De Brug; Hoe Guben en Gubin langzaam weer de Neisse durven oversteken

Honderd meter en een brug scheiden in Guben aan de Neisse de Duitsers van de Polen. Honderd meter, maar een wereld van verschil in welvaart en mentaliteit. Na de val van het communisme ging de grens weer open. Voorzichtig snuffelen de degelijke Duitsers aan de anarchistische Polen. Angsten en vooroordelen, maar ook een voorzichtige flirt en een verbroederende economische malaise. Portret van een gedeeld stadje, dat sinds de Tweede Wereldoorlog is overgeleverd aan de loop van een rivier.

De wachttijd voor vrachtwagens bij de grenspost Frankfurt aan de Oder is vierentwintig uur. Radio Potsdam meldt het monter, terwijl de herfst de glooiende velden in nevelen hult. De rode bomen druipen.

Net voor de file buig ik af naar het zuiden, via Eisenhüttenstadt richting Cottbus, langs de Oder/Neisse-grens. De reis voert naar Wilhelm-Pieck-Stadt, vanwege de naam en de wonderbaarlijke geschiedenis. Wilhelm Pieck, de eerste president van de DDR, is er geboren, vandaar de naam. Maar sinds twee jaar heet de stad weer gewoon Guben, zoals zij eeuwen heeft geheten. Guben was een bloeiend textielstadje aan de oevers van de Neisse, de rivier waarvan vóór 1945 niemand ooit had gehoord. ""Gubener Tuche, Gubener Hüte, weltbekannt durch ihre Güte.'' De beroemdste Gubener familie was de familie Wilke. Hoedenfabrikant Wilke bedacht in 1854 een geniaal waterafstotend verviltingsprocédé voor zijn hoeden en veroverde de wereldmarkt. De Wilkefabriek is nu op sterven na dood. Wie draagt er nog altmodische DDR-dopjes, al zijn ze nog zo resistent?

Aan Gubens rust kwam in 1945 een einde. In februari van dat jaar werd de bevolking haastig geëvacueerd voor de aanstormende Russische troepen. Negen weken leverden de Russen met de Duitsers slag op de Berg des Doods aan de rand van de stad. Het oude centrum, gelegen op de oostelijke Neisse-oever, werd goeddeels verwoest. De Duitse troepen vluchtten richting Berlijn, achtervolgd door het 33ste leger van het Eerste Witrussische front onder leiding van generaal Zjoekov. De burgers keerden terug om te redden wat er te redden viel. Maar in juni werd de Neisse de nieuwe grens en bezette het Poolse leger het oostelijke deel van Guben, het verwoeste hart van de stad. Weer trok de Duitse bevolking de Neisse-brug over en hokte bijeen in het kleine Industrieviertel aan de westoever. Velen verdwenen naar West-Duitsland. In het nieuwe Poolse stadsdeel, dat Gubn werd genoemd, vestigden zich Poolse vluchtelingen, op hun beurt verdreven uit de Oostpoolse provincies, die door Rusland waren geannexeerd. De enig overgebleven brug over de smalle Neisse ging dicht. Guben/Gubn werd een gedeelde stad en de elkaar vijandig gezinde Polen en Duitsers legden 's avonds hun oor bijna op één kussen.

Oud zeer

Ik rijd Guben binnen en het eerste wat opvalt is dat de stad nog steeds geen hart heeft. Alle straten leiden naar Gubn, naar de nauwe Neissebrug, waarachter de ruïneuze toren van Gubens vroegere Grote Kerk oprijst. Onkruid groeit uit alle poriën. Daar ligt Polen, daar ligt Gubens oude centrum. Sinds twee jaar is de grens weer open. Polen en Duitsers kunnen zonder visum over en weer op bezoek. Voorzichtig worden nieuwe banden aangeknoopt. Oud zeer en nieuwe obstakels bemoeilijken die onwennige flirt. De brug naar Polen, de enige grensovergang, is constant verstopt. Het vrachtverkeer blokkeert de smalle straten. De wachttijden kunnen oplopen tot 50 uur.

