"In een propvol clubhuis passeert Taco gerust ook nog vijf mensen'; "Ongelooflijk dat die jongens een harde pass op hun borst kunnen doodleggen'; "Een keer werd Flop hier in Amsterdan herkend. Kregen we gratis een Big Mac.'

Hij wordt beschouwd als de Koning Pieldoos van hockeyend Nederland. Nu lijkt Taco van den Honert met zijn perfecte strafcornerpush ook nog "de nieuwe Bovelander' te worden. Zijn club Amsterdam voert na jaren de hoofdklasse weer eens aan.

Oranje's captain Marc Delissen noemt hem “een soort Romario”.

“Ik hoop”, reageert Taco van den Honert, “dat ik niet zo lastig ben als Romario. Maar ik had als voorhoedespeler af en toe ook vier, vijf mooie acties per wedstrijd en een andere keer kwam ik weer nauwelijks aan de bal.”

De situatie is veranderd sinds Van den Honert bij Amsterdam naar het middenveld verhuisde en daar volop in balbezit komt. “Nu word ik weer vergeleken met Bergkamp. Of ik dat terecht vind? Het is moeilijk om zoiets van jezelf te zeggen, maar ik zou ook niemand anders weten.” En Vanenburg? “Die speelt zeker beter dan vroeger. Hij neemt meer initiatief. Alleen maakt hij nu geen briljante individuele acties meer. Hij speelt soberder, raakt de ballen vaak maar één keer.”

De 26-jarige Van den Honert is net zoals de meeste hockeyers voetballiefhebber, met name van Ajax. “Ik probeer zondags altijd Studio Sport te halen.” Hij kan intens genieten van mooie acties en heeft bewondering voor het positiespel van de voetballers. “Ik vind het ook ongelooflijk dat die jongens zo'n harde pass op hun borst kunnen doodleggen. Bij mij zou die bal meters wegspringen.” Van den Honert zegt als hockeyer wel degelijk wat op te steken van het voetbal. “Ik stap om de tegenstander te misleiden in de buurt van de cirkel weleens over de bal heen. Dat heb ik dus uit het voetbal.” Hij bewondert de gebruikelijke voetbalsterren, Van Basten, Rijkaard, Bergkamp. “Gary Lineker is voor mij helemaal een koning. Hij scoort bijna altijd, maar loopt ook nog eens de ballen uit zijn broek. Dat vind ik grote klasse. Van Basten werkt veel minder hard.”

Zo'n twee keer per jaar voetbalt Van den Honert met zijn huisgenoten van de Amsterdamse Rozengracht tegen een team van de kaasboer van twee deuren verder. “Dan merk ik steeds weer hoe moeilijk het is. We spelen tegen jongens die al jaren voetballen en gaan ook elke keer weer de boot in.”

Voordat hij zijn hart aan hockey verloor voetbalde Van den Honert twee jaar in competitieverband bij LVV uit zijn geboorteplaats Laren. Hij had het er best naar zijn zin, maar zijn vriendjes haalden hem over van sport veranderen. En Taco van den Honert groeide vervolgens uit tot de meest gewiekste hockeyer van Nederland. Tom van 't Hek, 221-voudig international, vindt hem zelfs handiger dan de Pakistaanse virtuoos Shabbaz. “Hij kan nóg meer in de kleine ruimte. In een propvol clubhuis slaagt Taco er, bij wijze van spreken, gerust ook nog in vijf mensen te passeren.”

“Ik denk er niet bij na als ik een actie maak”, vertelt Van den Honert. “Ik denk niet van: nu ga ik hem zo en zo passeren. Volgens mij heeft niemand dat. Ik herken wel situaties. Als een actie is mislukt doe ik het de volgende keer anders. Dat gaat bijna automatisch.” Van den Honert verbruikt vier à vijf sticks per jaar. Ze slijten nu eenmaal snel. En Van den Honert gebruikt in tegenstelling tot vele collega's op trainingen en in wedstrijden dezelfde stick. Hij koestert zijn gereedschap. “Ik moet het gevoel hebben dat het mijn stick is. Dat is psychisch. Na één training weet ik het. Daarom is het stressen als een stick bij de vrijdagtraining kapot gaat. Dan moet ik zondags met een hele nieuwe aan de wedstrijd beginnen. Mijn stick moet een beetje krom zijn. Dat is lekker voor het pushen. Andere spelers zijn niet zo kieskeurig. Cees-Jan Diepeveen kan je volgens mij een willekeurig stuk hout in zijn handen duwen en hij kan hockeyen.”

