Fortuyn pleit in boek voor minder regels en instituties; "Spierballentaal is geen oplossing'

Prof.dr. W.S.P. (Pim) Fortuyn heeft een boodschap. "Aan het Volk van Nederland' is de titel van zijn boek, dat over enkele weken verschijnt. Volgens Fortuyn loopt onze maatschappij vast door een overdaad aan regels en de krampachtige pogingen van de bureaucratie om deze te handhaven.

ROTTERDAM, 7 NOV. “Op dit moment zie je een tendens om regels strikter te handhaven. Op zichzelf is dat een juiste zaak, maar als wetten massaal worden overtreden, helpt het absoluuut niet. De fundamentele vraag is: waarom worden regels ontdoken?”

Volgens prof.dr. W.S.P. Fortuyn heeft een strengere handhaving van regels ernstige sociale en economische gevolgen. In het geval van de illegalen bijvoorbeeld, dwingt strengere handhaving volgens hem tot “het sluiten van de maatschappij”. Dat zal een enorme belemmering van het vrije verkeer van mensen, goederen en diensten tot gevolg hebben. “Het zal dan ook nooit helemaal gebeuren. Illegaliteit kun je niet aanpakken met een goed georganiseerde grenscontrole. De binnengrenzen gaan open en de buitengrens van Europa is met die duizenden kilometers zee niet af te sluiten. Je ziet het aan de grens tussen de Verenigde Staten en Mexico. Dat is letterlijk een hek, maar toch zo lek als een mandje. En als je op de vliegvelden echt zou gaan controleren, loopt alles vast.”

De socioloog Fortuyn (44) was hoofddocent sociaal-economische politiek en beleid aan de universiteit van Groningen en van 1989 tot 1992 directeur van het bedrijf dat de OV-kaart voor studenten ontwikkelde. Sinds 1988 geeft de bv van Fortuyn adviezen in "politiek-strategische vraagstukken'. Als bijzonder hoogleraar bekleedt hij de Albeda-leerstoel voor arbeidsvoorwaardenvorming aan de Erasmusuniversiteit.

Ook Fortuyn vindt dat de illegalen het land uit moeten: “De overheid moet de regels handhaven. Maar moreel gezien staan we met de mond vol tanden. Daarom begrijp ik die grote bekken van het CDA en de PvdA ook niet. Stel je voor: het CDA is een christelijke partij en de PvdA komt voort uit de emancipatiestrijd van de arbeidersklasse. Hoe kunnen ze met zo'n geschiedenis zo stellig dit soort dingen beweren? De wellust waarmee dat op het ogenblik "moed' genoemd wordt. De politieke partijen zijn bezig elementen in de publieke opinie te mobiliseren en dragen zo zelf bij tot het opvoeren van spanningen. Ik denk dat we hier nog de rekening voor gepresenteerd krijgen.”

Niet alleen bij de aanpak van het probleem van de illegalen ziet Fortuyn de verstarring van de bureaucratie. Ook de enorme omvang van het zwart werken in Nederland is volgens hem een teken aan de wand. Als belangrijke oorzaak ziet Fortuyn de moeilijke toegang tot het witte circuit, vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt. “Ik vind het van een ongelooflijke starheid getuigen dat de rapporten van de WRR, zoals dat van Van der Zwan, op dat punt nooit eens worden opgepakt. Als in het laagwaardige segment van de dienstverlening de wig tussen bruto en netto loon nu eens wat kleiner zou worden, of zelfs helemaal verdween, en als je iets aan het btw-tarief zou doen, dan zou je het zwart werken binnen het witte gebeuren kunnen trekken.”

Ook vestigingseisen zijn volgens Fortuyn een hindernis die tot zwart werken dwingt. “Andriessen probeert daar wat aan te doen, maar je ziet de ene na de andere concessie al weer over de toonbank rollen.” Oorspronkelijk waren de vestigingseisen bedoeld om de kwaliteit van een produkt of dienst te verhogen en de arbeidsomstandigheden te verbeteren, aldus Fortuyn. “Maar het is een sociologische wet dat alles wat je langdurig laat bestaan op den duur in zijn tegendeel verkeert. Die wetten beschermen nu de gevestigden tegen de buitenstaanders.”

Je kunt regels handhaven met controle en je kunt proberen de moraal te verbeteren. Dat laatste is in de optiek van Fortuyn onmogelijk, omdat de mentaliteit van de burgers fundamenteel is veranderd. Fortuyn beschouwt onze tijd als een overgangsfase van iets dat niet meer voldoet naar iets nieuws. Terugkeren naar oude normen en waarden is niet mogelijk. “Brinkmans uitspraken daarover kun je toch niet serieus nemen, het is toch karikaturaal wat die man zegt? Veel mensen leven helemaal niet meer in een gezinssituatie, wat moeten die denken als zo'n kandidaat-premier daarover op de televisie zwijmelt?”

Fortuyn wil dat de individualistische, calculerende burger niet meer wordt bestreden maar juist als uitgangspunt genomen. “Al dat gemoraliseer verduistert het inzicht. Wat is er slecht aan een calculerende burger? Alle drie de grote emancipatiebewegingen - socialisme, confessionalisme en liberalisme - hebben naar mondigheid gestreefd. Nu is de burger dat: hij weegt af, spreekt tegen en handelt naar eigen goeddunken. Maar in plaats van bij die ontwikkeling aan te sluiten, treedt de politiek de burger tegemoet met normen en waarden uit het verleden.”

Regelgeving staat volgens Fortuyn nooit op zichzelf - regels zijn een uitvloeisel van institutionalisering. “Wat ik bepleit is dat we er eens flink de bezem flink door halen. De wetgever zou zijn beschermende hand van de instituties af moeten halen. Dan worden markten die nu nog worden gemonopoliseerd, bijvoorbeeld op het terrein van de sociale zekerheid, toegankelijk voor anderen.”

Fortuyn ziet de instituties aan alle kanten falen. “Neem de 15.000 illegalen die in het Westland zouden werken en de 50.000 mensen in de kaartenbakken bij de arbeidsbureaus. Wat doen we? We sturen de ME er op af. De godvrezende tuinder wordt gecriminaliseerd. Dan denk ik: "Bent u gek?'. Want het probleem ligt bij die duizenden in de kaartenbakken. We hebben die arbeidsbureaus nota bene om te zorgen dat de mensen in de kaartenbakken gaan werken. Daarom moeten de gevestigde belangen inschikken en niet alsmaar hun eigen belang beschermen. Anderen moeten worden toegelaten en de kans krijgen een graantje mee te pikken.”

Volgens Fortuijn is dat de boodschap die hij van geen enkele politicus hoort. “Politici baseren zich op de angst van de mensen in de middenklasse. Uitleggen dat een strengere handhaving van de regels niet helpt, dat zou pas moedig zijn. Wat ze nu doen is het zoeken van oplossingen met het gezicht naar het verleden en de rug naar de toekomst.”

Fortuyn hoopt dat bij maatschappelijke problemen als illegalen en zwart werken niet gewacht wordt tot de wal het schip keert. “Beide problemen kennen geen eenduidig antwoord. Je moet zeggen dat de officiële regels gehandhaafd blijven. Maar je moet ook met het probleem leren leven. Dat is de paradox. De oplossing ligt niet in spierballentaal en ook niet in het anarchistisch ontkennen van het probleem.”