Om de stad enigszins te ontlasten, moeten de vrachtwagens op een parkeerterrein buiten de stad op hun beurt wachten, maar het lijkt niet veel te helpen. Als je op tijd de grens over wilt, kun je beter gaan lopen. Telefoonverkeer tussen Guben en Gubn is onmogelijk, omdat Gubn zich moet behelpen met een negentiende-eeuwse telefooncentrale. Als de Duitse burgemeester zijn Poolse ambtsgenoot iets vragen wil, bedient hij zich van een loper.

De Wende heeft ook in Guben de werkloosheid gebracht. Het grote Chemiefaserwerk, waar vroeger 7000, deels Poolse, arbeiders werkten, is overgenomen door Hoechst en ingekrompen tot 2000 werknemers. De hoedenfabriek is bijna ter ziele, net als de wollen-stoffenfabriek. De werkloosheid is officieel 18%, officieus rond de 30%. De stemming is er naar, net als overal elders in de vroegere DDR zijn de Oostduitsers bedrukt en voelen ze zich overrompeld door de Wessis. Maar in Gubn, dat geven de Gubener grif toe, is de situatie nog veel slechter. Officieel bedraagt de werkloosheid daar 16%, maar Gubn heeft niet veel meer te bieden dan de noodlijdende schoenenfabriek Carina (1400 arbeiders), een textielbedrijf (500 man), nog wat lichte industrie en een Pools legeronderdeel, dat door de burgemeester voor openbare werken wordt ingezet. Bedraagt Gubens budget 70 miljoen D-mark, de Polen moeten met een schamele 3 miljoen D-mark zien rond te komen.

Ongezien wandel ik de grens over. Terwijl in Gubens hoofdstraat de ene moderne winkel na de andere ontstaat en oude huizen worden opgeknapt, ligt Gubn er nog praktisch net zo bij als in 1945. Grote kale grasvlaktes midden in de stad, hier en daar opgevuld door lelijke lage flatgebouwen, de kerkruïne en, als enige pronkstuk, het gerestaureerde oude raadhuis met het nonnentorentje. ""Het was Stalins politiek,'' zegt Gubens locoburgemeester Axel Scherler, ""om het totale Poolse grensgebied tot militaire zone, tot niemandsland te bestempelen. Daarom is Gubn nooit verder ontwikkeld, grote delen van de verwoeste stad zijn zelfs afgebroken, de Polen mochten er niet bouwen. Pas met de komst van Gomulka in 1956 is met deze politiek gebroken. Vóór de oorlog had het oostelijke deel van Guben, het stadscentrum, 38.000 inwoners en het westelijke industriegebied maar 7000. Nu is het andersom: Guben heeft 31.000 Duitse inwoners, tegen 18.000 Polen in Gubn.''

Smokkel

Ik volg de stroom Duitsers naar de markt, waar Poolse handelaren rijk worden van Duitse Marken. De Poolse markt is voor de Duitsers spotgoedkoop. Vandaag is de Mark 9300 zlotys waard, een gemiddeld Pools maandinkomen is 2,5 miljoen zlotys, ongeveer DM 250,-, dus elke Mark is meegenomen. De Polen komen ook in Duitsland boodschappen doen en er is een levendige smokkel van sigaretten, bier en videoapparatuur. Volgens de Poolse pers verdienen daar zo'n honderd Gubinaren dagelijks de kost mee.

