Publieksprijs voor Mahmoody's boek over vlucht uit Iran; "Gevangene wilde ik niet zijn'

Betty Mahmoody: In een sluier gevangen. Uitg. M & P, Weert, 1991, 301 blz.

Betty Mahmoody: Uit liefde voor mijn kind. Uitg. M & P, Weert, 1992, 256 blz.

AMSTERDAM, 6 NOV. Betty Mahmoody omschrijft zichzelf als een ambassadrice voor kinderen. De Amerikaanse was gisteren in Amsterdam ter gelegenheid van de uitreiking van de Publieksprijs (ƒ 15.000,- en een sculptuur van Jeroen Henneman) die het Nederlandse publiek door een schriftelijke stemming in boekhandels en bibliotheken toekende aan haar boek Not without my daughter. Daarin doet Mahmoody ongecompliceerd en zeer gedetailleerd verslag van een rampzalige reis in 1984 naar Iran, samen met haar Iraanse echtgenoot en haar vier jaar oude dochter. De echtgenoot blijkt, eenmaal in Teheran aangekomen, niet meer van plan naar Amerika terug te keren, en hij dwingt zijn vrouw te blijven. Na een maandenlange strijd slaagt de vrouw erin met haar dochter het land te ontvluchten. Het boek verscheen in 1987 in de Verenigde Staten en werd vorig jaar in Nederlandse vertaling uitgebracht onder de titel In een sluier gevangen. Vorig jaar werd ook een verfilming van het boek uitgebracht met in de hoofdrol Sally Field. Deze maand verscheen verder het boek Uit liefde voor mijn kind, waarin Mahmoody vertelt hoe het haar en haar dochter Mahtob verder verging. Daarin vertelt ze tevens over andere gevallen van kinderontvoering. Inmiddels bereidt ze namens haar land een internationaal verdrag voor waarin wordt bepaald dat kinderen uit een intercultureel huwelijk altijd toegang hebben tot het land waar ze zijn geboren.

Wordt u nog vaak aan uw Iraanse avontuur herinnerd?

“Ik denk er niet voortdurend aan, maar we moeten wel alert blijven omdat nog altijd de mogelijkheid bestaat dat er een keer wraak zal worden genomen, door mijn vroegere man of door andere Iraniërs. In 1988 hoorden we dat mijn man Iran had verlaten, en bij het uitbrengen van de film zijn er ook enkele dreigementen geweest van Iraniërs.”

Wat was uw man voor iemand? Een spion?

“Nee, ik beschouw hem niet als een spion. Ik beschouw hem als een man die werd meegesleept door de Iraanse revolutie. Zijn leven veranderde er volkomen door. Als de sjah nog aan de macht zou zijn geweest toen wij op reis gingen, zouden we waarschijnlijk nog steeds getrouwd zijn. Mijn man voelde zich ten tijde van de revolutie schuldig dat hij dokter was in het land van de grote vijand van Iran. Achteraf bezien geloof ik dat hij met ons naar Iran wilde om iets groots voor zijn land te verrichten. Hij wilde een held worden; een dokter die alle gewonde soldaten in de oorlog met Irak zou gaan verzorgen.”

Hoe is het mogelijk dat een revolutie in een ver land zo'n invloed kon uitoefenen op uw huwelijk?

“Terugkijkend op die tijd verbaas ik me ook over de macht van de ayatollah. Khomeyni was een briljant man. Hij wist hoe hij moest manipuleren, hoe hij moest krijgen wat hij wilde. Hij wilde een politiek standpunt innemen en daarbij vielen de media hem zomaar in handen. In Iran heb ik gezien hoe mensen worden opgeleid om te volgen, en dat is precies wat er tijdens de revolutie gebeurde: over de hele wereld volgden de Iraniërs de ayatollah zonder te weten wat ze nu eigenlijk volgden. Veel mensen in Iran hebben me verteld dat ze wel een revolutie wilden, maar niet de uiteindelijke gevolgen daarvan. Ik voelde dan ook medelijden met het volk van Iran door wat de revolutie had aangericht.”

Waarom wilde u niet in Iran blijven?

