Museum eist snel nieuw onderkomen; Fodor wil niet wijken zonder alternatief

AMSTERDAM, 6 NOV. De Adviesraad van museum Fodor in Amsterdam maakt zich grote zorgen over het voortbestaan van de functie van het museum, dat als een belangrijk podium dient voor jonge Amsterdamse kunstenaars. Als daar geen duidelijkheid over is vóór 1 januari, de datum dat het museum zijn onderkomen aan de Keizersgracht moet overdragen aan het nieuwe nationale vormgevingsinstituut, zal Fodor weigeren het gebouw te ontruimen. Tevens zijn er plannen het gebouw voor die datum van boven tot onder te beschilderen als een "hedendaagse Sixtijnse kapel' en te "bezetten' met kunstwerken.

R.Th.M. Nederveen, plaatsvervangend voorzitter van de adviesraad, zegt “met verbijsterde teleurstelling” te hebben geconstateerd dat de gemeente nog geen enkel alternatief op tafel heeft gelegd. “Voor een stad als Amsterdam die met het grootste gemak vijf lokaties tevoorschijn toverde als potentiële huisvesting voor het Vormgevingsinstituut moet het toch niet moeilijk zijn iets voor Fodor te vinden”, vindt hij.

De wethouder van cultuur komt in de tweede helft van deze maand met een nota over het beeldend kunstbeleid, die op een nog nader te bepalen datum door de gemeenteraad zal worden behandeld. Fodor is echter bang straks voor een fait accompli te worden gesteld. Nederveen: “We zijn bang dat Fodor in één alinea van een groter hoofdstuk zal worden afgedaan. We hebben in september een gesprek met de wethouder gehad, maar tot de inhoudelijke discussie over de voortzetting van de functie waarop we gehoopt hadden, is het niet gekomen.”

De opheffing is een uitvloeisel van het Amsterdamse Kunstenplan 1993-'96, waarin is bepaald dat Fodor, een museum voor hedendaagse moderne kunst met een "springplankfunctie' voor jonge hoofdstedelijke kunstenaars, per 1 januari wordt opgeheven. De acht medewerkers verkeren nog in onzekerheid over hun toekomst. Voor hen zal worden gezocht naar een andere baan binnen de gemeente. Het vrijkomende budget van acht ton wordt gebruikt voor de uitbreiding en verbouwing van het Stedelijk Museum. De gemeenteraad nam op 8 juli een motie aan die stelde dat de functie van Fodor op hoofdpunten behouden zou blijven en dat daarvoor de komende vier jaar de rijksbijdrage voor de beeldende kunst van WVC, 275.000 gulden per jaar, zou worden gereserveerd. Het is echter nog onduidelijk wat er met dat bedrag gaat gebeuren. Volgens Nederveen is het te weinig om de hoofdfuncties, het signaleren, inventariseren en tentoonstellen van Amsterdamse kunst, te behouden. “Met een staf van drie conservatoren en een budget van 7,5 ton redden we het net. We hoeven niet meer ruimte dan we nu hebben. Fodor heeft jarenlang een deel van het budget moeten reserveren voor de geplande verbouwing en uitbreiding van het museum. We weten niet waar dat geld is gebleven, maar wij vinden dat het Fodor toekomt. Volgens ons is er makkelijk 325.000 gulden te halen door dat spaargeld te dekapitaliseren. De resterende anderhalve ton moet dan ook te vinden zijn, want ik kan me niet voorstellen dat de gemeente voor dat bedrag de functie van Fodor laat vallen”.

In het Fodor-gebouw, dat straks na verbouwing drie grachtenpanden zal omvatten, wordt het nieuwe, landelijke vormgevingsinstituut gevestigd. Daarvan is nog onduidelijk wat het precies behelst. Zoals het er nu uitziet is er voorlopig alleen kantoor- en vergaderruimte nodig. Al bij de raadsdebatten werd opgemerkt dat het Fodor-pand eigenlijk veel te groot is voor het vormgevingsinstituut alleen.

De adviesraad wil dat Fodor op een herkenbare lokatie komt, en dat het niet zal worden ondergebracht in een groter geheel waarbij de eigen identiteit verloren gaat, bijvoorbeeld in de uitbreiding van het Stedelijk Museum. “Ook het Stedelijk vindt dat ongewenst. Zo'n neventaak werkt verstorend op de beeldvorming van een museum, dat alle ruimten moet kunnen betrekken bij grote tentoonstellingen. Schoorvoetende presentaties van jonge kunstenaars zoals Fodor die brengt, gaan verloren in een groter geheel”.