Twee jaar is de vierendertigjarige Czeslaw Fiedorowicz nu burgemeester van Gubn. Hij is hier geboren, hij wil de stad opbouwen. ""We hebben hier jarenlang een gevoel van tijdelijkheid gehad. De mensen, die uit Oost-Polen hierheen waren gestuurd, bleven rekening houden met een nieuwe deportatie.'' Geld voor investeringen heeft Gubn niet. Om het gejammer van zijn Duitse buren kan Fiedorowicz dan ook alleen maar lachen. ""Guben heeft zich de laatste twee jaar onwaarschijnlijk snel ontwikkeld. Ze krijgen heel veel hulp van de regering, wij krijgen bijna geen stuiver, want de staatskas is leeg. De Polen zouden grenzeloos gelukkig zijn met de kansen die de Duitsers krijgen. Er is een wereld van verschil tussen Guben en Gubn. Ik denk dat de kloof tussen armoe en rijkdom de komende tijd nog dieper zal worden.''

Toch straalt Fiedorowicz een groot optimisme uit. De Polen, zegt hij, zijn een sterk volk met een eeuwenlange geschiedenis van oorlogen en delingen. Polen zijn handig genoeg om elke situatie in hun voordeel uit te buiten. De Poolse handelsgeest is onuitroeibaar. Fiedorowicz heeft zijn trots ten opzichte van zijn Duitse collega-burgemeester Balzarek. ""Mij zul je niet horen zeggen dat ik arm ben. Als wij elkaar spreken, heeft Balzarek het gewoon net iets vaker over geld dan ik. De Duitsers hebben een komische mentaliteit. In Guben is een prachtig warenhuis geopend. Ik prees er het assortiment, de onmetelijke hoeveelheid consumptieartikelen, maar de Duitsers riepen alleen maar klagelijk: o nee, alles is veel te duur! Even later zie je ze dan met volgestouwde wagentjes de winkel verlaten. Het is het verschil tussen Slaven en Germanen. Slaven zijn veel vrijer. Het zou geen kwaad kunnen als de Duitsers een beetje gepoloniseerd werden.'' Dat de Polen ook wat van de Duitsers kunnen leren, wil Fiedorowicz wel toegeven. Stiptheid, soliditeit, orde, praktisch denken. En georganiseerdheid, bijvoorbeeld in de politiek, zegt de burgemeester.

Een uur na ons gesprek arriveert een Duitse delegatie in het stadhuis van Gubn. Ze neemt plaats tegenover een uitgebreide schare zeer zwijgzame Poolse ambtenaren. De sfeer is nog wat stijfjes. Burgemeester Balzarek laat zich wegens ziekte excuseren. Loco-burgemeester Scherler en Fiedorowicz voeren het woord. Het gesprek loopt via tolken. Fiedorowicz spreekt een aardig mondje Duits, bij de Duitsers ontbreekt elke kennis van de Poolse taal.

Hoe zit bij jullie de gemeentesecretarie in elkaar, willen de Polen weten. Volgt een opsomming van commiessen, klerken, afdelingen en referenten. De Duitsers vragen zich af hoe de Poolse gemeenteraad functioneert. ""Wij hebben een CDU/CSU/FDP-meerderheid, die een coalitie vormt met de SPD,'' zeggen ze gewichtig. De Poolse burgemeester glimlacht fijntjes. ""De overgrote meerderheid van onze gemeenteraadsleden is partijloos. Er zijn in Polen teveel partijen met vergelijkbare programma's. Ze zijn allemaal te zwak om de mensen te enthousiasmeren.'' Verbazing bij de Duitsers, die al vergeten zijn hoe kort geleden ze het Westduitse politieke systeem opgelegd hebben gekregen. ""Bij ons vormt zich rond elk nieuw probleem een nieuwe coalitie,'' lacht Fiedorowicz en hij moet toegeven dat dat de gemeenteraad niet erg slagvaardig maakt. De partijloze ambtenaren knikken.