“Zijn vorm van techniek is uniek”, aldus "fan' Van 't Hek over Van den Honert. “Dat is puur natuur. Laat niemand zeggen dat hij hem hockeyen heeft geleerd. Want dat is absoluut flauwekul.” Van 't Hek kan niemand in de voetballerij bedenken die hij op Van den Honert vindt lijken. “Zo'n goede voetballer bestaat er gewoon niet!”

Bij Van den Honert is er sprake van een geboren aanleg, maar die ontwikkelde hij door heel veel te hockeyen. Als jeugdspeler was hij dagelijks op het veld te vinden met andere talenten uit de rijke Laren-school, de broers Van Ede en Citroen, Derk Vaal. En ook thuis bij zijn ouders klonk voortdurend het gebonk van het hockeyballetje. Nu nog pakt hij in zijn kamer weleens een stick en bal om even te pielen. “Effe lekker dat balletje heen en weer halen.” Dat doet Van den Honert ook altijd tijdens teambesprekingen op het veld bij Amsterdam. Coach Joep Brenninkmeijer vindt het best. Hij stoort zich er niet aan. “Want ik weet dat hij ook luistert.”

Brenninkmeijer besloot Taco van den Honert aan het begin van deze competitie van de voorhoede naar de middenlinie te halen. De coach turfde vorig seizoen regelmatig het balbezit van de 26-jarige international. “Soms kwam hij in een wedstrijd maar tot zo'n zeven echte acties. Dat was doodzonde. Hij kreeg bijna altijd een dubbele dekking. Op het middenveld komt hij nu ontzettend veel aan de bal. Hij heeft een vrije opdracht. Hij is ontzettend creatief en verzint de mooiste oplossingen. Dat geeft hem enorm speelplezier. Dat zie je aan hem.”

Het blijkt een gouden ingreep. Het loopt als een trein bij Amsterdam en dat komt voor een belangrijk deel op het conto van Van den Honert. Dat is mede aan zijn strafcorner te danken. Hij benutte er in de eerste zes wedstrijden van de competitie dertien en haalt tot nu toe een scoringspercentage van ongeveer veertig procent. De verandering van de strafcorner komt Van den Honert niet slecht uit. Hij brengt de bal met een sleepbeweging de cirkel in en pusht 'm met zijn feilloze techniek daar waar hij 'm hebben wil. Hij heeft er voorlopig de hegemonie mee overgenomen van Floris-Jan Bovelander. De Bloemendaler heeft meer moeite met de regelwijziging. Hij scoorde pas vijf keer.

Van den Honert en Bovelander zijn vrienden, voormalige voordeurdelers en al jaren kamergenoten bij Oranje. “Ik vind het mooi om Flop een beetje te zieken”, vertelt Van den Honert. “Dat heeft hij ook altijd bij mij gedaan. Flop zit er niet mee, welnee. Zo is hij niet. Het komt allemaal wel, denkt hij.” “Vroeger”, zegt Floris-Jan Bovelander, “keken ze hoe ik de corner inschoot. Nu leer ik het pushen van Taco. Ik zie hem nooit spelen, maar hij heeft me precies verteld hoe hij het doet. Dat houdt hij voor mij echt niet geheim.”

De twee topspelers lijken qua karakter op elkaar. Zowel Bovelander als Van den Honert maakt buiten het veld een laconieke, soms afwezige indruk. Ze lijken zich nooit druk te maken. Van den Honert: “Ik kan me niet voorstellen dat er een paar dames na hun slechte resultaat op de Olympische Spelen een paar maanden helemaal in de put hebben gezeten. Dan relativeer je het niet goed. Ik was ook teleurgesteld over Barcelona, natuurlijk. We hebben daar het brons laten liggen. Maar het zou me toch niet lukken om stuk te gaan zitten.”

