Dienstplicht

In zijn bijdrage "Grondwet staat afschaffing dienstplicht niet in de weg' (NRC Handelsblad, 3 november) concludeert N.H.M. Roos dat het de wetgever vrij staat de dienstplicht te schrappen zonder dat de constituante daarover een uitspraak hoeft te doen.

Los van de totstandkomingsgeschiedenis van het onderhavige art. 98, het is niet waar dat de toenmalige grondwetgever niet uitdrukkelijk heeft bepaald dat de krijgsmacht uit Vrijwilligers en dienstplichtigen bestaat.

Naar de letter van de grondwet is het voorstel van Roos dus inconstitutioneel, bovendien is wetshistorische interpretatie een zaak voor de rechter, niet voor de wetgever (ofschoon hier het toetsingsverbod geldt).

De flankerende artikelen staan afschaffing van de dienstplicht niet in de weg, stelt Roos. Die conclusie is correct. Met name de artikelen 98 lid drie, 99 en 101, bevatten echter zoveel bepalingen over dienstplichtigen dat het uit oogpunt van eenduidigheid van tekstredactie niet fraai is op dit punt de grondwet niet te wijzigen; de grondwet hoort geen catalogus te worden voor recht dat niet meer geldig is.