Een fout in moeilijke stelling heet te vaak een blunder

Net was vorige week mijn stukje over Aljechin gedrukt, of ik zag dat ik een curieus feit gemist had. Ik meld het nog maar even, anders moet ik weer honderd jaar wachten. In het novembernummer van Schach schrijft Michael Schädlich dat op de steen die de wereldschaakbond op het graf van Aljechin heeft laten aanbrengen zowel de geboortedatum als de dag van overlijden verkeerd zijn aangegeven. Er staat: 1 november 1892 - 25 maart 1946. Het moet zijn 31 oktober 1892 - 24 maart 1946. De fout in de geboortedatum komt door een verkeerde omrekening van de oude Russische kalender. De verkeerde sterfdatum kan Schädlich niet verklaren. Er zijn mensen die vinden dat alles wat de wereldschaakbond doet, verkeerd gedaan is. U ziet, het ligt niet allemaal aan voorzitter Campomanes.

Ik wil het over de match Fischer-Spasski hebben, door Fischer met 10-5 gewonnen. De match heeft heel wat schaakliefhebbers naar de pen doen grijpen. Seirawan, bespaar me voortaan je enthousiaste woorden over BOBBY! schreef een schaakpropagandist aan Inside Chess. Een lezer van Schach vond dat de match niet in de serieuze schaakpers behandeld had mogen worden. Een andere lezer zegde zijn abonnement zelfs op, om de redactie voor de berichtgeving te straffen. In Schaaknieuws begon Tom Fürstenberg een ooggetuigeverslag met uitvoerige verontschuldigingen. Hij had zich door zijn strenge vrienden niet laten weerhouden van een reis naar Belgrado en tekende daar een uitspraak op die volgens mij iets van het onbehagen verklaart dat veel schakers bij deze match hadden, nog afgezien van de politieke situatie. Spasski zei dat hij diep in zijn onderbewuste de match wilde verliezen, om zo de schaakwereld zijn koning terug te geven. Wel een typisch modern onderbewuste, waarvan de diep verborgen inhoud op een persconferentie gepresenteerd kon worden. We houden niet van matches waar een van de spelers wil verliezen, onbewust of niet.

Vaak is badinerend gesproken over het niveau van de tweekamp. Maar dan moet worden beseft dat over bijna iedere match geschreven werd dat hij op miserabel peil stond. Herinner u Karpov-Short, eerder dit jaar. Tien partijen slechts. Daarin werden twee dames weggegeven, een kwaliteit, een mat in een paar zetten werd over het hoofd gezien, een totaal gewonnen eindspel met twee pionnen meer werd (na het afbreken!) remise en hier en daar werden nog directe en eenvoudige winst- en remisezetten gemist. Als het om Fischer was gegaan was het hoongeschreeuw oorverdovend geweest.

En dan Fischer-Spasski 1972, de match van de eeuw, waarover nu alleen nog in superlatieven geschreven wordt. Fischer en Spasski op het hoogtepunt van hun kunnen. Laten we nog eens nagaan hoe ze het er afbrachten. Ik noteer alleen de grove blunders, niet de gewone fouten.

Partij 1, Fischer geeft een loper weg. Partij 5, Spasski blundert in moeilijke stelling en kan meteen opgeven. Partij 7, Fischer verknoeit een gewonnen eindspel. Partij 8, Spasski geeft eerst een kwaliteit en dan een pion weg. Partij 14, een van de slechtste partijen ooit door wereldkampioenen gespeeld. Fischer verliest met wit kort na de saaie opening een pion, Spasski krijgt een gewonnen eindspel, maar blundert de pion terug, remise. Partij 15, een komedie van dwalingen, zie hieronder. Partij 21, de beslissende partij. Spasski verknoeit een remise-eindspel waarin op een gegeven moment helemaal niets meer te beleven was. Er waren nog veel meer gevallen waar de commentatoren indertijd over "blunders' spraken, maar ten onrechte, want het ging om fouten in gecompliceerde stellingen, die nu eenmaal niet te vermijden zijn.

Blunders ook niet blijkbaar. Schaken is moeilijker dan het lijkt voor de toeschouwer. Daarin ligt ook de onrechtvaardigheid van al dit soort opsommingen van misgrepen. De goede zetten worden als vanzelfsprekend beschouwd. Alleen als je zelf aan het bord zit, besef je dat je in een labyrint loopt, en dat verdwalen waarschijnlijker is dan de juiste weg vinden.

