HET NEGATIEVE WONDER; Waar bleef de nieuwe wereldorde van George Bush?

De laatste dag voor de verkiezingen heeft president Bush ingeruimd om een barrage van scheldwoorden, insinuaties en een enkele regelrechte leugen op Bill Clinton los te laten. Een "bozo' (kwiebus komt er dichtbij), een gladjanus, een zwalker, een beginselloze kletsmeier, een snotneus, een amateur, iemand die van zijn eigen staat een puinhoop had gemaakt en nu hetzelfde met het hele land wilde doen. Het was een pijnlijke bezienswaardigheid, en tegelijkertijd de apotheose van een gedaanteverwisseling, een politieke versie van Dr. Jekyll en Mr. Hyde: de machtigste man van de geordende wereld veranderd in een oude straatvechter.

Twee jaar en twee maanden geleden verscheen George Bush voor een gemeenschappelijke zitting van de Senaat en het Huis van Afgevaardigden om in een historische rede zijn nieuwe wereldorde aan te kondigen. ""Een nieuwe wereld worstelt naar het licht'', zei de president. ""Het is een andere wereld dan die we kennen, een wereld waar de regels van het recht zullen gelden en niet de wetten van de jungle, een wereld waarin de naties samen de verantwoordelijkheid zullen dragen voor vrijheid en rechtvaardigheid, een wereld waarin de sterken de rechten der zwakken zullen eerbiedigen.''

De Koude Oorlog was afgelopen, de Golfoorlog gewonnen, de vredesbesprekingen over het Midden-Oosten beloofden iets, Bush stond in de polls op 88 procent genoteerd, de wereld was rijp voor een nieuw begin en de president had het politieke kapitaal om er ernst mee te maken. ""Is de nieuwe wereldorde geen truc om de volgende verkiezingen te winnen?'' vroeg ik Arthur Schlesinger jr., de historicus der presidenten.

""Nee, ik denk dat hij het meent'', zei Schlesinger. ""Het denkbeeld is in overeenstemming met de intellectuele traditie waaruit hij voortkomt. Hij steunt op de Stimson Doctrine die is ontstaan na de overval van Japan op Mantsjoerije in de jaren dertig. Binnen dergelijke grenzen moeten we de ingreep in de Golf zien en het vervolg daarop: deze nieuwe wereldorde.'' Ik hielp het hem wensen.

Het negatieve wonder van George Bush is dat hij zijn hele politieke kapitaal binnen een jaar erdoorheen heeft gejaagd, niet eens door zich opzienbarende mislukkingen op de hals te halen maar door helemaal niets te doen van datgene wat in zijn vermogen lag - tot hij een dag of veertien geleden weer tot leven kwam, niet als de Dr. Jekyll van de nieuwe wereldorde maar als de Mr. Hyde van zijn veldtocht in demagogie tegen Bill Clinton. De vroegere populariteit van George Bush is een historische vergissing van wat men in zulke gevallen "het volk' noemt, maar wat in werkelijkheid het publiek is dat voor de televisie zit.

De kracht en de talenten van Bush komen het best tot hun recht in een tijd van crisis. Toen de Sovjet-Unie zich in haar laatste nadagen bevond heeft hij dat gevaarlijk verval met zorg begeleid. Op het ogenblik dat de Berlijnse Muur viel en Helmuth Kohl zonder noemenswaardige ruggespraak met Washington zijn grote kans greep door de Duitse vereniging tot stand te brengen, heeft Bush hem gesteund. Nadat zich, met zijn medeweten, achter de schermen veel bedenkelijk gescharrel met Saddam Hussein had voltrokken, heeft hij de Golfoorlog voorbereid en gevoerd tot de militaire overwinning behaald scheen te zijn. Maar na de ineenstorting van de Sovjet-Unie heeft hij geen politiek ontworpen die in de verste verte kan worden vergeleken met die van Harry Truman na de Duitse nederlaag. Toen de zege in de woestijn was behaald heeft hij er onvoldoende gebruik van gemaakt, zodat Saddam nog altijd onbeschadigd in Bagdad troont. Als de crisis zich eenmaal heeft ontwikkeld, weet Bush zich persoonlijk te mobiliseren. Is de crisis bedwongen, dan verandert de president in zijn eigen schaduw.

Zo is het ook in deze campagne gegaan. In de zomer, na een Democratische Conventie die al had aangekondigd dat er iets anders te gebeuren stond dan vier jaar geleden, bleef de president bevangen door lauwheid. Het ging zover dat in het Republikeinse kamp er ernstig aan werd gedacht hem voor te stellen bijtijds op te stappen en eventueel Dan Quayle mee te nemen. Op de Conventie liet hij zich ideologisch gevangen nemen door de rechtervleugel, in het bijzonder de godsdienstige tak die er bizarre denkbeelden over de moderne samenleving op nahoudt. In de eerste televisiedebatten maakte hij nog een afwezige indruk. Pas toen de cijfers een ramp voorspelden, en nadat hij James Baker tot zijn campagneveldheer had benoemd, verscheen de weerbare Bush, opnieuw gemobiliseerd door een crisis.

