Banken dreigen hun onaantastbare positie op de beurs te verliezen

De Nederlandse banken en commissionairs zijn te duur, passief ten opzichte van cliënten en houden bovendien een hervorming van het handelssysteem van de Amsterdamse effectenbeurs tegen, zo meent het adviesbureau McKinsey. Daardoor verliest de Nederlandse aandelen- en obligatiemarkt dramatisch terrein ten opzichte van de Londense schermenbeurs SEAQ International.

Het terreinverlies van Amsterdam is nog groter dan gevreesd, zo blijkt uit het rapport, opgesteld in opdracht van het beursbestuur. Nog maar 32 procent van de totale handel in Nederlandse staatsleningen vindt plaats in Amsterdam, tegen 78 procent in 1985. De prijsvorming bij de aandelen vindt voor 60 procent op Nederlandse bodem plaats. Dat was drie jaar geleden nog tachtig procent.

Behoud van de beurs is volgens McKinsey alleen mogelijk als zo snel mogelijk wordt overschakeld op een handelssysteem, vergelijkbaar met het screen-based stock exchange automated quotation (Seaq) systeem van de beurs in Londen. In een persbericht liet het beursbestuur gisteren alvast weten dat de invoering van het nieuwe systeem binnen de financiële mogelijkheden ligt en binnen een jaar gerealiseerd kan zijn.

Een participatie van Amsterdam in het Londense systeem zou aansluiten bij de al bestaande praktijk. Het was niet toevallig dat een delegatie van de Londense beurs kort geleden het beursbestuur van de Amsterdamse effectenbeurs met een bezoek vereerde. De Britten zouden graag zien dat buitenlandse beurzen participeren in Seaq.

Voor een kleine markt als Amsterdam zijn weinig schaalvoordelen te behalen uit de ontwikkeling van een eigen beeldschermsysteem, zoals de banken willen. De participatie in Seaq zou de beurs extra inkomsten kunnen opleveren. Bovendien heeft de Amsterdamse beurs twee sterke troefkaarten in handen: een afwikkelingssysteem dat veel beter is dan dat in Londen en een goed functionerend ordergedreven hoekmanssysteem. Het hoekmanssysteem blijft onontbeerlijk voor de handel in kleinere, moeilijk verhandelbare fondsen en in tijden van crisis waneer de "market maker' in Londen de hoorn naast de haak legt.

De komende weken zal nog veel moeten worden gepraat binnen het beursbestuur. De Nederlandse banken hebben hun twijfels over aansluiting bij Seaq International. Zij hebben op het moment een onaantastbaar overwicht op de Amsterdamse markt in zowel de grote orders van institutionele beleggers als die van de particuliere belegger. De handelaren op de dealingrooms van de banken kunnen via hun scherm gewoon kijken naar het Londense Seaq. Zonder enige verplichting en risico kan de markt worden afgetast. Volgens ingewijden is dat de reden dat de banken nu al geruime tijd aandringen op een kostbaar en waarschijnlijk weinig effectief systeem van market-making in Amsterdam. Zij schrikken terug voor de risico's en het grotere kapitaalbeslag die deelname aan Seaq International met zich zullen meebrengen.

Maar volgens McKinsey snijden zij zich met een dergelijke houding in de vingers. De Nederlandse banken zouden zich, zo meent McKinsey, beter kunnen richten op versterking van hun positie door lagere tarieven, verbeterde verkooptechnieken bij nieuwe klanten en verbetering van het produktenpakket.

Uit de gesprekken die de management-consultants voerden met grote institutionele beleggers blijkt dat pensioenfondsen vaker zaken doen met goekopere buitenlandse effectenhuizen, die bovendien nog beschikken over betere effectenresearch. Deze huizen, leden van Seaq, sluizen hun handel grotendeels door naar Londen.