Italianen vinden Nederlands "zo'n muzikale taal'

ROME, 7 NOV. Waarom gaat een Italiaan in hemelsnaam Nederlands studeren? De vier meisjes rondom de tafel kijken elkaar even aan. Dan antwoordt Maria-Teresa Stella, net afgestudeerd met een scriptie over Maarten 't Hart: “Omdat het zo'n muzikale taal is. Het Nederlands is zo mooi. Al die lange klinkers.” De andere drie knikken enthousiast. En de keelklanken dan, de verhalen in de Italiaanse pers dat het Nederlands zou worden afgeschaft omdat het de taal is van iemand met keelpijn? “Geen probleem”, antwoordt Francesca Terrenato en ze schraapt een harde "g'. Alle vier produceren ze een acceptabel "Scheveningen'.

Het is niet alleen de "muzikaliteit' van het Nederlands die de vier naar onze taal heeft gebracht - op een totaal van ruim 200 studenten in Italië, bijvakstudenten en tolkenscholen incluis. Ook de Nederlandse mentaliteit trekt hen aan. “Nederlanders hebben een intrigerende manier van leven”, zegt Franco Paris, vertaler van Huizinga's Herfsttij der middeleeuwen, die bij het gesprek is aangeschoven. “Ze klagen en kankeren wel veel en ze hebben een obsessie met alles wat alternatief en modern is. Maar het positieve is dat ze altijd geconfronteerd willen worden met andere culturen.”

Die internationale opstelling van Nederlanders was een van de thema's op het symposium over Verleden en toekomst van de Nederlandse taal, dat de vier studentes donderdag naar het Nederlands Instituut in Rome bracht. Nederlanders, Vlamingen en Italiaanse docenten Nederlands kwamen unaniem tot de conclusie dat men in Nederland zo veel naar het buitenland kijkt dat er vaak onvoldoende oog is voor de eigen taal.

Ludo Beheijdt van de Universiteit van Leuven noemde dat een gebrek aan zelfrespect. Vlamingen, die de taal zien als “een jonge bruid”, hebben daar minder last van dan Nederlanders, die “een sletig huwelijk” hebben met hun taal. En D66-kamerlid Aad Nuis constateerde: “Nederlanders zijn niet trots op hun taal, maar trots op hun talen en daarmee bedoelen ze alles behalve het Nederlands.”

Aanleiding voor het symposium waren de berichten afgelopen voorjaar in de Italiaanse pers dat het Nederlands zou worden vervangen door het Engels. Italië is niet het enige land waar dit misverstand is gerezen. Le Monde, The Observer, The Wall Street Journal en bladen in Canada, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika, Pakistan en China hebben vergelijkbare berichten geschreven.

Nuis suggereerde dat het geen toeval is dat dit verkeerde bericht juist massaal in Italië is overgenomen. Het Nederlands en het Italiaans zijn de twee talen die het meest worden bedreigd door de Europese eenwording. De positie van Engels, Frans en Duits staat buiten kijf, en de Spanjaarden en Portugezen voelen zich niet bedreigd omdat ze leunen op Latijns Amerika.

“Nederlands en Italiaans zijn de eerste talen die dreigen te sneuvelen”, zei Nuis. “Laten we daarom samen een kleine samenzwering opzetten, om te strijden voor onze talen.” Een probleem is dat zo weinig mensen weten dat in Nederland Nederlands wordt gesproken. Nederlands, Hollands en Vlaams, wie in het buitenland kan dat uit elkaar houden, vroeg Riccardo Rizza, hoogleraar Nederlands aan de universiteit van Bologna, zich af.

De oplossing: laten we allemaal over "Nederlands' gaan praten. Omwille van de zuiverheid en de duidelijkheid zouden Italianen voortaan hun tong moeten breken op "Nederlandese', waar zij nu "Olandese' zeggen. Het bleek voor veel Italianen op het symposium een te grote opgave.

Een ander probleem is dat het aanbod beneden peil is. Wie in Italië vertaalde Nederlandse literatuur wil lezen heeft nauwelijks keus. De meest recente vertaling van Nederlandse poëzie dateert uit 1966: overzichten van Paul van Ostaijen en Guido Gezelle. Gemiddeld wordt er één boek in de twee jaar vertaald. De best-vertaalde auteur is Jan de Hartog, met zeven boeken, maar die vertalingen dateren uit de jaren vijftig en zestig.

Het vertalen zou al makkelijker gaan met een goed tweetalig woordenboek. De opstellers van de Italiaans-Nederlandse Van Dale, aan de universiteit van Amsterdam, zijn bij de "D' en hopen rond het jaar 2000 klaar te zijn. Het kan misschien sneller nu een vertegenwoordiger van het Italiaanse ministerie van onderwijs geld heeft aangeboden uit een potje voor woordenboeken.

    • Marc Leijendekker