De afgelopen vier jaar hebben geleerd dat Bush niet consistent is. In zijn campagne heeft hij geprobeerd zich als de ideale president, de ware "commander in chief' voor te stellen, als de man die een acute crisis kan beheersen; als iemand die onder buitengewone omstandigheden tot grote prestaties komt. In werkelijkheid kon hij soms de eerste helft van een crisis beheersen. Daarmee bereikte hij de toppen van zijn populariteit. Maar om die toppen gaat het niet: een goede president laat zich herkennen aan het hoge gemiddelde in zijn bewind van dag tot dag, het vasthouden aan een lijn die Bush "the vision thing' heeft genoemd, de duurzaamheid van zijn politieke energie. Hij heeft bewezen dat het hem daaraan ontbreekt. Dit is de eerste reden waarom het goed is dat hij niet is herkozen.

*** Een Amerikaanse verkiezingscampagne is een evenement dat het midden houdt tussen een variété en een wedstrijd catch-as-catch-can. Naarmate het einde nadert en het blijkt dat de twee tegenstanders elkaar niet veel ontlopen neemt het bestanddeel variété af en wordt het catch gemener. Voor Nederlandse begrippen is het bijna niet te geloven wat de partijen zich aan vertekeningen, trappen onder de gordel, verdachtmakingen en regelrechte leugens veroorloven.

In de campagne als een vorm van catch is het uiteindelijk de bedoeling het imago van de tegenstander te verwoesten. Het is bekend op welke chapiters wordt doorgehamerd. Bush sprak bij iedere gelegenheid over Clintons onbetrouwbaarheid, zijn succesvolle poging om uitzending naar Vietnam te ontgaan, zijn onbedaarlijk verlangen naar hoge belastingen, enz. Clinton kwam met het "Read my lips' en het reusachtige begrotingstekort. Het is de kiezers dag in dag uit ingepeperd met steeds minder variaties op hetzelfde thema, steeds eenvoudiger gebracht. Op de dag van de verkiezingen heeft men elkaar uit de bronnen der demagogie niets nieuws meer te vertellen. De sjablones zijn gebakken.

Wat voor effect heeft dit op het besluit van de kiezers? Vorige keer was het een voltreffer: Dukakis werd vernietigd. Deze keer heeft het averechts gewerkt. Intussen heeft een negatieve campagne, terwijl zij wordt gevoerd, wèl voortdurend effect op het gedrag van de kandidaten zelf, en dit op drie manieren. Ten eerste hoeden ze zich ervoor iets te zeggen dat de andere partij munitie zou kunnen verschaffen. Controversiële punten uit hun programma, alles wat de veronderstelde meerderheid der kiezers onwelkom zou zijn, in het bijzonder een belastingverhoging, blijft onbesproken. De keerzijde van de negatieve agressiviteit is de wederzijdse angst. In een negatieve campagne bevriezen de partijen elkaar. Er was een curieuze outsider als Perot voor nodig om de waarheid over de belastingen te zeggen.

Wederzijdse bevriezing der kandidaten in een negatieve campagne leidt - ten tweede - tot kiezersbedrog. Iedereen die in de Verenigde Staten zijn ogen en oren de kost geeft, de krant leest en naar de televisie kijkt, weet al jaren dat dit een natie in verval is. Het is al zo dikwijls uitgelegd dat ik me beperk tot een reeks woorden: 30 miljoen onder de welstandsgrens, tegen de 10 miljoen werklozen, de daklozen, de misdaad (in 1990 werden 12.000 Amerikanen in de Verenigde Staten neergeschoten), het verval van de grote steden, het drugsprobleem, het verval van onderwijs en infrastructuur, de dreigende crisis in het bankwezen, de middenklasse in nood, het begrotingstekort. Maar, zei Bush, this is not a nation in decline! De toonzetting van een negatieve campagne staat daarna Clinton niet toe te zeggen dat het wèl een natie in verval is om dit met reeksen cijfers toe te lichten. Cijfers zijn vervelend, maken somber, nopen ertoe de televisie af te zetten; het persoonlijk drama van aanval en tegenaanval - Draaier! Kwiebus! - is interessant en houdt de kijker aan het toestel, ook terwijl de waarheid voor hem verborgen wordt gehouden.

Ten derde veroorzaakt de negatieve campagne polarisatie. De indruk wordt gevestigd dat de partijen in hun absoluutheid onverzoenlijk zijn. Ook dat is een vorm van kiezersbedrog omdat in een democratie regeren nu eenmaal alleen mogelijk is op grondslag van compromissen.

Terwijl het publiek zich vereenzelvigt, zich desnoods amuseert met het variété en het catch van de negatieve campagne, wordt het voor de gek gehouden omdat de strijdende partijen, door angst voor verlies gedreven, niet tot de waarheid komen.

