Regionaal

John Chamberlain gebruikt stukken autocarrosserie voor zijn sculpturen. Hij verbuigt, breekt, knakt en verknipt dat materiaal en monteert de stukken tot hechte, resolute beelden. Het is een eenvoudige techniek die de kunstenaar al meer dan dertig jaar met grote trefzekerheid gebruikt. Maar, zei iemand, hij zou steeds ongeveer hetzelfde maken; dat was wel zo, bracht Chamberlain daar tegenin maar hij kon het steeds beter maken.

Bij een vergadering, zeven of acht jaar geleden, van de jury voor de Carnegie-Biënnale in Pittsburgh stelden wij, de Europese leden, voor om Chamberlain uit te nodigen. Wij verwachtten daarover geen opgewonden discussie. In onze ogen was Chamberlain een belangrijke Amerikaanse kunstenaar met een grote staat van dienst. Zijn inspiratie kwam van het abstract-expressionisme; zijn sculptuur droeg daar, stilistisch, de sporen van maar vond een sterke eigen vorm. Voor ons, in Europa, hield Chamberlain de avontuurlijke Amerikaanse kunst levend die met Pollock begonnen was.

Een Amerikaanse collega in de jury was echter tegen een uitnodiging voor Chamberlain. Het werk van de kunstenaar die voor ons continuïteit betekende, was naar zijn oordeel een mooie echo van een stijl die voorbij was en die de dynamiek van vernieuwing verloren had. In de discussie die op dit standpunt volgde, kwamen enkele curieuze argumenten naar voren. De Amerikaanse collega beschouwde Chamberlain als een Amerikaans kunstenaar - en dus, in zijn ogen, als internationaal kunstenaar. In die algemene context zag hij hem als iemand van een voorbije generatie. Wij wezen ook op het Amerikaanse karakter van Chamberlains kunst; maar "Amerikaans' was voor ons een idiomatische term. Zijn kunst was regionaal Amerikaans: ook dat maakte hem voor Europeanen interessant, zoals Picasso voor Amerikanen typisch Spaans is. Plotseling begrepen de Amerikaanse juryleden onze interesse. Het is dus, zei één van hen, als met de verhalen van Edgar Allan Poe. Voor ons Amerikanen zijn ze niet meer erg de moeite waard; maar ze zijn prachtig als je ze leest in de vertaling van Baudelaire.