Alles went

Het eeuwenoude patroon van sloten wordt bedolven onder een stratenplan en daar schijnt haast bij te zijn. Trekkers rijden af en aan met wagens vol zand. Links en rechts steekt de elleboog van een graafmachine in de lucht.

Vanaf de Potterskade zelf mis je het overzicht, maar vanuit de trein is de tekening van straten al goed te zien. Ze vormen de vakken van een reusachtig parkeerterrein. In die vakken komen huizen, in die huizen mensen en die mensen zullen gelukkig zijn, iedereen kent het talent van mensen om gelukkig te zijn.

Ik kijk het aan en verbaas me maar een beetje. Waarom springen de tranen je niet in de ogen van ellende?

Ik woon hier sinds 1975 (het eeuwenoude patroon van sloten onder het stratenplan van mijn eigen buurt heb ik niet gekend) en het heeft jaren geduurd om vertrouwde plekjes te vinden - die vervolgens één voor één op de schop zijn gegaan.

Zeker, dat was erg. Hoe vaak ik niet ben thuisgekomen met de mededeling: “We moeten hier weg Iris!” Zo vaak, dat ze niet eens meer de moeite nam me tegen te spreken.

Want ja, je past je aan, je zoekt je telkens weer een weg die toch iets prettigs heeft, die genoeg kleur en leven en ruimte oplevert om te vergeten.

Alles went.

Soms denk je nog: het is verschrikkelijk dat alles went. Maar dat went ook.