Speel nog eens de vijftiende partij uit 1972 na. Zie hoe makkelijk die beschreven kan worden als een komedie van dwalingen, zoals ik net heb gedaan. Maar stel u ook de vraag: hoe zouden anderen dan Fischer en Spasski het er hebben afgebracht in deze complicaties?

Wit Spasski-zwart Fischer, vijftiende matchpartij 1972.

1. e2-e4 c7-c5 2. Pg1-f3 d7-d6 3. d2-d4 c5xd4 4. Pf3xd4 Pg8-f6 5. Pb1-c3 a7-a6 6. Lc1-g5 e7-e6 7. f2-f4 Lf8-e7 8. Dd1-f3 Dd8-c7 9. 0-0-0 Pb8-d7 10. Lf1-d3 b7-b5 11. Th1-e1 Lc8-b7 12. Df3-g3 0-0-0 13. Lg5xf6 Heel onaangenaam voor zwart. 13...Lxf6 14. Lxb5 of 13...gxf6 14. Dg7 Tdf8 15. Pxe6 zou niet speelbaar voor hem zijn. Dan maar een pion opgeven en het beste ervan hopen. 13...Pd7xf6 14. Dg3xg7 Td8-f8 De opening van Fischer is mislukt, hij heeft nauwelijks compensatie voor de pion. 15. Dg7-g3 b5-b4 16. Pc3-a4 Th8-g8 17. Dg3-f2 Pf6-d7 18. Kc1-b1 Kc8-b8 19. c2-c3 Pd7-c5 20. Ld3-c2 b4xc3 21. Pa4xc3 Le7-f6 22. g2-g3 h7-h5 23. e4-e5

Bij de vorige zetten zijn wel hier en daar versterkingen door de commentatoren gesuggereerd, maar je kan niet zeggen dat er na de opening ernstige fouten zijn gemaakt. Maar nu! Alleen maar om een valletje te kunnen zetten verzwakt Spasski zijn pionnenstelling fataal. Na 23. Te3, eventueel gevolgd door Pa4 of Pb3, zou hij vrijwel gewonnen staan. 23...d6xe5 24. f4xe5 Lf6-h8 Niet direct 24...Lxe5 wegens 25. Pdb5. Maar omdat pion e5 zijn lot niet kan ontgaan, heeft Spasski al zijn voordeel in één klap verspeeld. 25. Pd4-f3 Tf8-d8 26. Td1xd8+ Tg8xd8 27. Pf3-g5 En hiermee brengt hij zich zelfs in ernstig gevaar. 27...Lh8xe5 28. Df2xf7 Td8-d7 29. Df7xh5 Op een hellend vlak. Hij had met 29. De8+ op remise moeten spelen. 29...Le5xc3 30. b2xc3 Dc7-b6+ 31. Kb1-c1 Hier werden weer heel wat vraagtekens gestrooid door de commentatoren. Men kwam tot de conclusie dat wit met 31. Ka1 remise had kunnen houden. Nu krijgt zwarts aanval beslissende kracht. 31...Db6-a5 32. Dh5-h8+ Kb8-a7 33. a2-a4 Pc5-d3+ 34. Lc2xd3 Td7xd3 35. Kc1-c2

Zie diagram

35...Td3-d5 Eerste winst verzuimd, die bereikt had kunnen worden met 35...Td8. Op een zeer ingewikkelde manier overigens, zie hiervoor de matchboeken. 36. Te1-e4 Td5-d8 Tweede keer. Kortsjnoi analyseerde 36...Lc6 naar winst voor zwart. 37. Dh8-g7 Da5-f5 38. Kc2-b3 Df5-d5+ En Kortsjnoi dacht zelfs dat zwart hier alsnog had kunnen winnen met 38...Ka8, maar Timman liet zien dat wit met 39. De5 Tg8 40. h4 Txg5 41. Dh8+ remise zou kunnen houden. 39. Kb3-a3 Dd5-d2 40. Te4-b4 Dd2-c1+ 41. Tb4-b2 Dc1-a1+ 42. Tb2-a2 Da1-c1+ 43. Ta2-b2 Dc1-a1+ Remise.