De Tweede Kamer kiest het "model black monday-plus'; "Dit debat had ook vorig jaar kunnen worden gehouden'

DEN HAAG, 7 NOV. Wat wil de Tweede Kamer met Europa? Uit de overweldigende detail-slag van bijna twintig uren debat over "Maastricht' in de Tweede Kamer, de afgelopen drie dagen, is dat zonder veel moeite te destilleren. De Tweede Kamer wil - evenals de regering - een federaal Europa, met ruime bevoegdheden voor het Europees parlement, een Europa met één markt en één muntstelsel, een Europa waarin de besluiten zoveel mogelijk door de Gemeenschapsorganen worden genomen, ook op sociaal en justitieel terrein en bij het buitenlandse beleid en veiligheidsbeleid.

We zijn wel wat "sadder en wiser' geworden door de reacties op Maastricht in eigen en andere landen, zei het Kamerlid Eisma van D66. De stappen vooruit worden wellicht wat kleiner, maar het einddoel blijft een “federalistisch communautair Europa”. Echter, aldus Eisma: “Geen black mondays meer”, daarmee refererend aan maandag 30 september 1991, toen het Nederlandse ontwerp-verdrag voor "Maastricht' door de EG-partners bruusk van tafel werd geveegd. Wie de wensen van de Kamer bijeen telt, komt echter tot een "model black monday-plus'. Er is niets veranderd aan de oude Nederlandse Eurodroom. De aanpak zal alleen wat rustiger zijn.

Terwijl de meerderheid van de overige Kamerleden welwillend toekeek, adopteerden Jurgens van de PvdA en minister-president Lubbers samen de definitie van de Franse oud-president Giscard van Europa als “een nauw verbond van staten waarin elk land zijn nationale identiteit en cultuur bewaart en waarbij - in een gedecentraliseerd federaal stelsel - gemeenschappelijk die bevoegdheden worden uitgeoefend waartoe die landen samen hebben besloten”. De GPV'er Van Middelkoop, krachtig bestrijder van de Europese Gemeenschap cynisch: “Dit debat had bij wijze van spreken ook vorig jaar in de Kamer kunnen worden gehouden.”

In de verwijzing naar decentralisatie zit het begrip "subsidiariteit' ingebakken, het “toverwoord” (een uitdrukking van de SGP'er Van Dis) waarmee iedere Euro-scepticus heden ten dage wordt geconfronteerd. Het begrip regelt wat wel en niet op Europees niveau wordt afgehandeld en moet - onder invloed van wat Jurgens het “post-Maastrichtsyndroom” noemde - vooral gaan over wat nièt naar Brussel gaat. In de uitleg van de Britse premier Major wordt met "subsidiariteit' zelfs echt een einde gemaakt aan verdergaande integratie.

De VVD'er Weisglas, in een spagaat tussen de lange federale belijdenis van zijn partij en de recente scepsis van zijn partijleider Bolkestein, wilde met Major een wat hij noemde “subsidiariteitstoets met terugwerkende kracht”. “Alles afwegende”, aanvaardde Weisglas uiteindelijk toch het verdrag. De opstelling tegenover Europa was in Nederland immers een stuk bescheidener geworden, zei hij. Dat moet vooral op de VVD-aanpak zelf slaan, want bij de meerderheid van de Kamer was van een grotere bescheidenheid beslist niets te merken.

Hoe is het toch mogelijk, zo vroeg Van Middelkoop van het GPV zich af, dat in Frankrijk, Engeland en Denemarken de politieke discussie over Maastricht zo intensief is en in Nederland de tribunes leeg blijven? “Herlevend nationalisme in die landen”, antwoordde Jurgens, hetgeen door Van Middelkoop wat geërgerd als “begripsvervuiling” werd gediskwalificeerd. Mensen als Jurgens, Eisma en de CDA'ers Van Iersel en Van der Linden joegen wat dat betreft de tegenstanders van Maastricht toch wel angst aan door hun massieve pro-Europese opstelling. Subsidiariteit moet vooral worden gebruikt om te bepalen wat wèl door Brussel kan worden afgehandeld, zei Jurgens. Premier Lubbers noemde dat eerder al “actieve subsidiariteit”.

Ina Brouwer van Groen Links, demonstratief het boekje "Maastricht voor beginners' op haar tafel, deed moedige pogingen bressen te slaan in de zelfverzekerdheid van de overweldigende meerderheid aan Maastricht-voorstanders. Het "democratisch tekort' is door Maastricht eerder vergroot dan verkleind, zei ze. Het goedkope vulmiddel is het begrip subsidiariteit, waarmee juist het reeds bereikte niveau wordt uitgehold. En verder is, aldus Brouwer, van een samenhangende milieu-aanpak geen sprake en wat op sociaal terrein aan kleine stapjes is gedaan, is door de Engelse blokkade teniet gedaan en ten slotte wordt het buitenlands en veiligheidsbeleid niet democratisch gecontroleerd.

Daar tegenover stond de koele opsomming van de CDA'er Van der Linden, steeds als een tijger wachtend op zijn prooi, onmiddellijk naar de interruptiemicrofoon schietend als hij een in zijn ogen ongerechtvaardige waarneming over Europa hoorde. Nederland kan niet zonder de Europese Gemeenschap, zei hij: de EG heeft gezorgd voor duurzame vrede, voor de hoogste exportquota, in het bijzonder van de agrarische industrie, voor behoud van groei en werkgelegenheid en vooor stabiliteit. Door de EG heeft Nederland “veel meer greep op het eigen lot” dan erbuiten en kan het als EG-lid veel meer doen voor gerechtigheid in de wereld dan alleen.

Als de politieke unie, opgenomen in het verdrag van Maastricht, niet tot stand komt, zo betoogde hij, “dreigt er een politiek vacuüm in Europa te ontstaan”, nu de druk van het communisme is weggevallen. “De VS bezien de EG nu meer met economische ogen dan met buitenlands-politieke. Juist nu komt het meer op eigen kracht aan.” En die was, zo blijkt in de kwestie-Joegoslavië, tot nu toe niet erg indrukwekkend geweest; voor Oost-Europa is de EG geen gesprekspartner.

Een van de meer concrete resultaten van het debat over "Maastricht' is de nadrukkelijke toezegging van de regering dat men voortaan de Kamer eerder zal informeren over voornemens voor besluitvorming op Europees niveau. Er gaat meer, veel meer papier naar de Kamerleden. Of ze dat ook allemaal kunnen verwerken en of het leidt tot een Europa dat dichter bij de burgers staat, is twijfelachtig. De Kamercommissie voor EG-zaken bleef tot nu toe in vrijwel volstrekte anonimiteit. Niet, omdat ze achter gesloten deuren vergaderde, integendeel, maar omdat niemand behalve de leden en wat ambtenaren er naar toe ging. "Maastricht' heeft daar weinig aan veranderd, gezien de uiterst geringe belangstelling voor het driedaagse debat deze week.