Verlies dwingt Philips tot pijnlijke keuzes

EINDHOVEN, 6 NOV. Philips opnieuw op verlies. Fabrieken dicht. Mensen op straat. De vraag die al maanden wordt gefluisterd, maar zelden hardop uitgesproken, kan sinds het gisteren gepresenteerde kwartaalverlies van 154 miljoen gulden niet meer worden omzeild: is voor Philips in zijn huidige samenstelling nog wel een gezonde toekomst weggelegd?

Amper twee jaar na de massa-ontslagen en de talloze bedrijfsverkopen van mammoetoperatie Centurion is Philips opnieuw gedwongen een omvangrijke sanering op touw te zetten. De wereldwijde crisis op de markt voor consumentenelektronica, gecombineerd met de even plotselinge als dramatische valutacrisis, hebben de financiële opbrengst van Centurion weggevaagd. Bezuinigingen op loonkosten, reisbudgetten en betalingstermijnen zijn niet langer voldoende om de crisis op de markt uit te zitten. De nood is inmiddels zo hoog dat Philips met fabriekssluitingen de overcapaciteit te lijf moet gaan. Philips kampt met een ongelukkige combinatie van externe tegenslag. Economische recessie, valutacrisis en een ingezakte vraag op een markt waar het bedrijf een groot deel van zijn omzet behaald. Problemen waarmee ook de concurrentie wordt geconfronteerd. Toch is het Philips dat als eerste wordt gedwongen produktiecapaciteit te vernietigen: in de moordende concurrentiestrijd op de markt voor audio- en videoprodukten is het de zwakste partij die als eerste moet opgeven.

Philips wil de huidige crisis daar aan pakken waar zij wordt veroorzaakt: door overcapaciteit op één van de markten waarop het bedrijf actief is. En overcapaciteit wordt bestreden met het sluiten van produktievestigingen. Een eenduidig probleem met een heldere remedie.

Verdergaande maatregelen, zoals het afstoten van divisies of zelfs de verkoop van een deel van het resterende 80-procents-belang in winstmaker Polygram zijn daarom niet aan de orde, vindt het bedrijf. Bovendien, zo redeneert de Philips-top, heeft Centurion wel degelijk vruchten afgeworpen. Zo is het resultaat van de divisie Verlichting aanzienlijk verbeterd en heeft de sector Professionele produkten zich op een verbeterd niveau kunnen handhaven. Als de malaise in consumentenelektronica er niet was geweest, dan was het resultaat over de eerste negen maanden van dit jaar 850 miljoen gulden hoger uitgevallen, rekende financiële man Appelo gisteren voor. Voor de hand liggende ingrepen bieden op korte termijn soelaas, maar zijn nadelig voor de verdere toekomst. De spreiding van activiteiten maakt het bedrijf op lange termijn minder vatbaar voor conjuncturele tegenvallers en verkoop van een deel van Polygram betekent dan wel een eenmalige bate, maar daar staat een lager winstpotentieel tegenover.

De vraag is evenwel of Philips zich de luxe van die redenering nog kan veroorloven. Alle divisies vereisen in de komende jaren hoge investeringen in onderzoek en ontwikkeling. Kan Philips die lasten opbrengen? De onzekerheid daarover is sinds gisteren sprongsgewijs toegenomen. Dat Philips als eerste op grote schaal fabrieken moet sluiten toont aan hoe weinig financiële veerkracht het bedrijf beschikt.

Mammoetoperatie Centurion heeft dan wel vooruitgang betekent: de financiële kracht van het bedrijf is er nog niet wezenlijk door verbeterd. De voorraden dalen, maar uiterst langzaam. De debiteurentermijn loopt terug, maar langzaam. Nog steeds draait het concern voor 74 procent op vreemd vermogen, een kostbare huishouding. In het derde kwartaal bij voorbeeld bedroegen de totale rentelasten 464 miljoen gulden en overtroffen daarmee ruimschoots de inkomsten uit gewone bedrijfsactiviteiten. Een omvangrijke verkoop zou de balansverhoudingen ten goede komen en Philips beter voorbereiden op toekomstige confrontaties op de markt.

Voor de duidelijkheid: Philips heeft geen liquiditeitsproblemen. De banken zijn nog steeds bereid om het bedrijf leningen te verstrekken. Een converteerbare obligatielening van ruim 500 miljoen gulden die eind deze maand komt te vervallen, wordt niet afgelost maar verlengd. Maar de vraag is hoelang een financieel ongezonde onderneming met straffe tegenwind aan pijnlijke keuzes - zoals de verkoop van divisies - kan ontkomen?

Ook zou Philips de divisies kunnen loskoppelen en ieder een grote mate van zelfstandigheid kunnen geven. Als dan een van de onderdelen in moeilijkheden geraakt is het probleem geïsoleerd van de gezonde delen van het bedrijf. Een optie, die naarmate de nood stijgt aan aantrekkingskracht wint. Met het historische kwartaalverlies rijzen niet alleen vragen over de strategie van het concern, maar komt ook de geloofwaardigheid van de leider in het geding.

President Jan Timmer beloofde een turnaround in 1992, een jaar, dat naar nu blijkt mischien met verlies wordt afgesloten. Uiteraard kon Timmer de recessie niet voorzien, evenmin als de slachting op de markt voor audio- en videoprodukten en de valutacrisis. Het is niet fair Timmer persoonlijk voor de wereldeconomie verantwoordelijk te houden. Toch is zijn imago aangetast: daarvoor is de president te zeer het boegbeeld van de onderneming.