“Omdat ik er niet voor had gekozen daarheen te gaan. Ik was bedrogen. Het was geen fout van me om met hem te trouwen, we hadden een goed huwelijk. Hij was mijn beste vriend. Maar ik had meer moeten weten over zijn familie. Ik had moeten beseffen dat ik niet alleen met hem zou trouwen, maar met zijn hele familie. Ik had moeten weten dat een Amerikaanse vrouw in Iran geen rechten heeft. Ik had moeten weten dat volgens de Iraanse wet ik door mijn huwelijk de Iraanse nationaliteit had gekregen. Ik was naïef.”

Wat stond u het meest tegen?

“Ik kan niet generaliseren, maar de mensen die ik in Iran heb ontmoet waren besluiteloze volgers. Als ik vroeg of iemand vrijdag kwam eten dan moest daar eerst zeer lang over worden nagedacht. Ze draaiden er omheen in plaats van de waarheid te zeggen. Het duurde een uur om te beslissen of ze wel of niet mee naar een park gingen. Die besluiteloosheid maakte me gek. Ik ben spontaan, neem snel beslissingen. Zij niet. Zij houden daar niet van. Het is niet hun gewoonte. Beslissingen nemen werd onbeleefd gevonden. Ik was onbeleefd.”

Wat maakte het voor u onmogelijk om daar te blijven?

“De familie hield me gegijzeld. Ik kreeg de vrijheid niet om met mijn dochter naar Amerika te reizen. Ik heb mijn man gesmeekt om althans niet te zeggen dat ik nooit meer naar Amerika mocht gaan. Maar hij bleef erbij. Ik had best in Iran kunnen blijven leven. We hadden uiteindelijk een comfortabel en schoon huis. Ik zou het niet prettig hebben gevonden om te leven met de kledingcode en het dagelijks in de rij staan voor voedsel, maar ik had er kunnen blijven wonen als ik geen gevangene was geweest. Dat wilde ik niet. Ik wilde niet dat mijn dochter Mahtob zou opgroeien met de gedachte dat gevangene zijn een manier van leven was. De vrouwen in die familie verwachtten dat ze door hun mannen werden geslagen. Ze zeiden dat alle mannen nu eenmaal zo waren. Maar dat is niet waar.”

U heeft het boek opgedragen aan uw vader. Heeft hij u de moed gegeven om te ontsnappen?

“Dat mijn dochter weg wilde en dat ik mijn zieke vader wilde zien voordat hij stierf waren twee zeer belangrijke redenen om te ontsnappen. Mijn vader heeft een grote rol in mijn leven gespeeld. We waren zeer goede vrienden. Hij was een sterk man. Iedereen hield van hem. Hij was eerlijk en had een hart van goud. Hij deed alles voor iedereen. Hij hield me altijd voor dat als er iets is dat je heel graag wilt bereiken, dat het je ook lukt. Daar heb ik in Iran vaak aan gedacht.”

U schrijft dat u uw ontsnapping aan God te danken heeft.

“Ik denk niet dat het menselijk gesproken mogelijk is om te onsnappen op de manier zoals wij hebben gedaan. God heeft deuren voor me geopend en Hij heeft me ook de kracht gegeven om die deuren te passeren. We hadden geen reisdocumenten. We werden vaak aangehouden op de snelweg. Maar steeds werden we doorgelaten. Niemand vroeg onze papieren totdat we veilig in de Amerikaanse ambassade in Ankara waren. Het was een wonder. Hoe zou ik dus niet gelovig kunnen zijn? Het was de wil van God.”

Is het dezelfde God als die van de Iraniërs?

“Voor mij wel. Zij geloven niet dat Jezus de zoon van God was, maar samen geloven we toch in één God. Ik ben christen en ik bid altijd tot één God. Ik heb de Koran gelezen, en ik heb veel respect voor de islam. Ik heb bewondering voor hoe mijn islamitische vrienden hun leven leiden en andere mensen behandelen. Ze zijn nederig en vriendelijk. Maar in de familie waar ik terecht kwam, werd van religie een show gemaakt. Als ze iets aan de armen schonken, nodigden ze eerst honderd mensen uit. Ze lieten een restaurant de maaltijd verzorgen en op dat feest kondigden ze aan een lam te slachten en het vlees aan de armen te schenken. Ze deden nooit iets in stilte. Nooit. Mijn schoonzuster zat op de grond heen en weer te wiegen terwijl ze zong en de Koran las hoewel ze geen Arabisch kende. Dat is hypocriet. Dat is het vereren van afgoden. Dat is een belediging voor de islam.”