Dan worden culturele plannen gesmeed. Er is een commissie ingesteld die zich moet buigen over de gemeenschappelijke bebouwing van het eiland in de Neisse, dat vroeger plaats bood aan de stadsschouwburg. In november moeten de Miss Guben/Gubn-verkiezingen worden gehouden, er is een stadsfeest op komst. Men maakt zich ernstige zorgen over de verwachte Kerstdrukte aan de grens. Echt levendig wordt het gesprek pas als het gouden kalf van de privatisering wordt aangedragen. Dat interesseert ook de zwijgzame Polen. In Gubn is de kwestie heel eenvoudig: de Polen hebben geen geld om huizen te kopen. In Guben is de verkoop in handen van een woningbouwvereniging gegeven. Men goochelt wat met centen en procenten, het blijft allemaal nog onwennig. Andere Länder, andere Sitten, zegt Fiedorowicz en nodigt de Duitsers uit om gezamenlijk het gemeentehuis te bezichtigen.

Hoe krap de Polen bij kas zitten, wordt de volgende dag opnieuw duidelijk als een delegatie Poolse artsen bij hun Duitse collega's op bezoek komt. Het Poolse ziekenhuis heeft gebrek aan bijna alles, aan apparatuur, aan medicijnen, aan geld. Eén D-mark per dag wordt in Gubn uitgetrokken voor het voeden van een patiënt en het ziekenhuis valt van ellende uit elkaar. Trots laten de Gubenaren de zojuist geheel gerenoveerde chirurgische afdeling van het ziekenhuis zien. De Polen zetten grote ogen op. De Oostduitsers, die al twee jaar lang alles met gebogen hoofd van de Westduitsers in ontvangst moeten nemen, zijn dolgelukkig dat ze van hun relatieve overvloed ook wat aan hun mindere broeders kunnen schenken. Dat recht de ruggen. Een tandartsstoel wordt weggegeven, en meubilair en medicijnen. ""Wij herinneren ons nog maar al te goed de tijd dat wij zo leefden als jullie,'' zegt dokter Herbert Gehmert. Voor de burgers van Guben is de nabijheid van Polen een probaat medicijn tegen al te luid zelfbeklag.

Grenzgängerkarte

Bij alle Pools-Duitse uitwisselingen duikt de naam van Krzystof Gawronski op. Net als de Neissebrug is Gawronski (36) een trat d'union tussen Polen en Duitsland. Hij woont sinds vijf jaar in Gubn en behalve op het Poolse lyceum geeft hij sinds begin dit schooljaar ook geschiedenis aan een klas Poolse leerlingen op de Gesamtschule 1 in Guben. Gawronski is een echte dromer. Vriendschap tussen de volkeren is zijn ideaal en daartoe rent hij, tolkend, glimlachend en bruggen slaand, op en neer tussen Guben en Gubn. Op zijn grafsteen, zegt hij romantisch, moet naast de Poolse tekst een Duitse staan. Zijn Poolse collega's op het lyceum kijken hem er scheef op aan. ""Ze vinden me gegermaniseerd,'' zegt Gawronski, ""Polen houden niet van Duitsers.'' Natuurlijk, de Duitse Marken, die hij voor zijn lessen krijgt, zijn een welkome aanvulling op zijn karige salaris (""Ik denk dat ik nu meer verdien dan de Poolse burgemeester,'' gniffelt hij), maar het is niet om geld, dat hij elke ochtend, gewapend met een speciale Grenzgängerkarte, op zijn fiets langs de douane snelt om zijn leerlingen Poolse geschiedenis te onderwijzen.

Het idee voor de Poolse klas op Gesamtschule 1 is bij directeur Schwarz eigenlijk uit nood geboren: de school had gebrek aan leerlingen. Maar ook Schwarz ziet er duidelijk meer in dan een beter belegde boterham. Gawronski sleept me mee naar het ziekenhuis waar zijn directeur ligt te genezen van een te enthousiaste sprong van de schooltrap. ""De Polen moeten bij ons blijven, juist nu met al die Ausländerfeindlichkeit,'' zegt Schwarz. ""Ik verwachtte wel problemen, we hebben een kleine rechtsradicale Szene op school, die heb ik vantevoren bij elkaar geroepen en ze de situatie uitgelegd. Je moet met die jongens aan het praten blijven, hoe moeilijk het ook is. Het probleem is dat ze helaas niet voor humane argumenten vatbaar zijn. Daarom gebruik ik altijd maar een economische redenering. Als wij ons zo tegen buitenlanders gedragen, heb ik ze uitgelegd, dan koopt het buitenland onze exportprodukten niet meer en stort de economie in. Ik heb ze ook verteld dat de buitenlanders de Duitse economie groot hebben gemaakt. Er waren ook ouders die bezwaar hadden tegen de Polakken, ze waren bang dat het ten koste van hun kinderen zou gaan.''

