150 jaar Limburgs zangkoor Sint Cecilia; "Kinderen, het lukt wel'

Het dorpje Sint-Pieter, gelegen tegen de helling van de Sint-Pietersberg, is een parel aan de kroon van Maastricht, waartoe het behoort. Ze telen er de allerbeste aardappelen omdat de vruchtbare klei vermengd is met mergel. Daar ligt ook een van de twee enige wijngaarden van Nederland.

De roomskatholieke kerk, Sint-Pieter Op De Berg genoemd, is zo een geliefde plaats om te trouwen dat er op een zaterdag soms wel vier huwelijksmissen zijn. De vorige Limburgse gouverneur, dr. J. Kremers, die vanuit het aan de overkant gelegen provinciehuis op de berg uitkeek, ging er graag ter kerke. Iedereen zou er wel begraven willen liggen op de zo hoog boven de Maas gelegen dodenakker, maar er is een stop op doden van buiten de parochie.

De parochie met ongeveer 1000 zielen is bijzonder trots op haar zangkoor, dat de naam Sint Cecilia draagt. Dat bestaat 150 jaar en is daarmee vermoedelijk een van de oudste roomskatholieke zangkoren van Nederland. Het jubileum wordt dit weekeinde met veel luister gevierd, onder meer met de uitvoering van de vierstemmige Missa Festiva, gecomponeerd door organist Rick Debie, echtgenoot van de dirigente mevrouw Ingrid Debie-van der Aart.

In 1842 richtte de toenmalige pastoor het koor op omdat wat er in zijn kerk tot dan toe ten gehore werd gebracht, meer leek op “straatliederen, dan op kerkzang. Geen luister noch plechtigheid worden aan den uiterlijken Dienst gegeven. Ik zal dit niet lang dulden.”

Het koor telt 38 leden: mannen en - sinds de jaren zestig ook - vrouwen. Sommigen zijn meer dan zestig jaar lid van het koor. Achtenzestig jaar lid zijn de gebroeders Constant (75) en Harie Hameleers (73). Constant, ter plaatse Gaston genoemd, werd geworven toen hij zijn eerste Heilige Communie deed en de pastoor ontdekte dat hij zo'n kristalhelder stemmetje had. Harie wordt ook wel "de Jatser' genoemd. Dat is Maastrichts voor iemand die altijd op stap is. Maar als Harie er op uit trekt is dat slechts om de schone deernen van Sint-Pieter te verleiden geld te geven voor de donateursactie. Beiden beschouwen het koorlidmaatschap als “een verslaving”. Mevrouw Debie: “De meeste leden komen meer voor de gezelligheid dan voor de kerk.”

Op de woensdagavonden als er repetitie is in het lokaal dat men "zonder licht en vuur', wat wil zeggen voor niets, mag gebruiken, blijft men altijd na afloop nog lang bijeen met een glas bier of een wijntje. Het kerkkoor is het koor met typische Maastrichtse voornamen als Jeu en Colla, Sjengske en Pie. Voor zover ze nog leven zetten ze zich iedere zondag opnieuw in om de Heer te loven. Het repertoire kan zich meten met dat van veel grotere koren. Zo heeft men 50 Kerstmotetten, 70 zogenoemde neutrale motetten, die worden gezongen als de priester het groene kazuifel draagt, en tenminste 12 meerstemmige missen van onder anderen Haydn, Bruckner, Mozart, Schubert en Palestrina. Eens in het jaar, op het feest van Sint Petrus en Paulus op 29 juni, trekken ze a capella zingend door de velden van Sint-Pieter.

Het koor van Sint-Pieter Op De Berg won eens op een concours in Luik de eerste prijs in de derde afdeling. Een andere keer kreeg men in het eveneens Waalse Wandre de poedelprijs omdat men in de optocht zo statig had voortgestapt.

Legendarisch is d'n Hum. Dat was de dirigent Hubert Theelen, een onderwijzer, die bijna vijfenzestig jaar het koor heeft geleid. Dat moet, zegt de dirigente, welhaast worden vermeld in het Guinness Book of Records. De in 1988 op zeer hoge leeftijd gestorven Theelen moest op het einde van zijn carrière door koorleden de steile kronkeltrap naar het oksaal worden opgeduwd. Hij was toen 81 jaar. De gebroeders Hameleers herinneren zich nog hoe hij vroeger met zijn fiets met carbidlamp de berg op kwam fietsen om de koorknapen (in het Maastrichts de kröalkes) te onderrichten.

Tot in het diepste van zijn ziel moet d'n Hum zijn geraakt toen de pastoor van de kerk Sint-Pieter Beneden, waarheen het koor tijdens de oorlogsjaren was verhuisd toen Sint-Pieter Op de Berg was gesloten (later ging het godshuis weer open), hem zei dat hij van het Gregoriaans weinig bakte en dat het een "boerenkoor' was. De dirigent en met hem 38 van de 39 koorleden namen ontslag en kregen van Ma Hugo op de Papenweg gastvrij onderdak voor de repetities. Op het laatst was d'n Hum zo doof dat hij niet meer precies hoorde als er wel eens een nootje werd vergeten. Altijd al had hij de gezelligheid belangrijker gevonden dan de kwaliteit van het gebodene: “Kinderen, het lukt wel”, was zijn gevleugelde uitdrukking bij zelfs de moeilijkste uitvoeringen. En als het eens niet lukte, schakelde hij staande het misoffer met even veel gemak over op een ander koorstuk. Zijn stoffelijke resten rusten op het kerkhof van Sint-Pieter Op de Berg: op een ereplaats, namelijk zo dicht mogelijk bij het oksaal.