Bush heeft het initiatief tot de negatieve strategie genomen en die tot letterlijk het laatste uur volgehouden. Clinton heeft zich, zoals Leslie Gelb van de New York Times schreef, vaak meer als de president gedragen. Op de laatste dag heeft hij zich van persoonljke aanvallen onthouden en zich ertoe bepaald nog eens zijn programma te verklaren. Tot op de laatste dag hebben de beste deskundigen en peilers van de publieke opinie eraan getwijfeld of de ernstige methode ook de beste zou zijn. Bewezen is nu dat het niet een wet van Meden en Perzen is, dat de kiezers niet gedoemd zijn zich altijd voor de gek te laten houden. De twijfel aan Bush heeft het gewonnen van de twijfel aan Clinton; de zekerheid over de slechte toestand van het ogenblik was een belangrijker factor dan wat Clinton wel of niet had gedaan dat in overeenstemming met de "family values' was. Daarmee is bewezen dat een negatieve campagne een luxe-campagne is, of hoogstens een demagogisch supplement dat de partijen zich alleen veroorloven als geen diepe materiële zorgen de kiezers bezighouden.

*** Herverkiezing van George Bush zou waarschijnlijk grote binnenlandse problemen hebben veroorzaakt. Onder het bewind van Reagan is de grondslag voor de nieuwe polarisatie gelegd, het groeiend verschil tussen arm en rijk waarbij de bedreigde lagere middenklasse zich des te meer in het nauw gedrongen voelde omdat de Democratische partij niet meer het nationale apparaat van hun macht was. Onder de lagere middenklasse is in de grote steden een grimmig proletariaat ontstaan, van zwart, latino's en blank. De uitbarsting in Los Angeles en een op het nippertje voorkomen opstand in het Newyorkse Washington Heights zijn er de meest recente bewijzen van. In de campagne van Bush is dit enorme gevaar - het is niet overdreven: deze sluimerende burgeroorlog - niet voorgekomen. Afgaande op zijn karakter en zijn vier jaar staat van dienst als president, mogen we er rekening mee houden dat in een volgende vier jaar Bush, die crisis had voortgewoekerd.

Dat was ernstig geweest, maar binnen die grenzen nog minder ernstig als hij relatief even sterk was geweest als de afgelopen vier jaar. Maar intussen is hij aangetast door nieuwe onthullingen over zijn betrokkenheid bij het Iran-Contra schandaal: de geheime wapenverkopen aan de "gematigden' in Teheran waarna met het aldus verdiende geld op even geheime manier de Contra's in Nicaragua zouden worden gefinancierd. Bush had altijd bezworen dat hij met deze onwaarschijnlijk zotte operatie niets te maken had. De twijfel is gaandeweg toegenomen en nu, na een recente verklaring van de vroegere minister van defensie Caspar Weinberger, is het wel zeker: Bush was "in the loop'.

Op een andere manier zou hij niet minder zijn gekritiseerd om de Amerikaanse politiek tegenover Iran: zijn opbouw van Saddam Hussein, zijn verkeerde beoordeling van diens ambities, de misverstanden die hij heeft gewekt tot kort voor Saddam Koeweit binnenviel.

Gesteld dat Bush deze verkiezingen had gewonnen, dan was hij aan handen en voeten gebonden geweest door deze twee schandalen in wording. De Democraten als verliezers hadden met extra energie hun tanden in de president gezet. Impeachment, het in staat van beschuldiging stellen, zou niet zijn uitgesloten. Dit, met op de achtergrond de explosieve tegenstellingen in het land en de crisis van de grote steden, had ruïnes kunnen veroorzaken zoals in de nadagen van Nixon, maar dan ernstiger want met dieper oorzaken.

*** Bush is afgeschreven, hij heeft geen erfenis nagelaten waarop kan worden voortgebouwd. Zelfs zijn eigen partij - door het wedden op rechts in wanorde geraakt - moet door zijn opvolgers worden gereorganiseerd opdat ze voor 1996 enige hoop kunnen hebben. "De nieuwe wereldorde' is een leuze gebleken, een formule die het publiek aan het lachen heeft gemaakt. Maar behalve dat is het een geweldige gemiste kans.

Na de Koude Oorlog schreeuwt de wereld om een aanzet tot een nieuwe ordening. De Verenigde Staten, zelfs in deze diepe crisis, blijven de enige macht die de inspiratie en de grondslag daarvoor zou kunnen geven. Maar de Amerikanen die Clinton hebben gekozen, hebben hun energie naar binnen gericht. De nieuwe president is in de eerste plaats een binnenlandse president. Daartoe heeft hij zijn campagne gevoerd en daarom heeft de meerderheid hem haar vertrouwen gegeven. Te beginnen met Roosevelt (die overigens als binnenlandse president is begonnen) heeft Amerika "wereldpresidenten' gehad: leiders die internationale verantwoordelijkheden wilden en zich daarnaar hebben gedragen. Op 3 november is dat veranderd. Als deze verandering duurzaam is, dan betekent het een breuk waarvoor Reagan en Bush de oorzaken hebben opgestapeld.