasthouden. De “roekeloze verkiezingspolitiek” van de Nationale Partij tegenover het ANC is volgens de hoogleraar een nieuwe uitingsvorm van de oude swart-gevaar-retoriek, die de blanken ervan moet overtuigen dat een zwarte meerderheidsregering een ramp voor het land zal zijn. “De enige reële optie die de Nationale Partij nog heeft is de zwarte meerderheid te accepteren, anders vernietigen ze de economie. De blanken denken dat ze de oplossing zijn, terwijl ze juist het probleem zijn. Hun enige kans is door meneer Mandela uitgenodigd te worden als junior partner in een coalitie-kabinet. Als de blanken van hun arrogantie genezen raken, kan het in dit land goed gaan”.

    • Peter ter Horst