Schwarz is voor keihard optreden tegen de neonazi's, hij vindt de Westduitse justitie veel te zachtaardig. ""Hun gedrag is absoluut onacceptabel en dat moeten ze voelen ook.'' Hoewel de directeur walgt van het gedrag van de skinheads voelt hij zich tegelijkertijd schuldig. ""Met mijn twintig jaar lesgeven in de DDR ben ik medeverantwoordelijk voor hun desoriëntatie. Dat heb ik ook tegen ze gezegd. Overigens moet je niet denken dat er vroeger bij ons in de les nergens over gepraat werd. Als de deur van het klasselokaal dichtging, was ik de baas. Ik heb altijd geprobeerd de kinderen humaan op te voeden.''

De zeventienjarige Tomasz uit Gubn is een van de Poolse leerlingen op Gesamtschule 1. Hij vindt de Duitse school prettiger dan het Poolse lyceum. ""De discipline is in Polen veel strenger, je bent steeds bang voor slechte punten. De sfeer is hier prettiger, ook tussen leraren en leerlingen. Mijn Poolse klasseleraar was heel boos dat ik naar een Duitse school ging. Waarom leer je niet in Polen, zei hij verwijtend. In Polen is er wel een politieke omwenteling geweest, maar aan het schoolsysteem is niets veranderd.'' Bang is Tomasz niet voor zijn Duitse medeleerlingen, al zijn er weleens incidenten over en weer. Tussen de jeugd uit Guben en Gubn komt het soms tot vijandelijkheden, meestal in en rond de disco.

Turken

De zestienjarige Thomas uit Guben, zoon van een elektromonteur, ringetje in zijn oor, Deutschland op zijn borst, ring met Verdienstkreuz aan zijn vinger, behoort tot het groepje rechtse jongens op school. ""Ik heb wat tegen Polen, die klauen alleen maar. Ik heb ook wat tegen buitenlanders, ze pikken ons werk in, ze hebben hier niets te zoeken.'' De rellen in Rostock vond hij "best wel okee'. Dat er doden kunnen vallen doet hem niks. Hij weet niet zeker of hij mee zou vechten, of Heil Hitler zou roepen, maar applaudisseren zou hij zeker. ""In Berlin Kreuzberg zijn we eens aangevallen door Turken, die ons nazi's noemden, omdat we kort haar hadden. Sindsdien heb ik helemaal wat tegen buitenlanders. Naar de discotheek in Gubn ga ik niet. Een vriend van me is er in elkaar geslagen. Polen bij ons in de disco? Erin komen ze wel, maar of ze er nog uitkomen is de vraag.''

""Het rechtsradicalisme van de jeugd hangt samen met hun wereldbeeld,'' zegt geschiedenisleraar Gerhard Gunia. ""De nazistaat was een uniforme staat met een duidelijk vijandbeeld. Die jongens hebben heimwee naar de DDR-staat, waar de Stasi zorgde voor rust en orde. Ze haten de democratie, ze willen een nationale dictatuur. De democratie kent veel te grote tegenstellingen. De zwaksten van de democratie zijn de sterken onder de rechtsradicalen.'' Echt grote rellen heeft Guben nog niet gekend. Er waren wat opstootjes toen twee jaar geleden de grens openging en in september probeerde een vijftigtal rechtsradicalen met molotov-cocktails amok te maken bij het hermetisch afgesloten asielzoekershuis. De grenspolitie greep snel in.

