Oliezaden: margarine, verf, zeep en veevoer

ROTTERDAM, 6 NOV. De dreigende handelsoorlog tussen de EG en de VS vindt zijn oorsprong in de toenemende zelfvoorzieningsgraad van de EG op het gebied van de "oliehoudende zaden'. Die is met aanzienlijke subsidies sinds 1964 gestimuleerd en kreeg vooral na 1985 vorm.

De consument ziet een sleutelrol weggelegd voor een produkt dat hij, buiten borrelnootjes, tahoe en müsli, nooit herkenbaar onder ogen krijgt. De voornaamse bestemming van de olie uit de zaden is margarine en spijsolie. Daarnaast vinden de plantaardige oliën en vetten hun weg in verf (alkyd-hars), zeep en cosmetica. Geringer in volume is de toepassing van de oliën als alternatieve smeermiddelen, additieven in plastics en als vervanger voor dieselolie. De "schroot' die zogeheten oliemolens na het persen van de olie uit de zaden overblijft wordt gebruikt als veevoer (perskoeken) of, na bewerking, als vleesvervanger. De verschillende oliesoorten zijn redelijk uitwisselbaar zodat schommelingen in wereldmarktprijzen met aanpassing van de receptuur zijn op te vangen.

Mondiaal gezien waren in 1985 sojaolie, palmolie (uit de oliepalm), zonnebloemolie, raapolie en katoenzaadolie (in deze volgorde) de voornaamste geproduceerde plantaardige oliën. De belangrijkste exporteurs waren toen de VS, Maleisië, de EG en Argentinië/Uruguay. De toenemende import door de EG van zaden uit Zuid-Amerika is de VS een doorn in het oog.

De EG-landen telen vooral koolzaad (waaruit raapolie wordt gewonnen) en zonnebloempitten. Het areaal koolzaad is tussen 1985 en 1990 met 43 procent gegroeid tot 2600 duizend hectare. Het areaal zonnebloemen is in die periode zelfs bijna verzesvoudigd tot 700 duizend hectare. De zelfvoorzieningsgraad voor de produkten is daarmee tot boven de 90 procent gestegen. Ook de teelt van soja in Italië en Frankrijk neemt snel in omvang toeneemt en groeide met een factor zes en vier in vijf jaar (totaal areaal nu 670 duizend hectare). Toch is de zelfvoorzieningsgraad nog maar 14 procent - de kern van het conflict.

Het Nederlandse areaal koolzaad (8400 hectare in 1990) is bescheiden. Vlas (waaruit lijnolie is te winnen) wordt alleen als zaaizaad geëxporteerd. Nederland is vooral bij de handel in, en verwerking van, oliehoudende zaden betrokken. Oliemolens zijn er in Rotterdam (Speelman's Oliefabrieken, koolzaad en soms lijnzaad), Amsterdam (Cargill, soja, zonnepit en koolzaad), Utrecht (Ceriol, soja) en de Europoort (ADM, soja).