De Spaanse opmars met bal, touw en lint

BEEKBERGEN, 7 NOV. Na de olympische wedstrijden in Barcelona was de teleurstelling groot. Gymnaste Carmen Acedo, 17 jaar, miste net haar doel, een medaille. De vierde plaats in de finale van het toernooi in de ritmische sportgymnastiek betekende voor de amtibieuze Madrileense een roemloos einde. Haar trainingsmaat Caroline Pascual (15) won verrassend het zilver.

Waarom heb ik dat succes niet? Stuurs verliet Carmen Acedo in augustus het sportpaleis van Barcelona, Pascual daar achterlatend. Die genoot van een minutenlange staande ovatie. “De ambitie heb ik door mijn moeder gekregen. Zij stimuleerde me altijd het beste van mezelf te geven”, aldus Acedo gisteren.

Drie maanden na dato heeft de ranke Spaanse scholiere eindelijk vrede met haar olympisch resultaat. Haar blik is nu gericht op het wereldkampioenschap volgend jaar in Alicante. Zij droomt van een mondiale titel in eigen land, maar komt er niet openlijk voor uit. “In ieder geval behoor ik nu tot de besten van de wereld en dat wil ik volgend jaar voor eigen publiek weer bewijzen.”

Ritmische sportgymnastiek is decennia lang beheerst door de prima donna's uit Bulgarije en de voormalige Sovjet-Unie. Professionele ballettraining, de grote trainingsijver in het jongleren met hoepel, bal, touw, lint en knotsen brachten de langbenige, ranke slangemeisjes tot ongekende artistieke hoogstandjes. Internationaal eisten Bulgaarse en Sovjet-gymnasten de medailles op.

Pascual en Acedo doorbraken dit jaar deze traditie. De heersende wereldkampioene Oksana Skaldina uit Kiev werd bij de Olympische Spelen afgetroefd door Pascual en de Bulgaarse Diana Popova, begin dit jaar nog Europees kampioene met de maximale score van 40 punten, eindigde zelfs ver onder Acedo. Alleen de eveneens uit Kiev afkomstige Alexandra Timoshenko bleef ongenaakbaar. Zij won in Barcelona het goud in de vierkamp.

“Ambitie, lichaamsbouw en liefde voor muziek”, zijn volgens coach Emilia Boneva de belangrijkste aspecten die de Spaanse opmars verklaren. Tien jaar lang zwaait de Bulgaarse de scepter in het sportinternaat van Madrid. Met veertien pupillen en haar echtgenoot bewoont zij een groot huis vlak bij de trainingshal. Zij is moeder, vriendin, choreografe en coach van haar "kinderen'. Carmen Acedo maakt nu vier jaar deel uit van het "gezin' Boneva. Acht uur per dag en zes dagen per week is de 166 centimeter lange Acedo in touw geweest voor olympisch succes. Caroline Pascual is haar trainingspartner. Met een voetblessure bleef de laatste achter in Madrid toen Acedo woensdag afreisde naar Beekbergen waar in het KNGB-centrum gisteravond het Alfred Vogel-toernooi van start ging.

Drie dagen lang duurt het toernooi dat bij deze achtste editie een uitzonderlijk sterk deelneemstersveld kent. Bij gebrek aan concurrentie zegevierde in het verleden steeds een Bulgaarse. Geldgebrek en interne strubbelingen rondom de nationale coach Neshka Robeva, die na de deceptie van Barcelona bedolven werd met kritiek, houden de Bulgaarse solisten dit jaar in Sofia. Over twee weken in Brussel bij het wereldkampioenschap moet immers het imago worden hersteld.

De afwezigheid van de Bulgaarsen wordt gecompenseerd door de aanwezigheid van Carmen Acedo en de tweede Spaanse Amaya Cordenosa. De laatste wordt door Boneva getipt als de olympische ster voor Atlanta'96. Maar zij en Acedo zullen het dit weekeinde niet gemakkelijk krijgen. De voormalige Sovjet-republieken Rusland en Wit-Rusland doen Beekbergen voor het eerst aan en brengen beide met Jelena Sjamatulskaya en Larissa Loekjanenko topklasse op de vloer. Daarnaast is Moskou met een eigen team present.

Het low-budget toernooi (totale begroting 80.000 gulden waarvan 17.500 gulden prijzengeld) zwemt in kwalitatieve luxe. “Niveau van een Europees kampioenschap”, spreekt de KNGB-coach Veneta Michailova uit. Dus spelen de Nederlandse deelneemsters Bernhart, Schuurman en Straub een bijrol. Hun trainingsinternaat in Beekbergen werd per 1 september opgedoekt. Gebrek aan financiën. Maar ondanks dat kon met een trainingsomvang van twintig wekelijkse uren toch geen enkel aansprekend resultaat worden behaald.

De laatste drie maanden traint Carmen Acedo wat minder, "slechts' veertig uur per week, om straks in de aanloop naar het WK van volgend jaar in Alicante weer te kunnen accelereren. Het Alfred Vogel-toernooi beschouwt de Spaanse als een vormtest.