Volgens Ingolf Pilz, leider van het asielzoekershuis, komen de skins meestal uit andere steden, uit Cottbus bijvoorbeeld, waar een heel grote rechtsradicale beweging is, of uit West-Duitsland. In Guben wonen tweehonderdvijftig asielzoekers in drie barakken. Dat het nog relatief rustig is gebleven komt volgens Pilz omdat de barakken nogal afgelegen liggen. Er is geen sprake van overlast. Veel asielzoekers zijn bang sinds de rellen in Rostock. ""We hebben hier heel wat huilpartijen gehad. Ouders vrezen ook voor hun kinderen, die soms op school door Duitse kinderen geslagen worden. We hebben een Vietnamese jongen, die niet meer naar school durft. Die dwingen we natuurlijk niet, maar veel kunnen we er niet aan doen. Het hangt van de school af. De werkloosheid heeft tot grote ontevredenheid geleid in Guben. De meeste mensen wijzen geweld tegen buitenlanders af, maar hebben grote bezwaren tegen de enorme aantallen economische vluchtelingen. Dat geld, zeggen ze, kan beter in onze economie gestopt worden.''

Het asielzoekershuis van Guben ligt vlak bij de ondiepe Neisse. In de zomer kwamen de vluchtelingen bij bosjes over de rivier binnenwandelen, het merendeel uit Roemenië en Bulgarije. Tot nu toe zijn alle asielaanvragen afgewezen. ""De mensen weten dat ze voor niks wachten en dat maakt de stemming er niet beter op. Iedereen gaat vervolgens in beroep om zijn verblijf te rekken. De procedure, die vroeger wel een jaar kon duren, is sinds 1 juni versneld tot 3 maanden. Dit tehuis werkt sinds februari, tot nu toe is er niemand uitgewezen.'' Pilz excuseert zich. Hij moet een klas middelbare scholieren toespreken die het asielzoekershuis komen bezichtigen. De kinderen zijn ongeïnteresseerd en maken flauwe grappen over epidemieën, vuiligheid en misbruik van overheidsgelden. Pilz doet zijn best.

Wilde honden

""Ach, de Duitsers,'' zegt Tadeusz Firlej (68) aan de andere kant van de Neisse licht spottend. Firlej is de baas van de Poolse organisatie voor toerisme en landenkunde, in Gubn praktisch de enige club die iets voor jongeren organiseert. Firlej komt uit de bergen en dat is aan zijn gegroefde kop te zien. Er komt een fles wijn op tafel en brood met Poolse worst, als hij aan het vertellen slaat. In de oorlog ontvluchtte Firlej verschillende Duitse werkkampen. Hij verstopte zich in de bergen, waar de Duitsers vanwege de partizanen niet durfden te komen. Na veel omzwervingen belandde hij in 1951 in Gubn. Het was het hoogtepunt van de Stalin-tijd en Gubn was een dode stad. ""Er woonden 3000 mensen en ontelbare wilde honden en katten. De stad lag voor de helft in puin. Iedereen was bang voor elkaar. Omdat dit een grensstad was werd iedereen in de gaten gehouden. Overal was prikkeldraad. Tot het ontstaan van de DDR lag het IJzeren Gordijn praktisch hier, aan de Oder/Neisse-grens.''

Pas met het einde van het stalinisme en de komst van Gomulka kreeg Gubn een nieuwe kans. De opbouw kon ter hand worden genomen. In 1972 ging de grens voor het eerst open, en ze bleef open tot 1981, toen Honecker de DDR uit angst voor de revolutionaire invloed van Solidariteit weer hermetisch afsloot. ""Op 1 januari 1972 stroomden massa's Duitsers Gubn binnen, op zoek naar hun huizen,'' vertelt Firlej. ""De Polen schrokken zich dood en verstopten zich. De Duitsers waren heel teleurgesteld, er was zo weinig van het oude Guben over. Ze trokken ook naar de dorpen en bedreigden de Oostpoolse boeren, die in hun huizen woonden. Die grepen naar de mestvork en verjoegen ze van hun land. De Poolse boeren zijn hier ook niet vrijwillig heengekomen. Wij zijn die rotoorlog niet begonnen! Ach, de Duitsers. Vroeger riepen ze "Heil Hitler', toen kwam Wilhelm Pieck en riepen ze "Leve Stalin'.