Een clubgenoot typeert Van den Honert als “een meegenieter”. Hij heeft het, “met de oogjes op de knijpstand”, vaak naar zijn zin in gezelschappen, maar treedt zelf niet of nauwelijks op de voorgrond. Brenninkmeijer noemt hem “superbescheiden” en introvert”. De coach beschrijft het opvallende verschil tussen de reactie van Van den Honert na een doelpunt op de training en in de wedstrijd. “Als hij in de wedstrijd scoort loopt hij meestal met een beetje gebogen hoofd terug naar het midden. Op de training is dat soms heel anders. Dan gaat hij met zijn vingertje omhoog achter het doel om langs de lege tribunes. Mooi, hè.”

Van den Honert beaamt met een verlegen lach het verhaal. “Ik heb dat gewoon niet tijdens de wedstrijd. Dat is misschien mijn bescheidenheid. Ik vind het niet nodig om voor de neus van al die mensen een beetje raar te lopen doen.” Soms, stelt hij, kan ook hij zich niet inhouden. Bijvoorbeeld toen hij tijdens het EK van '87 in Moskou een paar minuten voor tijd het enige doelpunt maakte tegen Spanje. Van den Honert herinnert zich de beelden nog. “Ik werd door iedereen opgetild en greep met beide handen naar mijn hoofd. Het was ook een hele belangrijke goal. Daardoor bereikten we de halve finale.”

Echt veel heldendaden heeft Van den Honert (141 interlands) in het Nederlands elftal nog niet verricht. Dat valt hem met zijn grote kunde zeker te verwijten. “Ik heb er niet uitgehaald wat erin zit”, beaamt de speler. “Ik moet constanter spelen. Ik was als spits natuurlijk afhankelijk van ballen die ik van anderen kreeg en ik ben niet het type dat het spel naar zich toetrekt.” Er is echter nog niets verloren. Van den Honert krijgt waarschijnlijk nog kansen genoeg om internationaal te schitteren. Hij hoopt ook bij Oranje op een positie op het middenveld. Hij heeft al de indruk gekregen dat bondscoach Oltmans hem daar ook wil posteren. Tot februari is Van den Honert echter niet beschikbaar. Hij geeft even zijn studie informatica voorrang.

Van den Honert houdt niet van te veel poespas rondom zijn persoon. Hij vindt het ook “helemaal niet erg” dat hij hier niet de populariteit geniet van tophockeyers in Pakistan of voetballers in Nederland. Hij wordt op straat vrijwel nooit herkend. “Eén keertje werd Flop (Bovelander, red) hier in Amsterdam bij Mac Donald's herkend. Kregen we gratis een Big Mac.” Van den Honert zit ook met zijn oren te klapperen als hij de salarissen van sommige voetballers hoort. “Dan denk ik weleens: sodemieter op zeg, ik stop ook veel tijd in het hockey. Maar dat ik er nou teleurgesteld over ben dat wij niets krijgen, nee. Het is ook wel lekker rustig zo. Als je een keer geen zin hebt hoeft het ook niet.”

Van den Honert weet niet of er mensen speciaal voor zijn warming-up eerder op de tribune gaan zitten. Zelf stond hij vroeger in ieder geval wel langs de kant bij de trainingen van de door hem bewonderde Ronald-Jan Heijn, de ex-international. Ook is hij graag vroeg in het stadion als hij naar een voetbalwedstrijd gaat kijken. Zo herinnert Van den Honert zich het voorspel van de UEFA-Cupwedstrijd tussen Ajax en AA Gent van vorig seizoen in het Olympisch Stadion. “Ajax pleegt altijd aan de stadszijde in te schieten. Maar daar stond Gent toen al. Dus gingen de Ajacieden gewoon tussen de Belgen lopen en schoten al hun ballen naar de andere kant. Zag je ze van Gent één voor één afdruipen. Super-arrogant van Ajax, schitterend.” En Van den Honert was erbij toen stervoetballer Diego Maradona, zijn collega-balartiest, zich voor de WK-finale van 1990 in Rome inspeelde. “Dat is bijna nog mooier dan de wedstrijd.”

    • Marc Serné