HAARLEM

Garnizoensstad Haarlem door Marcel Bulte en Aad Neeven 208 blz., geïll., De Vrieseborch 1992, f 39,50 ISBN 90 6076 343 2

Zwart en glimmend staat hij voor de wijd openslaande deuren. De vier mannen om hem heen zijn duidelijk trots dat zij hem mogen verzorgen. Ze strijken nog net niet liefdevol over zijn flanken. Op de foto lijken de manschappen van de Schoolcompagnie voor de Motordienst hun voertuig te behandelen als beschouwden zij het als een verbeterde versie van het traditionele rij- en trekdier.

Dit is maar een van de zeer vele afbeeldingen uit Garnizoensstad Haarlem. Ze geven intrigerende beelden van een verleden, waarin militair vertoon in het dagelijks leven betrekkelijk normaal was. Parate troepen werden dan hier, dan daar ingekwartierd. Een echte kazerne kreeg Haarlem in 1810, toen het Wees- en Diaconiehuis voor dit doel ontruimd werd. Daarvoor logeerden militairen en hun paarden overal in de stad. Ze bezorgden de stadsbevolking afleiding met hun parades en taptoes. De middenstand was blij met de hun gegunde leveranties. De overlast van grote aantallen zich vervelende jongemannen en van de stromen paardepis lijkt over het algemeen wel meegevallen te zijn.

Het boek behandelt de militaire aanwezigheid in Haarlem vanaf de middeleeuwen. Toen, en gedurende de Opstand in de zestiende eeuw, was er soms sprake van oorlogshandelingen in of in de buurt van de stad. Vanaf het midden van de achttiende eeuw werden er met grote regelmaat troepen in de stad ingekwartierd. Veel wordt ons verteld over de betreffende legeronderdelen en hun bewegingen, de zorgen van het stadsbestuur over de lusten en vooral de lasten verbonden aan hun verblijf. Voor wie niet strikt in militaria genteresseerd is, wordt dit verhaal tamelijk eentonig.

De auteurs hebben hun best gedaan anekdotes en citaten uit brieven en kranten te verzamelen, waaruit blijkt hoe de bevolking een en ander beleefd heeft. Anders dan titel en achterkaft doen verwachten, is in de beschrijving van de samenleving van burgers en militairen het aandeel van de laatsten echter toch zeer overheersend. Dat geldt zelfs voor de periode van de Tweede Wereldoorlog, waarover toch nog voldoende materiaal in het geheugen van Haarlemmers moet leven.