""In Gubn staat het geboortehuis van Pieck. Ik weet niet hoeveel Duitse delegaties hier de afgelopen jaren met bloemen de deur hebben platgelopen! Dagelijks verscheen er een nieuw borstbeeld. De Duitsers zijn zo blind gedisciplineerd. Wij Polen hebben geen heiligen, wij moeten altijd overal de draak mee steken.''

""Het is Wilhelm Pieck geweest,'' zegt Frau Katharina Thamke (70) boos, ""die de Gubener in 1946 valse hoop heeft gegeven. Liebe Genossen, zei hij hier in de stad, jullie zullen alles terugkrijgen! Dat hebben we lang geloofd. Nu willen we het niet meer. Het is geen oorlog waard. Nee, de Polen kunnen er ook niks aan doen, die zijn ook maar van huis en haard verdreven.''

De Thamkes zijn in Guben geboren en getogen en herinneren zich nog precies hoe mooi de stad eens was. We drinken thee uit keurig blauw porselein, met een stukje Kuchen. Frau Thamkes vader had een groot tuinbouwbedrijf buiten de stad. Guben was beroemd om de appelbloesem en in de lente kwamen de mensen speciaal met de trein uit Berlijn om de boomgaarden te bewonderen. Katharina's man Alfred (80) was koopman in de papierbranche. Met het fascisme zegt hij niet veel op gehad te hebben, maar ja, een mens moet leven. ""Ik reisde voor de oorlog veel. Ik had joodse klanten, maar ook nazi's en anti-nazi's. Ik heb me altijd zo neutraal mogelijk opgesteld.'' In de communisten zeggen de Thamkes evenmin ooit iets gezien te hebben. Thamke vocht op de Krim en heeft daar gezien wat hen van het communisme te wachten stond. Nee, heimwee naar vroeger, naar twee dictaturen, hebben de Thamkes niet. Als gepensioneerden zijn ze blij dat het hen eindelijk een beetje beter gaat. Maar voor de jeugd ziet de toekomst er somber uit in Guben.

Het rechtsradicalisme vervult de Thamkes met angst, maar het wordt toch hoog tijd dat er wat tegen al die buitenlanders wordt ondernomen. ""Als het Duitsland niet lukt de werklozen van de straat te krijgen, dan zal het hier heel slecht aflopen. Wij hebben dat al eens eerder meegemaakt. De vroegere SED-mensen maken nu gemene zaak met de rechtsradicalen. De democratie komt onder grote druk te staan. De bestraffing is ook veel te licht. Laatst is er een Angolees doodgeslagen en de dader kwam er met een lichte straf van af. Tegelijkertijd maken ze in West-Duitsland een enorme ophef over het recht op abortus! Ook in een democratie moet je machtsmiddelen gebruiken als dat nodig is.''

Wonderbaarlijk genoeg is een van de meest ongeschonden plekken in Guben de joodse begraafplaats. Zonder beschadiging heeft ze de oorlog doorstaan - het verhaal gaat dat de niet-joodse tuinman, die op de begraafplaats woonde, weigerde het terrein te verlaten toen de nazi's het in vlammen wilde laten opgaan - en ook de neonazi's hebben de afgelegen plek klaarblijkelijk nog niet ontdekt. ""Indrukwekkend, hè?'' zegt Gawronski als we naar de oude stenen turen. En mijmerend over de verschillen tussen Polen en Duitsers zegt hij: ""De Polen zijn romantisch, dat heeft veel nadelen. Wij kunnen wel revolutie maken, maar we zijn nooit in staat iets tot een goed einde te brengen.''