Hoofden van Vreemdelingendienst politie terughoudend; "Alstublieft, geen razzia's'

ROTTERDAM, 7 NOV. “Als staatssecretaris Kosto van justitie zegt dat alle illegale vreemdelingen het land uit moeten, dan is dat prima want hij vertegenwoordigt het bevoegd gezag. Maar het betekent niet dat we dan in den blinde achter illegalen gaan aanjagen. Astublieft geen razzia's”, zegt hoofd L. Visser van de Vreemdelingendienst van de politie in Utrecht - een stad met 230.000 inwoners en 32.000 geregistreerde vreemdelingen.

Visser zou, voegt hij er aan toe, met zijn personeel trouwens ook geen massale jacht kunnen inzetten. “Per jaar komen we met zo'n vijfhonderd illegalen in aanraking, soms wegens strafbare feiten. Daarnaast vinden we er door gerichte controle nog eens honderd. Maar met negen mensen, die zich daar effectief mee bezighouden zouden we er ook niet meer kunnen behappen.”

Vissers collega R. Michels in Rotterdam (560.000 inwoners, 84.000 geregistreerde vreemdelingen): “In onze stad hebben we per jaar contact met vijfentwintighonderd illegalen, meestal omdat ze iets op hun kerfstok hebben. Maar van die vijfentwintighonderd vijfduizend maken, dat kan niet, want daar hebben we geen mensen voor.”

Visser en Michels kunnen “met geen mogelijkheid” aangeven hoeveel illegalen zich in hun stad bevinden. Michels: “Als je er hier in Rotterdam jaarlijks vijfentwintighonderd op het bureau binnenkrijgt, waarvoor je in feite niks hoeft te doen, dan kan het toch niet anders zijn dan dat het om een massaal probleem gaat. Een probleem dat zich overigens voor 75 procent in de drie grote steden van de Randstad voordoet.”

Cijfers kan ook G. van den Biggelaar hoofd van de vreemdelingendienst in Eindhoven niet geven maar, zegt hij, “ons probleem, als je daar überhaupt in onze stad van mag spreken, is veel overzichtelijker dan in de Randstad.” In totaal werden in Eindhoven (200.000 inwoners, 14.000 geregistreerde vreemdelingen) vorig jaar 197 illegalen aangehouden, van wie er 118 werden verwijderd.

De vreemdelingendiensten van politie houden zich aan hun opdracht zoals die in de Vreemdelingenwet is geregeld: dat wil zeggen het voeren van een zogenoemd restrictief beleid. Dat betekent dat er in principe niemand wordt toegelaten tenzij Nederland daartoe door internationale verdragen is gehouden, er redenen zijn van humanitaire aard of als er een specifiek Nederlands belang mee wordt gediend, bijvoorbeeld als men werkkrachten nodig heeft. In het verlengde van dat restrictieve toelatingsbeleid ligt wat wordt genoemd een genuanceerd toezichtsbeleid. Daaronder valt volgens Van den Biggelaar in ieder geval niet het houden van "heksenjachten', want, zegt hij “je hebt met mensen te maken.”

Een van de achtergronden van een terughoudend toezicht is de vrees voor opstand onder de allochtonen. “Ik ben ervan overtuigd”, zegt Michels, “dat als we net zo zouden zijn opgetreden als men in België en Engeland doet, we óók die vormen van ordeverstoringen zouden hebben gehad als in Brussel en Brixton. Een van de voornaamste redenen dat het daar uit de hand liep, zo is uit onderzoek gebleken, was dat de vreemdelingen - ook de legale - vonden dat ze stuk werden gecontroleerd. Dat hebben we in Nederland steeds weten te voorkomen.”

Visser: “Net zo min als we de criminaliteit tot nul kunnen terugbrengen, kunnen we alle illegalen achterhalen.” Michels: “Als politie hebben we ook de bevoegdheid om elke dief aan te houden, maar daarom houden we nog niet elke dief aan. Je moet ook niet verder willen reiken dan je arm lang is.”

Michels vindt de reacties op uitspraken van Kosto dat alle illegalen het land zouden moeten verlaten “redelijk overtrokken. Wat zie je? Dat hij figuren als Piet Grijs en Jan Blokker over zich heen krijgt die verwijzen naar de razzia's in de Tweede Wereldoorlog. Maar Kosto kan toch moeilijk zeggen: we zetten de helft of God weet welk ander percentage het land uit. Dan zou hij zich niet aan het beleid houden dat we met z'n allen hebben uitgestippeld.”

Visser: “Door te roepen dat alle illegalen weg moeten, ontstaat nu een beetje het beeld dat elke illegaal een probleem is. Men zou de doelgroep nauwkeuriger moeten bepalen. Burgemeester Van Thijn en hoofdcommissaris Nordholt van Amsterdam hebben de zaak terecht in zijn juiste proporties gesteld door te zeggen dat de hoogste prioriteit moet uitgaan naar de criminele illegalen. Die staan in ons beleid ook op de eerste plaats.”

Een bijzondere probleemgroep vormen de illegale Marokkanen, die zich schuldig maken aan criminaliteit. Van de 2500 aangehouden illegalen per jaar in Rotterdam zijn er volgens Michels 900 van Marokkaanse afkomst. Marokko neemt die mensen vaak niet terug omdat ze niet over papieren beschikken. Dat is nu punt van onderhandeling tussen beide regeringen. Volgens Michels is de criminaliteit van de Marokkaanse illegalen ook een probleem voor de hele Marokkaanse bevolkingsgroep, want “ze bezoedelen de naam van hun legale landgenoten.” Visser in Utrecht: “Doordat we altijd het Marokkaanse consulaat inschakelen om het verhaal in Marokko te verifiëren is het percentage dat we kunnen verwijderen verhoudingsgewijs hoog. Van de tweehonderdelf aangehouden Marokkanen konden we er vorig jaar honderdzestig naar hun land terugsturen.”

Het koppelen van bestanden van overheidsinstanties, zoals de sociale diensten, de bureaus huisvesting en bevolking, de raad van arbeid is volgens Michels niet de alleen zaligmakende oplossing. “Het is een illusie te denken dat je daarmee het hele probleem in kaart kunt brengen, want er zijn illegalen die nergens staan ingeschreven.” Wel pleiten zowel hij als zijn collega Visser voor het beter afschermen van de collectieve voorzieningen. “Daarvoor”, aldus Michels, “zou het beleid beter geïntegreerd moeten worden. Nu is het nog zo dat de ene dienst dit en de andere dienst dat zegt en doet. Dat werkt contraproduktief. Men hoeft geen IQ van honderveertig te hebben om te begrijpen dat die toestand een aanzuigende werking heeft.”